Geertrude Verweij over schrijven, lezen en leven

Vergeten



Begin juni. Schiphol.
Echtgenoot schrikt op uit de apathie die ons altijd overvalt tijdens het wachten tot we eindelijk het vliegtuig in mogen. 'Waar is mijn portemonnee?'
Niet in zijn zak. Niet in mijn tas. Vergeten. We bellen een dochter die hem voor ons vindt. In de auto, naast de stoel. Uit zijn zak gevallen.
Een maand later, vlak voor we naar Hato (het vliegveld op Curaçao) vertrekken voor de terugreis naar Nederland.
'Heb je alles?' vraag ik.
'Portemonnee heb jij,' zegt echtgenoot.
'Nee, die heb ik niet,' antwoord ik en voeg eraan toe: 'Geen grapje.'
'Van mij ook niet,' is zijn reactie.
Heel serieus zoeken we in de badkamer, bij de keuken, onder het bed, tussen de bagage en overal tot we de portemonnee vinden. In de auto, naast de stoel. Uit zijn zak gevallen.

Een halve dag later komen we doodmoe en op een tijdstip dat voor ons voelt als midden in de nacht aan op Schiphol. En daarom ontdekken we pas dat we ineens een koffer minder hebben als we op het plein bij de hoofdingang op een bankje zitten te wachten op onze ophalers die vreselijk in de file staan.
Ik begin te rennen en realiseer me pas als ik halverwege ben dat ik misschien beter mijn handtas mee had kunnen nemen. Die staat nog bij echtgenoot en de andere koffers, maar ik was vergeten dat ik mijn telefoon nodig zou kunnen hebben.
Mijn koffer had ik even naast de vuilnisbak bij de zijingang geparkeerd terwijl echtgenoot een sigaretje rookte. En daar staat hij nog steeds. Eenzaam en dus zeer verdacht. Met een marechaussee ernaast, die streng vraagt waarom mijn koffer daar is achtergebleven.
'Vergeten,' leg ik uit. 'Nachtvlucht gehad, niet geslapen. Zo moe.'
Hij begrijpt het, maar wil wel even mijn paspoort zien. Dat kan niet want die zit in de vergeten handtas. En echtgenoot bellen dat hij hierheen moet komen gaat ook niet. Gelukkig heeft de man een beter geheugen dan ik. Hij heeft ons zien lopen toen we nog wel alle koffers hadden en durft me daarom te geloven zonder te verifiëren of deze echt van mij is.
En daar ben ik blij om, want ik kan hem ook niet veel vertellen over de inhoud van de koffer. We hebben heel veel achtergelaten in het appartement, dus hij is half leeg. Dat weet ik wel. Maar wat er precies in zit? Dat ben ik vergeten.

(foto van Pexels.com)
Lees verder ...

{gelezen} Planeet Paranoia van Matt Haig


Dat ik Matt Haig een fantastische schrijver vind, zal voor mijn vaste lezers geen verrassing zijn. Ik schreef al eerder recensies over 'De wezens' en 'Het eeuwige leven' en was enorm enthousiast over beide boeken (klik op de links om die recensies te lezen).

In juni las ik 'Een ongewone familie' en wéér was ik onder de indruk. Het uitgangspunt van dit verhaal is nogal cliché en uitgekauwd (een vampierenfamilie die probeert te leven in de normale wereld, zonder mensen leeg te zuigen), maar de uitwerking ervan was weer helemaal Matt Haig. Boeiend, spannend en filosofisch.
Ook 'Redenen om te blijven leven' bleek via mijn Kobo abonnement beschikbaar te zijn. Dit is een eerlijk verslag van hoe Matt Haig op 24-jarige leeftijd een depressie/angststoornis kreeg en hoe hij daar uiteindelijk uitgekomen is.

En toen vond ik vorige week ineens zijn allernieuwste boek in de brievenbus. Een fijne verrassing van Overamstel Uitgevers, zonder vooraf bepaalde voorwaarden, . Ik heb dit boek dus wel gratis gekregen, maar de beslissing om er een artikel over te schrijven heb ik zelf genomen. Mijn mening over het boek is dan ook oprecht en persoonlijk.

