30 juni 2020

Het komt goed



Het rommelt op Curaçao. En daar ga ik verder niets over zeggen. Tenminste, niet over hoe ik er persoonlijk over denk. Ik weet namelijk niet precies hoe ik er over denk, want er zitten heel veel kanten aan het verhaal. Daar kun je je als buitenstaander (en dat zijn wij, ondanks dat we er inmiddels al een tijdje wonen, ook nog steeds) geen goede mening over vormen. Vind ik. Ik ben blijkbaar de enige die dat vind, want er zijn enorm veel buitenstaanders die er een heel duidelijke mening over hebben en zich er mee menen te moeten bemoeien. Maar dat terzijde.
Maandag hadden we er behoefte aan om even te doen alsof alles nog normaal was. Dus besloten we een hapje te gaan eten bij ons favoriete restaurant in de binnenstad.
We parkeerden op het plein en wandelden naar het terras. Dat was erg leeg, zelfs voor de huidige omstandigheden. Even twijfelde ik. Was er weer iets aan de hand? Was het verstandig om er te gaan zitten? Maar we werden al welkom geheten met een brede lach. Die direct gevolgd werd door de vraag of we niet tegengehouden waren door de politie, want de stad was een half uur afgesloten geweest. Het meisje wist niet waarvoor, maar maakte zich wel zorgen.
“Op dit moment is dit zo’n beetje het veiligste plekje van Curaçao”, stelde haar baas ons gerust. “Je ziet ze niet, maar het stikt hier van de militaire politie.”
Pas de volgende dag zouden we horen dat de afsluiting het gevolg was geweest van één vredelievende demonstrant aan de andere kant van het water. Tja. Ga ik ook maar niets over zeggen, want ik wéét gewoon niet wat ik ervan vind.
Maar goed, het was alweer voorbij en langzaam druppelden er weer meer gasten het terras op. Wel zo gezellig. In het midden zat een Curaçaose meneer die er blijkbaar de hele middag al zat. Of hij had ergens anders al wat gedronken, dat kon ook. Hij was in ieder geval niet helemaal nuchter meer. En blijkbaar zat hij zwaar te peinzen over alles wat er aan de hand was in zijn land.
Ineens besloot hij actie te ondernemen. Met een zeer luide stem begon hij in het Papiamentu met de serveerster te praten. Ik kon hem niet goed verstaan, ving alleen iets op over Ulandes (Nederlanders).
O jee, dacht ik.
En toen kwam het meisje naar ons toe. “Die meneer wil u een biertje aanbieden. Wilt u dat aannemen?”
Ook een ander Nederlandse stel kreeg een drankje aangeboden.
Ik kon de man nog steeds slecht verstaan, maar de boodschap was duidelijk: hij wilde laten zien dat hij Nederlanders geen kwaad hart toedroeg.
Echtgenoot liep naar hem toe om even met hem te praten en kwam daardoor ook in gesprek met Wendell de Leguanenman, die een tafeltje verderop zat. Hij was daar zonder leguanen, want er waren toch geen toeristen die hem konden betalen om met die beesten op de foto te mogen. Echtgenoot vroeg hoe het ging en hij gaf eerlijk toe dat het niet meeviel, zo zonder inkomen. Helemaal zonder geld zat hij gelukkig nog niet. Dat dachten we al, want anders ga je geen biertje drinken op een terras. Bij een snèk is het veel goedkoper en drinken op het parkeerterrein bij de supermarkt mag ook weer.
Echtgenoot was van plan de dronken man een biertje terug te geven, maar dat lukte niet meer. Hij vertrok al snel, nadat hij zijn laatste flesje per ongeluk náást de tafel neerzette. Misschien maar beter ook dat we hem niet nog een biertje gegeven hadden. Maar zijn bedoelingen waren goed.
En om zijn goede daad voort te zetten, vroeg echtgenoot de serveerster om de leguanenman een biertje van ons te geven. Die was daar enorm blij mee en kwam gezellig bij ons aan tafel zitten. Trots liet hij ons zien dat de NTR hem gefilmd had toen hij zijn mening gaf over de rellen. En die mening gaf hij ons ook nog een keer of zes. Daarna vertrok hij om de laatste bus naar huis te halen.
Voor hij wegliep draaide hij zich nog een keer om. “Het komt goed!” riep hij.
Ik hoop het.

*filmpje staat hier, leguanenman op 2:06

14 mei 2020

Kaalgevreten



Sinds we in dit huis wonen, zijn we voortdurend in gevecht geweest met dieren. Vleermuizen, kakkerlakken, mieren... De meeste zijn op mijn blog de revue wel gepasseerd.
Nu heb ik weer nieuwe vijanden.
Ik heb enorm veel foto’s in mijn archief van van de indrukwekkende leguaan en ik was ook altijd wel gecharmeerd van die schattige kleine salamanders die je hier veel ziet. Ook de vogels die hier dagelijks rondvliegen en concerten geven vond ik fantastisch. Maar nu vind ik ze niet zo leuk meer.

