|
Kerstavond Het dringt pas tot me door dat het vanavond Kerstavond is, als ik de supermarkt binnen wil lopen en zie dat ze al aan het opruimen zijn. Eerder dicht, want het is Kerstavond. Dan viert iedereen feest. Nou ja, bijna iedereen. Ik mag er nog in, dus ik ren gauw langs de half lege schappen en mik wat eten in mijn karretje. Het maakt me niet echt uit wat. Ik heb toch niets te vieren. Ik ben vanavond alleen. Als ik thuis de boodschappen in de kastjes stapel, bedenk ik dat mijn leven toch wel erg veranderd is de laatste maanden. Vroeger zou ik geweten hebben dat het Kerstavond was. Sterker nog, ik zou ernaar uitgekeken hebben. Kerstavond was onze avond. De avond waarop Harry en ik en later onze zoon Mike ons eigen kerstfeest vierden. De kerstdagen waren om heen en weer te rijden tussen de familie en de schoonfamilie maar Kerstavond was van ons. Dan kookte ik iets extra lekkers, maakte ik het huis extra schoon en gezellig en was er voor ieder een fijn cadeau onder de boom. Maar ja, Mike is er niet. Die studeert in de Verenigde Staten en is daar gebleven. Ik snap het wel, ik zou ook wel eens zo’n heerlijk kitscherige kerst mee willen maken. “En voor jullie is het ook wel eens leuk om echt samen te zijn op Kerstavond, net als vroeger” schreef hij nog. Hij kan niet weten wat ik in al mijn brieven verzwegen heb. Dat zijn vader al drie maanden niet meer bij me woont. Het ging eigenlijk nergens over, die laatste ruzie. Maar het was natuurlijk het resultaat van jarenlang kleine dingen opkroppen. Op het laatst was het zo erg dat hij riep: “Ik ga hier gewoon weg” en toen riep ik ”Doe dat!” En hij deed het. Ik heb eigenlijk helemaal geen trek in eten, maar ik bak een paar eieren en leg ze met ham op een boterham. Sinaasappel erbij en het kan er wel weer mee door voor een keer. Ik ben van plan voor de televisie te eten, met een gezellige comedy of een leuke film erbij. Maar alles wat ze laten zien is sentimenteel kerstgedoe. Ik herinner me onze eerste kerst samen nog. We hadden nog maar een paar maanden verkering. Harry had een etentje geregeld in een gezellig restaurant. We aten en we praatten. Dat deden we toen nog, praten. En toen we het toetje op hadden, ging hij op zijn knieën en vroeg me ten huwelijk. Ik veeg een traan uit mijn ooghoek en probeer aan iets anders te denken. Op televisie valt er een Kerstman van het dak. Net als Harry, jaren geleden. Wij waren de eersten in de buurt die ons huis uitbundig versierden. Niet iedereen vond dat leuk maar we hadden er zelf zoveel plezier in. Maar er was één winter, Mike was nog een baby, toen het echt winters koud was. Dat vonden wij juist heerlijk. Dat past bij Kerst. Maar het dak wordt er wel enorm glad van. Harry klom op het dak om een lampje te vervangen. Het was nog zo’n ouderwets snoer, dat het niet doet als er een lampje kapot is. Dus ging hij het dak op, want die dingen moesten branden. Uiteindelijk had Harry ontzettend veel geluk. Hij had er alleen een zwaar gekneusde enkel en een pijnlijke schouder aan over gehouden. Kerstavond werd er wel extra bijzonder door. Je bent extra blij met elkaar als je even denkt dat je hem voorgoed gaat verliezen. Ik vergeet nooit meer het moment dat ik hem zag vallen, en ook niet de opluchting toen hij gewoon zijn ogen opendeed en vroeg: ”Doen ze het?” Ik betrap mezelf erop dat ik voor het eerst sinds maanden met een glimlach aan hem denk. Vertederd over de gekke dingen die hij uithaalt. Zo is hij nu eenmaal. Altijd in voor iets nieuws. Waarom ergerde dat me de laatste tijd zo verschrikkelijk? Ik weet het eigenlijk niet echt meer. Ik sta op en ruim de resten van mijn karige feestmaal op. Het voelt zo kaal om niet uitgebreid te koken op een avond als deze. Ik maakte er een sport van om ieder jaar iets nieuws, iets speciaals op tafel te zetten. Ik moet er eerlijk bij vertellen dat het niet altijd lukte. Maar dat vond hij niet erg. Zelfs toen ik voor het eerst een kalkoen probeerde te braden en ik een heel fout kookboekje gebruikte, waarin de Engelse maten verkeerd vertaald waren. De vulling was te nat en de braadtijd te kort, zodat we een halfgare kalkoen hadden, die dreef in een soort soep van brood en kastanje. Maar Harry lachte erom, sneed de gare delen van de kalkoen en vond het geweldig knap van me dat ik met zo’n slecht recept nog zoiets lekkers op tafel