'Planeet Paranoia' is min of meer een vervolg op 'Redenen om te blijven leven', al is het prima zelfstandig te lezen. Beide boeken zijn uitgewerkt in korte, gemakkelijk leesbare hoofdstukken, die afwisselend persoonlijke ervaringen, wetenschappelijke feiten, lijstjes of duidelijke inzichten beschrijven.
In Planeet Paranoia draait om 'hoe de wereld ons in de war brengt', zoals de ondertitel het beschrijft. En dan gaat het hier vooral over de digitale wereld, die er toch de oorzaak van is dat we steeds meer informatie, prikkels en chaos over ons heen krijgen. Fysiek zijn we niet anders dan mensen van 50.000 jaar geleden. Maar onze wereld is totaal anders. En dat is niet altijd goed te verwerken.
Haig beschrijft hoe zijn angststoornis nog steeds af en toe getriggerd wordt en dat is vaak gerelateerd aan technologie. Maar hij geeft ook eerlijk toe dat hij het niet als een oplossing ziet om die technologie helmaal los te laten. Wel adviseert hij er beter mee om te gaan. Laat die telefoon af en toe met rust, ga naar buiten, probeer échte contacten niet uit de weg te gaan.
Daarnaast gaat Haig in op koopgedrag, werk, onzekerheid, slaap, geluk en andere aspecten van het hedendaagse leven.
Ik heb het al vaker gezegd: het knappe van Matt Haig's schrijfstijl vind ik dat het toegankelijk en gemakkelijk te lezen is en tegelijkertijd, op de juiste momenten, dichterlijk en filosofisch overkomt.

'De paradox van het leven anno nu: nooit eerder waren we zo met elkaar verbonden en nooit eerder waren we zo alleen.'

'Je op je gemak voelen met jezelf, jezelf kennen, vereist een innerlijke ruimte waarin je jezelf kunt vinden,, weg van een wereld die je vaak stimuleert om jezelf te verliezen.'

maar ook:

'Hoe kom je uit bed
1. Wakker worden
2. Telefoon pakken
3. 72 minuten op je telefoon staren
4. Zuchten
5. Uit bed stappen

Eventueel proberen, af en toe, fase 2 tot en met 4 over te slaan.'

Dat laatste is trouwens wel de reden waarom dit boek voor mij niet de impact heeft die ik ervan verwachtte. Ik hoopte, denk ik, op inzichten die nieuw voor me waren. Op iets dat me verder zou helpen met de dingen waar ik mee worstel. Maar in plaats daarvan was het grotendeels herkenning. Heel vaak dacht ik: mee eens, doe ik al. En zelfs: doe dat dan ook niet. Want ik heb tegenwoordig wel een smartphone, maar die gebruik ik nog steeds voornamelijk als telefoon. Bellen, sms'en en af en toe een berichtje via Telegram. Ik heb er geen apps opstaan en kan het ding dus heel gemakkelijk aan de kant laten liggen. Mij doen al die redenaties over teveel aan je telefoon vastzitten dus niet veel.

Wat ook jammer is: ik heb tegenwoordig weer Twitter (via de browser op mijn laptop dus). En ik ben Matt Haig gaan volgen toen het boek binnenkwam. En daarom zag ik dus dat hij toch wat moeite heeft om zijn eigen wijsheden in de praktijk toe te passen.
Juichende tweets omdat zijn boek op nummer 1 staat in het Verenigd koninkrijk. Het is hem gegund en ik begrijp dat hij er blij van werd, maar ik zat net te lezen dat dit soort successen er alleen maar voor zorgt dat je de volgende keer nog meer wil.

'Waarom wil ik zoveel meer dan ik nodig heb? Zou ik niet gelukkiger zijn als ik leerde waarderen wat ik al heb?'