Een half jaar geleden stopte ik wat zaadjes van een papaja in potten. Dat werkte prima. In een mum van tijd had ik plantjes en toen ik die in grote potten gezet had, begonnen ze al snel op boompjes te lijken. Ik hakte en knipte en groef doornstruiken uit tot ik een stuk tuin had waar ik mijn tropische boomgaard wilde planten, hakte nog wat meer in de rotsachtige bodem en plantte uiteindelijk zes papajabomen. Daarna liep ik nog maandenlang bijna dagelijks met gietertjes rond om mijn bomen te begieten. Ze groeiden niet erg snel, maar een mens moet geduld hebben met dit soort dingen. Dacht ik.

Op Facebook zag ik foto’s verschijnen van papajabomen van zes maanden oud, die vol hingen met vruchten. O. Ik keek nog eens goed naar de mijne. Daar was ondertussen niet veel meer van over. Al het blad viel eraf. Ik dacht eerst door droogte, vandaar die gieters. Maar het werd eigenlijk alleen maar erger. Sinds afgelopen maand zijn mijn bomen, die eens zo veelbelovend groen waren, niets meer dan stokken. Af en toe lopen ze een beetje uit, maar de volgende ochtend zijn ze weer kaal.

De meningen over wie het gedaan heeft, zijn verdeeld. Leguanen, vogels, salamanders? Ik vermoed dat het een gezamenlijke actie is. Netten helpen namelijk ook niet. Ik heb de boom die er nog het gezondst uitzag weer in een pot gezet, dicht bij het huis met een net erover. Nu komt er wel blad aan, maar het wordt nog steeds aangevreten. Dat zullen die schattige kleine salamanders wel zijn, denk ik. Die kruipen overal tussendoor. Gelukkig zijn ze zo klein dat ze niet de hele boom kaal eten, dus ik heb hoop dat deze het gaat redden. Voorlopig laat ik hem dus maar in de pot staan, naast het huis. Kijken of ik op die manier over een tijdje wel mijn eigen papaja’s kan oogsten.

En die boomgaard? Geef ik dat idee op? Natuurlijk niet! Tuinieren is voor mij altijd een kwestie geweest van uitproberen en doen wat werkt. Papajas werken dus duidelijk niet, maar mijn bananenboom doet het wel. Die lusten ze niet. Langzaam, maar gestaag groeit mijn zielige stek met een half blad die ik twee maanden geleden op de markt kocht. Ik heb nu anderhalf blad, dus over een paar jaar zou ik toch bananen moeten hebben.
We hebben al vier palmboompjes zelf opgekweekt uit kokosnoten en die doen het prima. Ik ga ook nog een poging doen met de avocadobomen die al opgekomen zijn en de mangopitten die ik net geplant heb. Ananas lusten ze vast ook niet (je kunt de top van een verse ananas laten wortelen en daar groeit dan weer een nieuwe ananas uit) en dan kan ik verder nog experimenteren met kashu (java appels), limoen, zuurzak, dragonfruit en weet ik veel wat nog meer.
Keuze zat. Ik ben nog maar net begonnen…

Eén van mijn papajabomen vóór ik hem in de tuin zette. Al het blad is er nu dus af.