gezet had. Volgens hem was de smaak van de kastanjesoep in de kalkoen getrokken en was het zo een culinair hoogstandje, in plaats van een vreselijke mislukking. Ik nestel mezelf met een kop thee op de bank en trek een tijdschrift naar me toe. Ik blader er een beetje doorheen, tot mijn oog valt op een artikel over een vrouw die bezig is met het verwerken van haar scheiding. Heel toepasselijk. Ook voor mij begint over een tijdje een ander leven. Nu is het nog een beetje half. Hij is weg, maar we hebben nog niets geregeld. Dat zullen we toch moeten doen. Het zit er dan wel in dat we ons huis moeten verkopen. Ik lees hoe moeilijk die vrouw het daarmee had. Ja, dat kan ik me voorstellen. Ik moet er eerlijk gezegd ook niet aan denken. We hebben dit huis met zoveel plezier verbouwd tot het helemaal perfect was. Zelfs mijn allergrootste wens, een echte veranda, is uitgekomen. Dat was een kerstcadeautje van Harry. Ik denk dat hij het liefst het hele bouwsel in één dag uit de grond gestampt zou hebben, om me op kerstavond te kunnen verrassen. Maar dat is natuurlijk onmogelijk. Dus kreeg ik een groot pak met daarin een houten paal en een bouwtekening. En toen het lentezonnetje begon door te komen, zat ik heerlijk op mijn veranda uit de wind te genieten. We hebben daar heel wat heerlijke uurtjes doorgebracht. En natuurlijk staat er elk jaar een kerstboom. Behalve dit jaar dan. Ik heb heel het idee van kerst uit mijn gedachten gebannen denk ik. Waar was ik bang voor? Eigenlijk weet ik wel waar ik bang voor was. Het is al aan het gebeuren. Goede herinneringen wissen de woede die ons scheidde uit. Als ik niet uitkijk draai ik straks zijn nummer om hem te vragen terug te komen. Ik sta op en loop naar het raam. Nee, dat doe ik niet! Als er iemand toe moet geven, zal ik dat niet zijn. Tenslotte is hij degene die weggegaan is. De bel gaat. Mijn hart springt op. Sufferd! Ik lijk wel een verliefde puber. Toch voel ik een brede glimlach op mijn gezicht als ik de deur open doe. Tot mijn teleurstelling is het iemand die de weg vraagt naar de feestzaal die een paar straten verderop zit. In ons wijkje zijn de straten niet erg logisch ingedeeld. Zelfs de navigatiesystemen snappen het niet helemaal. Het komt dus wel vaker voor dat iemand het opgeeft en gewoon ergens aanbelt. Ik leg de man uit dat hij aan de andere kant van onze straat linksaf gemoeten had, in plaats van rechts en sluit de deur weer. Harry vond al die gestrande reizigers een heerlijke bijkomstigheid van onze nieuwbouwwijk. Hij nam altijd uitgebreid de tijd voor een praatje en we hebben er zelfs vrienden aan overgehouden. Zou hij met kerstavond alleen zijn? Vast niet. Hij heeft vast al nieuw gezelschap gevonden. Zo is hij, altijd joviaal en gezellig, altijd mensen om hem heen. Ik ga weer op de bank zitten, maar het tijdschrift wil me niet meer boeien. Ik ben moe, moe van al het denken en van het harde werken dat ik de laatste maanden gedaan heb. Ik heb alles aangepakt, vrijwilligerswerk gedaan en mezelf met allerlei dingen bemoeid, om maar niet te veel alleen thuis te zijn. Dom misschien, want nu val ik in een gat. Ik kan nergens naar toe. Mijn ouders zijn inmiddels overleden en naar mijn schoonouders durf ik niet alleen. Ik weet niet of en hoe Harry hun verteld heeft dat we uit elkaar zijn. Ik begin slaperig te worden. Mijn hoofd begint te knikken en ik geef er maar aan toe. Wat maakt het ook uit? Er is niemand die het ongezellig vind als ik een dutje doe en ook niemand die me bezorgd naar bed stuurt. Ik schrik wakker. Ik doe mijn ogen open en kijk recht in het vertrouwde gezicht van de man die de hele avond niet uit mijn gedachten geweest is. Hij glimlacht. “Lag je weer te dutten? Drukke dag gehad?” Ik knik en wil vragen wat hij komt doen, maar de woorden blijven steken achter de prop in mijn keel. Ik zie teleurstelling op zijn gezicht en zijn stem beeft zelfs een beetje als hij zegt: “Het spijt me. Ik heb te lang gewacht. Ik dacht dat het wel ging, zonder jou. Maar vanavond ging het niet meer. Ik moest de hele avond aan je denken.” Tranen schieten me in de ogen. “Ik ook aan jou.” Er is nog veel te bespreken en er is nog veel op te lossen. Het is niet zomaar fout gelopen en het zal ook niet zomaar weer goed zijn. Maar vanavond is het wel goed. Vanavond is het onze avond. Kerstavond. Geertrude kerst 2009 |