Ook zie ik veel anti-Trump tweets, zowel van hemzelf als van anderen die hij dan retweet. Maar in het boek zegt hij:

 'Verandering ontstaat niet als je je concentreert op de plek die je wilt ontvluchten. Die ontstaat door je te concentreren op de plek waar je heen wilt. Pep het goede op, in plaats van het kwade af te kammen. Vind de hoop die er al is en laat die groeien.'

Dat hij nog steeds fouten maakt begrijp ik. Het maakt hem menselijk. Maar een beetje teleurstellend is het wel.

Ondanks dat vind ik 'Planeet Paranoia' een goed boek, met veel informatie en goede inzichten in de huidige maatschappij. Een boek dat je in één keer uit wilt lezen, maar ook een boek dat je daarna bij stukjes en beetjes nog eens leest en waar je briefjes in plakt of citaten uit overneemt om ze beter op je in te laten werken.

Maar... en dit is dan even mijn heel persoonlijke mening: hoewel Matt Haig een geweldig goede schrijver is, ongeacht wat hij schrijft, hoop ik dat zijn volgende boek weer fictie is.







(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)


Lees verder ...

Moederinstinct



Het meisje was eigenlijk heel gewoon. Lief gezichtje, rossig blond paardenstaartje, geen tatoeages of piercings, simpele kleding. Maar wel zwarte lippenstift. Alsof ze graag anders wilde zijn, maar dan wel zonder dat ze teveel aandacht trok.
Ze ging aan een tafeltje zitten, bestelde iets te drinken en sloeg de menukaart open. Stond op, keek om zich heen, ging aan het tafeltje ernaast zitten. Stond weer op en verhuisde met drankje, kaart en tas naar een tafeltje aan de andere kant van het terras. Toen de ober kwam vragen wat ze wilde eten, verhuisde ze -met zijn hulp- weer terug naar het eerste tafeltje.
Ze confereerde omstandig met de ober over haar bestelling. Wat uiteindelijk arriveerde was een pizza, waarschijnlijk met iets er niet op wat er eigenlijk wel op hoorde. Of andersom. En met een bakje ketchup ernaast.
Ondertussen had ze het druk met haar telefoon. Berichtjes typen, bellen. De pizza met ketchup smaakte blijkbaar best, maar wel naast die telefoon. Nog een gesprek en weer berichtjes. En toen, ineens, begon ze te huilen. Haar lip bibberde en ze veegde nijdig een paar tranen weg. Ik wendde mijn blik af, maar vroeg me af of ik moest gaan vragen of het wel goed ging. Ik weet en begrijp dat ongevraagde vriendelijkheid van wildvreemden lang niet altijd gewaardeerd wordt, maar mijn moederinstinct deed heftige pogingen mijn verstand uit te schakelen.
'Ze lijkt zo op jongste dochter,' zei ik tegen echtgenoot. Ik voelde ineens die 8000 kilometer afstand heel erg.
'Ja, maar ze is het niet,' was zijn antwoord. Hij kon haar niet zien, dus zijn vaderinstinct hield zich kalm.
Ik at mijn hamburger en probeerde het meisje te negeren, maar dat lukte niet erg. Het leek even alsof ze zichzelf weer onder controle had, maar toen begon ze weer te huilen. Ze wapperde met haar hand, alsof ze zo de tranen tegen kon houden. Daarna riep ze de ober, rekende af en verliet het terras. Wat voor mij wel prettig was, want mijn moederinstinct was nu toch echt aan de winnende hand.
Toen we terugliepen naar de auto zagen we haar op een bankje zitten. Weer met die telefoon. Geen tranen meer. Zelfs een klein lachje. Gelukkig maar.
De volgende ochtend heb ik jongste dochter gebeld. Met haar ging alles goed.

(foto van pexels.com)
Lees verder ...