8 mei 2020

Omdat het mag

uitzicht op zee


“Vanaf vrijdag mogen we weer de hele dag zwemmen en elke dag de weg op!” appte echtgenoot enthousiast naar een vriend/collega na mijn samenvatting van de dagelijkse persconferentie van afgelopen dinsdag. (Ik vermoed dat ze dat niet voor niets op 5 mei bekend gemaakt hebben, maar dat terzijde).
“Geweldig! Zaterdag stranddag?” appte hij terug (in het Engels, want hij is Duits, maar dat spreekt echtgenoot dan weer niet).
“Yes!” was ons antwoord.
We hebben een vaste groep kennissen waarmee we regelmatig een stranddagje organiseren. Dat kon dus al twee maanden niet. De lockdown was hier niet intelligent (dat mag je van mij op twee manieren uitleggen) en volledig. Met de auto mocht je alleen voor boodschappen of medicijnen de weg op en dat maar twee dagen per week, die bepaald werden door de eerste letter van je nummerplaat. Wandelen en fietsen mocht na twee weken weer, maar alleen tussen 6 en 9 ’s ochtends en tussen 6 en 8 ’s avonds. Zwemmen mocht in eerste instantie niet, maar een week later toch wel, maar dan alleen ’s ochtends.
Op zich was die maatregel te begrijpen, want "bai landa”(gaan zwemmen) houdt hier voor veel mensen in dat je met een grote groep op het strand rondhangt, barbecuet en af en toe het water in gaat en dat probeerde men te voorkomen.
Wij waren de eerste week vooral heel blij dat we weer mochten zwemmen. Want als je op loopafstand van een strandje woont en de zee de hele dag ziet vanaf je porch, werkplek en eettafel, is het irritant dat je er niet in mag. Maar na een tijdje begon het ons toch te ergeren, die vastgestelde uren. Echtgenoot is geen ochtendmens. Die is voor negen uur helemaal nog niet aan lichaamsbeweging toe. En voor mij is die periode tussen zes en negen de tijd waarin ik hard in de tuin of het huis aan het werk wil, omdat het dan nog koel is. Zwemmen doen we het liefst rond een uur of twee, als het zelfs te heet is om stil te zitten en na te denken. Maar die vrijheid hadden we niet.
Vanaf vandaag dus weer wel. Heerlijk!
En morgen dus die stranddag met vrienden? Nou nee. Het strand waar we naar toe wilden is een betaald strand, dat aangaf de poorten te sluiten zodra er meer dan 100 bezoekers zijn. Er kwam een voorstel om dan een gratis strand te bezoeken, maar dat werd afgewezen door de mensen die eigenlijk alleen maar naar dat ene strand willen. Amerikanen. Die dus fanatiek genoeg zijn (de clichés zijn helaas vaak waar) om al om acht uur ’s ochtends op dat strand te gaan zitten, om er zeker van te zijn dat ze erin mogen. En dat we dat dan allemaal maar moeten doen. Om acht uur!
Echtgenoot was er duidelijk over. “Een van mijn grote ergernissen over de lockdown was verplicht heel vroeg naar het strand moeten”, appte hij. “Dat ga ik dus niet doen.”
Wij gaan morgen met z’n tweeën naar een gratis strand. En als die allemaal te vol zijn, gaan we gewoon even een half uurtje zwemmen op het strandje beneden. ’s Middags. Omdat dat weer mag.

10 april 2020

Het gaat langzaam wat beter :: 8-10 april 2020


Goedemorgen! Het is woensdag. De kat is al aan zijn wasbeurt toe. Ik probeer moed te verzamelen om boodschappen te doen. Ik heb besloten dat ik klaar ben met die hoofdpijnaanval.


Gelukt! En nog redelijk snel ook. Tot mijn verbazing was er geen enkele controle vandaag. Wat jammer was, want daarom zat ik het hele end achter een boot (nou ja, een auto die een boot op een kar achter zich had hangen). Het verplaatsen van een boot leek me geen noodzakelijke reden om op de weg te zijn, maar goed. Het was in ieder geval een zwaar geval, de auto kon het bijna niet trekken heuvelop, dus echt opschieten deed het niet.
De rest van de dag is het weer een ramp met dat hoofd. Ik blijf erbij dat het een gewone hoofdpijnaanval is, maar het duurt wel langer dan normaal.


Ingrediënten voor de avondmaaltijd. Kippendijfilet, taugé, courgette, aubergine en een blikje groene paprikapuree.


Zag er wel artistiek uit en was ook eetbaar, maar die puree is niet voor herhaling vatbaar. Beetje raar bijsmaakje zat er aan (volgens het etiket "a tart and citrussy flavour").


De zon was eigenlijk al onder toen ik aan een foto dacht, maar de lucht vlak erna is ook altijd mooi.

Donderdagochtend. Wat een nacht! Dromen over leeuwen en tijgers die mijn kinderen aanvallen. Dat droom ik wel vaker en volgens mij alleen als ik ziek ben. Maar ik heb nog steeds alleen maar hoofdpijn (geen hoest, geen koorts).


De maan gaat onder, de zon komt op.


Ah, gelukkig. Poes is er ook weer bij.
Ik doe een paar kleine dingen op de computer, maar verder is het weer zo'n dag. Beetje hangen, beetje lezen. Veel hoofdpijn. Meer wordt het niet.
Nieuws hou ik ook niet zo actief meer bij nu, dat scheelt dan weer. Ik kijk wel naar de persconferentie (14 gevallen vandaag), maar haak na een tijdje af om te lunchen. Als we klaar zijn, schakel ik net op tijd weer in om die ene journalist alweer (doet hij bij iedere persconferentie) te horen vragen waarom er niet meer getest wordt. Omdat we er maar 2000 hebben!!! Dat is mijn reactie. Dr. Gerstenbluth legt het wat geduldiger uit.


Dan is het alweer avond en echtgenoot stookt maar weer eens een fikkie in de barbecue.