Jan-met-de-pet


Ondanks de hitte droeg hij een lange broek, een overhemd met lange mouwen èn een pet op zijn hoofd. Maar hij viel vooral op doordat hij luidkeels aan het telefoneren was. En daarbij keek hij in onze richting en ging steeds harder praten.
'En dan zitten hier al die Nederlanders zuinig achter één drankje tijdens het happy hour. Het lijkt wel een Nederlandse kolonie hier. Allemaal Nederlanders op een terras dat eigendom is van een Nederlander.'
Er werd niet echt heftig op hem gereageerd, want het grootste deel van de mensen om hem heen was hoorbaar Amerikaans en verstond er dus niets van.
'Ze komen maar en zitten maar en dragen niets bij aan de economie,' vervolgde hij, nog iets harder en ons recht aankijkend.
Echtgenoot besloot olie op het vuur te gooien en zei: 'Ik ben het met je eens, hoor!'
Dat bracht de man met de pet (ik beslooot hem Jan te noemen) even van zijn stuk, maar gelukkig voor hem was het Nederlandse stel naast ons een andere mening toegedaan.
Jan-met-de-pet ging daar niet verder op in en vervolgde zijn tirade tegen zijn – volgens mij denkbeeldige – gesprekspartner aan de telefoon. En vroeg vervolgens aan de man naast ons waar hij vandaan kwam.
'Uit Den Haag' was het antwoord , maar hij drong aan: 'Nee, waar kom je vandáán?'
'Ik ben geboren op Curaçao,' gaf de man zichtbaar geïrriteerd toe, 'maar ik woon mijn hele leven al in Nederland.'
'En je bent je prachtige accent verloren.' zei Jan beschuldigend, terwijl hij zijn eigen bijna onhoorbare accent voor de gelegenheid even aandikte. 'Ik woon al tweeënveertig jaar in Nederland, maar ik spreek nog steeds als de mensen van hier.'
De man naast ons haalde zijn schouders op en negeerde hem verder. Jan-met-de-pet deed toen maar alsof wij hem verschrikkelijk gestoord hadden in zijn telefoongesprek. Opstandig riep hij: 'Wij gaan dat varkentje wel wassen!' en sloot het gesprek af omdat er een andere man aan zijn tafeltje kwam zitten. Toen bleek hij ineens wel zachtjes te kunnen praten.
De mensen naast ons aten een vroeg diner, met een goed glas wijn erbij. Wij namen nog een drankje en besloten nog heel even te wachten met eten bestellen.
Jan-met-de-pet verliet een half uurtje later het terras, nadat hij één glaasje frisdrank had afgerekend. Voor de helft van de prijs, want het was tenslotte happy hour...
Lees verder ...

Gek


Curacao Willemstad Handelskade Emmabrug

'Doe maar lekker gek!' vulde mijn Curaçaose buurvrouwtje aan toen ik probeerde uit te leggen wat het verschil is tussen Nederland en Curaçao. In Nederland zeggen we: 'Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg.' En hier mag je dus lekker gek doen. Zolang niemand er last van heeft. En ergens last van hebben is hier ook onderhevig aan andere criteria, maar dat terzijde.
Dat neemt allemaal niet weg dat ze ons hier best gek vinden. Vooral het feit dat we altijd buiten zijn.
Nu hebben we ook tamelijk weinig 'binnen' hier. Het hele appartement is zo'n twintig vierkante meter en dat is volgens mij ruim geschat. Maar daar ligt het niet aan. Onze buurtjes hebben precies dezelfde hoeveelheid ruimte en die zitten altijd binnen. En wij zaten ook de hele dag buiten toen we de beschikking hadden over grotere appartementen. Het hoort er voor ons gewoon bij hier.
Zodra we uit bed komen (nou ja, na het aankleden), gaat de schuifdeur open en zitten we op de porch. En daar blijven we zitten tot we naar bed gaan, afgezien van noodzakelijke handelingen die beter binnen uitgevoerd kunnen worden of uitstapjes naar de supermarkt, een terrasje of het strand.
O ja, en lunchen. Maar dat is uit noodzaak. Ontbijten en avondeten gaat prima op de porch. Maar het boterhammetje tussen de middag zorgt voor problemen. Dat waait namelijk weg. En als je brood niet wegwaait, moet je achter het beleg aan. Zelfs een nog niet aangebroken onsje gesneden ham is niet opgewassen tegen de wind die voor ons huisje langs waait. Dat eet erg onhandig. En dus eten wij ons Hollandse boterhammetje binnen. Maar verder zijn we dus buiten. In die wind, want die maakt de hitte juist dragelijk. En in de schaduw. Want a. die brandende zon is niet best voor je huid en b. het scherm van de laptop is onleesbaar in het felle middaglicht.
Wat wij allemaal doen de hele dag buiten, met de laptop op schoot, is ook niemand hier helemaal duidelijk, denk ik. Voor het 'ik bouw software' van echtgenoot hebben ze diep ontzag. Mijn 'boekhouden en schrijven' levert alleen vage blikken op. Maar dat maakt niet uit.
Doe maar gek. Dat is hier heel gewoon.
Lees verder ...

Verdwaald


'Time for coffee. You come? Koffiepauze!' kondigt hij aan, in gebroken Engels met een dik Italiaans accent. Het woordje koffiepauze en het juiste tijdstip daarvoor (tien uur) kent hij nog uit de tijd dat hij in Nederland werkte.
Onze huisbaas hier op Curaçao is een rasechte Italiaan, maar heeft over de hele wereld gewoond en gewerkt. En daar vertelt hij graag over bij een heerlijk sterk kopje echte Italiaanse koffie. Omdat ik niet zoveel koffie drink (alleen 's ochtends bij het ontbijt een kopje) krijg ik mangothee. Want dat is goed voor me.
We drinken uit simpele mokken, maar die staan wel netjes op een schoteltje met een servet. Hij weet dat ik geen koekjes eet, maar legt er toch altijd gastvrij twee op mijn schoteltje, die echtgenoot dan mag opeten. Want dat is goed voor hem.
Hij vraagt hoe het gaat met het werk, benadrukt dat echtgenoot rust moet nemen en praat over zijn leven. Toen we hier voor het eerst kwamen en ik liet vallen dat ik schrijfster was, zei hij gekscherend: “Dan kun je me helpen een boek te schrijven over wat ik allemaal heb meegemaakt. The life of Rocco. Hoe klinkt dat?”
Het klinkt goed. En ik zou het heel graag doen. Want hij heeft echt van alles meegemaakt en is overal geweest. Hij vertelt hoe hij eens verdwaalde in de woestijn van Libië. Zijn chauffeur was ziek en hij dacht zelf de weg wel te weten. “Bij de tweede zandheuvel linksaf, toch?” had hij nog even nagevraagd. Klopte. Het duurde alleen wel enorm lang voor hij bij die tweede zandheuvel was. En toen hij eindelijk linksaf sloeg, kwam hij niet bij de oliebron uit, maar midden in de woestijn. Zijn benzine was bijna op en veel water had hij ook niet bij zich. Hij besloot een elektriciteitskabel te volgen en vond uiteindelijk een dorpje, waar ze hem van brandstof konden voorzien en hem de weg konden wijzen naar de plek waar hij verbleef. De volgende dag, mét chauffeur, bleek dat een zandheuvel in de woestijn géén goed herkenningspunt is. Het hele ding was weggewaaid en ergens anders terecht gekomen.
Je zou er een diepere betekenis aan kunnen toekennen, maar dat doet Rocco niet. Hij drinkt genietend het laatste slokje koffie en knipoogt. Echtgenoot eet mijn laatste koekje op (dat maakt zes met die van hem erbij) en we gaan weer aan het werk.
En ik bedenk dat ik ooit, als ik het minder druk heb, toch echt werk ga maken van dat boek.
Lees verder ...