Ik maak een simpele salade die gaat er altijd wel in (op de barbecue: kippenpoot -ik eet wat filet, echtgenoot kluift-, maïskolven en "imitatie haas" - goedkope, maar lekkere biefstuk).



En dan is de zon alweer onder.


Vrijdagochtend. Redelijk geslapen en ik voel me eindelijk weer wat beter. Ik heb niet eens een foto van de kat vanochtend, is dat even wat... Dit boek is het derde deel van de serie over Lucille, een vijftiger die op geheel eigen wijze  (niet gehinderd door enig inzicht) moorden oplost. Ze worden steeds leuker (beschikbaar op Kobo Plus).


Ik heb bedacht dat het tijd word om wat minder achter die computer te zitten en dat het misschien wel goed is om een (lang) computervrij weekend te nemen, maar ik krijg het benauwd van de belastingaangiftes die ik nog moet doen. Dan die eerst maar afwerken. Het lukt zowaar. Mijn concentratievermogen is dus ook weer een beetje terug. Fijn!



Ik doe ook nog een was,


maak het bed op,


en maak de badkamers provisorisch schoon.
Dan ben ik wel weer doodmoe, maar het voelt goed om in ieder geval de dingen die ik normaal gesproken dagelijks doe weer op te pakken.


Mijn avocado komt eindelijk op! Eigenlijk moet ik dringend wat plantjes verpotten en in de tuin werken, maar dat bewaar ik voor later. Het is wel weer even genoeg geweest voor vandaag. Mijn conditie is wel compleet kwijt de laatste weken.


Nog even mijn blog bijwerken en dan een stukje breien met wat youtube op de achtergrond. Oké, computervrij is het niet, maar het is wel een goed begin van het weekend.

8 april 2020

Dagblog :: 4-7 april 2020

Ik voelde me niet zo lekker de laatste paar dagen. Hoofdpijn. Geen Covid-19 (denk ik - verder geen verschijnselen), gewoon een normale aanval. Maar dat houdt toch ook in dat ik een dag of drie nergens toe instaat ben. Vandaar dat ik even een paar dagen offline was en nu een poging doe tot inhalen.


Zaterdagochtend. Hier gaat het nog wel. Ontbijt voor de kat.


En ontbijt voor ons (gekookte eieren voor mij, gebakken met spek voor echtgenoot).


Ik ben eigenlijk in een ander boek bezig, maar dat is me even te ingewikkeld. Dit is in het Engels, maar verder een simpel en gemakkelijk wie-deed-het-verhaal. Wel leuk, de hoofdpersoon is een dame uit New Jersey (denk aan The Nanny) van mijn leeftijd, compleet met overgangsklachten.
Hier denk ik nog dat de hoofdpijn wel weg zal trekken als ik het een dagje rustig aan doe.


Zonsondergang.


Zondsondergang met kat.


Echtgenoot heeft gekookt. Het is lekker.


Zondagochtend. Poging tot breien, maar ik ben het al snel zat.


Echtgenoot draait muziek.


En ik lees dit boek uit. Deze is wat je van een Vaticaanthriller kunt verwachten. Een oude tekst die alles overhoop kan gooien, heel veel actie en aan het eind blijft de Katholieke Kerk (het instituut) gewoon overeind staan. Onrealistisch, maar onderhoudend.


Vandaag kook ik maar weer eens. Ik hou het simpel.


Smaakt beter dan het eruit ziet.


Hoe ik me ook voel, de zon gaat iedere dag onder. (En weer op, ook gelukkig, maar dat zien we niet zo mooi.)


Deel twee van deze serie, maar ik heb teveel hoofdpijn om me te concentreren.

Maandag. Werken lukt niet erg.


De kat moet weer even.


Ik speel Mah-Yong, lees wat, probeer nieuws te mijden, bel met mijn ouders en doe verder niet veel.

Echtgenoot kookt. Iets met spinazie uit blik. Het ziet er heel vreemd uit (daarom maar geen foto), maar is eigenlijk wel lekker.



Dinsdag is hetzelfde als maandag. Heel erg veel hoofdpijn.
Ik hoop dat het morgen over of in ieder geval minder is, want dat is een van de twee dagen waarop ik boodschappen mag doen en ik heb geen zin om zaterdag te gaan (want vrijdag zijn de winkels dicht en maandag ook - ik verwacht dat het zaterdag extreem druk is, ook met mensen die voor anderen gaan halen). En ja, ik kan ook een lijstje voor echtgenoot maken als het echt nodig is, maar ik ga liever zelf.
Het eten vergeet ik op de foto te zetten (pastasaus met witte bonen ipv pasta).


De zonsondergang is weer mooi.