De moeder de vrouw - ik heb er ook een mening over



Eigenlijk mag ik natuurlijk helemaal niet meepraten in de ophef over de Boekenweek. Want ik schrijf geen literatuur. Sterker nog, ik schrijf nou net dat soort boeken waarmee vrouwen in een bepaald hoekje gedrukt worden. Want of je het nu liefdesromans of feelgood noemt, je kunt je er als man niet mee vertonen. En als vrouw eigenlijk ook niet. De paar mensen (vooral vrouwen) die ervoor uit durven komen dat ze ons genre lezen, hebben toch gauw de neiging om aan hun recensies toe te voegen dat het 'leuk voor tussendoor' of 'fijn voor op vakantie' is. Alsof er een verschil zit tussen échte boeken – die je dus leest omdat het moet - en boeken waar je gewoon een goed gevoel van krijgt, maar die je dus eigenlijk niet mág lezen. Maar ondertussen wijzen verkoop- en uitleencijfers op het tegendeel.
In eerste instantie was ik wel blij met het thema.
Hoewel ik eerst even moet zeggen dat ik 'de moeder de vrouw' erg ongelukkig uitgedrukt vind. Want dat klinkt als een man uit de jaren vijftig die liefdevol, maar een tikje neerbuigend doelt op degene die zijn eten kookt en zijn vuile sokken wast, terwijl hij buiten de deur belangrijke dingen doet.
Het klinkt ook als krom en slecht Nederlands. Ik mis eigenlijk een komma. 'De moeder, de vrouw' ziet er al beter uit. En waarom niet gewoon 'Moeder'?*
Maar toch. Ook als niet-literair schrijfster probeer je van zo'n boekenweek een graantje mee te pikken. Op z'n minst roep je: 'Hé, ik heb boeken die daar over gaan!'
Dan krijg je toch het gevoel dat je ook een beetje meedoet.
Met de thema's van de afgelopen paar jaar was het een beetje ver zoeken allemaal. 'Natuur' (2018) komt in al mijn boeken wel voor, maar een hoofdthema was het niet. 'Verboden vruchten' (2017) was een thema waar ik echt helemaal niets mee kon. Goed, men gaat in mijn boeken wel eens voor het huwelijk met elkaar naar bed, maar daar wil je als beschaafde romanschrijfster dan weer niet de nadruk op leggen. Het thema van 2015 dreef me tot waanzin, maar daar hield het ook wel mee op. Nee, dan “de moeder de vrouw'. Ik kan er wel iets mee. Moeders en vrouwen zat in mijn boeken, tenslotte.
Ik vind het thema op zich dan ook niet erg. Het is nu eenmaal een feit dat alleen vrouwen moeder kunnen worden. Dat wil nog niet zeggen dat alle vrouwen alleen moeder kunnen worden. Dat is net zoiets als 'een koe heeft vier poten, dus alles met vier poten is een koe'. Je kunt overal een probleem van maken, maar soms wil men ook wel erg graag.
Maar ik ben het wel eens met de commotie over het boekenweekgeschenk. Ik lees die dingen zelden, maar ik vond het altijd al raar dat die boekjes bijna ieder jaar door mannen wordt geschreven. En nu kun je wel beweren dat er nu eenmaal meer mannelijke literaire schrijvers zijn, maar wie bepaalt wat literatuur is? Mannen zeker.
Als je het mij vraagt wordt het tijd om dat hele elitaire gedoe te laten vallen. Kijk gewoon naar verkoop- en uitleencijfers van de afgelopen vijf jaar (of zoiets – om eendagsvliegen als 'de zus van' uit te sluiten) en vraag de meest succesvolle schrijver/schrijfster het volgende geschenk te schrijven. Wel zo eerlijk.
Prima idee toch? Begin maar vast te schrijven, Gerda!

* later toegevoegd: 'De moeder de vrouw' blijkt de titel te zijn van een gedicht van Martinus Nijhoff dat over zijn moeder gaat. Oeps. Weer een reden om 'me verdiepen in poëzie' aan mijn lijstje van dingen die ik ooit ga doen toe te voegen. Best een mooi gedicht trouwens (zie link)

(foto van Pexels.com)
Lees verder ...

Met een fles whisky achter het stuur

handelskade curacao tanker

Ik zou een beetje afstand houden van dit witte busje naast ons,' zeg ik tegen echtgenoot. Hij kijkt opzij en ziet nog net wat ik bedoel. De bestuurder maakt van de wachttijd voor het rode stoplicht gebruik om even wat te drinken. Pure Johnny Walker, rechtstreeks uit de fles. Vrij grote kans dat de man een tikje aangeschoten is.
Alcohol in het verkeer is een behoorlijk probleem op het eiland, horen we een paar dagen later op de radio. Het aantal verkeersdoden per jaar is inmiddels opgelopen tot 20. Dat is in verhouding bijna vier keer zoveel als in Nederland.
Er komt een nieuwe wet, die het mogelijk moet maken om rijden met alcohol gemakkelijker aan te pakken. Nu mag alleen de marechaussee nog blaastesten doen, straks mag de politie het ook. Die is nu afhankelijk van de  'dronkemanstest', die inhoudt dat ze mensen over een lijntje laten lopen, hun neus laten aanwijzen en dat soort dingen.
'Daarvoor zak je alleen als je echt straalbezopen bent,' vermoedt echtgenoot als we dat horen. En dan te bedenken dat je in Nederland met twee glaasjes op al niet meer mag rijden. Maar hier zijn ze daar wat gemakkelijker in. Een meisje dat hier woonde vertelde ons eens dat tijdens haar eerste rijles de instructeur haar liet stoppen bij een snack. 'Ik heb dorst,' zei hij. 'Jij ook een biertje?'
Natuurlijk zorgen dit soort verhalen weer voor discussies onder de eilandhervormers (zo noem ik mensen die hier komen wonen omdat ze het eiland zo fijn vinden en dan van alles willen aanpassen naar de maatstaven van 'thuis'). 'Ze' moeten veranderen, 'ze' moeten voorgelicht worden.
Op zich mee eens. Maar er zijn belangrijkere dingen die moeten worden aangepakt, als je het mij vraagt. Er vallen veel meer doden en gewonden door geweld en overvallen. Er zijn nog steeds kinderen die niet of nauwelijks naar school gaan. Echte armoede is een groot probleem. Om maar wat te noemen.
In het verkeer moet je vooral goed opletten hier. Pas op met mensen die whisky drinken achter het stuur. En – zoals een oud grapje zegt – kijk uit als iemand keihard in een rechte lijn rijdt. Die is hoogstwaarschijnlijk te dronken om de kuilen in de weg te vermijden...



:: advertenties ::

(affiliatelinks - als je via één van deze links iets koopt, kost het jou niets extra, maar krijg ik een klein bedrag aan commissie)





Lees verder ...

{creatief} 52 mutsen :: 19 - pastelstrepen



En weer door met de restverwerking. Met drie kleuren Julia van Zeeman op naald 4. Ik wilde doorbreien tot alles op was, maar vond de muts zo groot genoeg. Ik heb nog een heel klein beetje over. Niet genoeg voor nog een muts, maar ik denk dat ik in de toekomst nog wel meer van dit garen zal kopen. Ik vind de kleuren erg mooi en het voelt heerlijk zacht.
Lees verder ...

Vliegen


Eigenlijk is het raar, zo'n vliegreis. Je gaat op 10 kilometer hoogte bijna 1000 kilometer per uur in een aluminium koker. Als je erover nadenkt klinkt het niet als iets wat een verstandig mens zou moeten doen. Youp van 't Hek (dacht ik - correct me if I'm wrong) maakte er al een grapje over: je gaat eerst de pijp uit, dan het hoekje om en uiteindelijk de kist in. Zoiets ja.

Bang om te vliegen ben ik allang niet meer, maar helemaal normaal wordt het nooit. Toch vind ik het vooral leuk. En dat begint al op het vliegveld, want dat is de ideale plek om mensen te kijken. Er is altijd wel wat te zien en sommige mensen zijn behoorlijk extreem.

Nu wil ik niemand veroordelen vanwege zijn of haar kledingkeuze, maar dat ik een beetje vreemd opkeek van het meisje dat in eerste instantie alleen een t-shirt leek te dragen, was toch niet gek. Later zag ik dat er een heel kort broekje onder zat, maar de slofjes-met-bontrand aan haar voeten versterkten het idee dat ze rechstreeks uit bed gestapt en direct naar het vliegveld gereden was. Ze had een bagagewagentje bij zich met een papieren tas erop en droeg een mondkapje, zo'n papieren ding dat ze in operatiekamers dragen. Is het discriminerend om hieraan toe te voegen dat het natuurlijk een Aziatische was? Ik heb het in ieder geval nog nooit gezien bij westerlingen, maar dat kan een gebrek aan mijn wereldkennis zijn.
Wat het hele geval extra komisch maakte, was dat deze dame, die dus overduidelijk bang was voor luchtvervuiling, zonder aarzelen het rookhok binnenwandelde en daar een sigaret opstak. Mijn man en een collegaroker kwamen gniffelend naar buiten en dát kan niemand hen kwalijk nemen...

Helaas was dit de enige komische noot die dag. Niet dat er dramatische dingen gebeurden, maar als op een vlucht van tien uur het entertainmentsysteem niet werkt, merk je dat toch een beetje aan de sfeer. De meeste mensen kijken tien uur films om de tijd door te komen en moesten nu iets anders verzinnen. Er werd veel heen en weer gelopen en af en toe behoorlijk luidruchtig gepraat.

Zelf gebruik ik dat systeem eigenlijk nooit, maar het noodlot besloot dat dit het ideale moment was om mijn e-reader leeg te gooien. Ik deed iets met het schuifje (te lang vastgehouden, denk ik) en toen stond het hele ding weer op fabrieksinstellingen. En zat ik dus zonder mijn van te voren zorgvuldig geselecteerde en gedownloade boeken.
Ik had vier tijdschriften gekocht en heb altijd puzzelboekjes bij me, dus ik had nog wat afleiding kunnen hebben, als de leeslampjes in het vliegtuig gewerkt hadden, want zonder was het te donker. Maar die lampjes waren óf allemaal aan, óf allemaal uit en als passagier had je daar geen controle over. Dat gebeurde gewoon eens in de zoveel tijd als de stewardessen een poging deden om het entertainmentsysteem weer op gang te krijgen. Meestal als ik bijna in slaap gevallen was.

Niet dat slapen goed ging. Ik had het namelijk koud. Heel erg koud. Ook dat was volgens mij niet helemaal de bedoeling. Achterin het vliegtuig was het wel lekker warm, hoorde ik iemand zeggen. Normaal gesproken wordt de temperatuur ook langzaam omhoog gedraaid als je onderweg bent naar de tropen, zodat je kunt acclimatiseren. Maar ik heb tot het einde van de reis in mijn vest en onder mijn deken zitten klappertanden en gewenst dat ik een dikke trui had meegenomen..

Het vliegtuig (een ouderwetse jumbojet met bovenverdieping) was duidelijk aan zijn pensioen toe. In de (lange) wachtrij voor het toilet vroegen twee Curaçaose mannen aan mij wat er boven was. Ik had werkelijk geen idee. "Misschien de heel dure stoelen?" opperde ik. Eén van hen wilde wel even gaan kijken, stond zelfs al halverwege de trap, maar durfde uiteindelijk toch niet. Hun gezellige geklets zorgde wel even voor wat warmte in de kilte, vond ik.

Uiteindelijk kwamen we veilig aan op Curaçao en dat is natuurlijk het belangrijkste. Daar doe je het allemaal voor. De middaghitte die het toestel binnendrong toen de deuren opengingen was een verademing. En het enthousiasme waarmee we onthaald werden door onze huisbaas en de buren was hartverwarmend. "Welcome home!" zei ons buurvrouwtje.
En zo voelde het ook, zelfs al zijn we nog niet echt geëmigreerd en dus maar tijdeljk op het eiland. We zijn weer thuis.
Lees verder ...