Geertrude Verweij - romans, verhalen, columns - zakelijke teksten - redactie - hulp & advies

Halloweenverhaal :: Geesten bestaan niet (slot)



Inmiddels is de zomer overgegaan in de herfst en nadert het eind van de maand oktober.
Alexander en ik zijn uit eten geweest om te vieren dat zijn nieuwe boek in de bestsellerlijst staat. Hoewel we allebei nog nooit sushi op hadden, hebben we ons er klem aan gegeten bij zo'n all-you-can-eat restaurant. Het was echt een leuke avond, vooral omdat het voor ons allebei nieuw was en we dus werkelijk alles wilden proeven. Zo jammer dat hij nu de sfeer verpest door weer over de geest te beginnen. Wel met een omweg, maar toch. Ik snap direct waar hij naar toe wil.
'Vandaag is het Halloween.' Hij kijkt me onderzoekend aan. 'Geloof je daar ook niet in?'
Ik lach. 'Ik neem aan dat je niet doelt op verklede kinderen en snoep, maar op het feit dat volgens de oude overlevering in die nacht de sluier tussen ons en het hiernamaals dun genoeg is om geesten door te laten?'
'Ja. Je hebt er al meerdere verhalen over geschreven, maar heb je ooit iets gemerkt?'
'Wat denk je zelf? Natuurlijk niet. Het zijn sprookjes. Fantasie.'
Wat ook fantasie blijkt te zijn, is het idee dat Alexander en ik ooit meer dan vrienden kunnen worden. Ik sta er nog steeds voor open, steeds meer zelfs, maar hij geeft nogal wisselende signalen. Hij flirt wel en maakt af en toe een opmerking waarvan ik me afvraag wat hij ermee bedoelt. Maar hij gaat nooit verder dan dat en hij spreekt zich nooit direct uit. Sinds ik erachter kwam dat mijn ex-man er een hele reeks vriendinnen bij had, zit ik er niet op te wachten me hals over kop in een relatie te storten. In ieder geval niet als ik niet zeker weet dat hij het serieus neemt. Dus ik laat het maar bij vriendschappelijk contact, zolang hij dat ook doet. Tenminste, dat is mijn bedoeling. Maar het iedere keer als ik hem zie lijken de vlinders in mijn buik harder tekeer te gaan en ik verspil soms uren met dagdromen over hoe het zou kunnen zijn tussen ons. Soms overweeg ik maar om te schakelen naar het schrijven van romantische boeken, want dat soort verhalen spoken voortdurend door mijn hoofd.
Het verhaal over het dienstmeisje is klaar. Hoewel dit verhaal realistischer en duisterder is dan mijn andere boeken, is mijn uitgever heel enthousiast. Maar ik heb voorlopig genoeg van dit soort ellende en denk dat mijn volgende boek iets met elfjes en kabouter wordt.
'Zal ik vannacht hier slapen?' vraagt Alexander aarzelend. 'Het zit me echt niet lekker dat je hier alleen blijft. Met Halloween is de geest altijd een stuk actiever. Soms vliegen de meubels door het huis.'
'Hoe weet je dat? Dat kun je echt niet gezien hebben vanuit jouw huis.'
Hij grijnst. 'Ik ben journalist en schrijver. Het leek me wel inspirerend om eens een nacht in een spookhuis door te brengen, zeker met Halloween. Vorig jaar heb ik mezelf binnengelaten.'
'Heb je ingebroken, bedoel je.'
'De deur was niet op slot. Maar ik ben niet lang gebleven, want ze bekogelde me met alles wat ze kon vinden.'
Ik kijk hem onderzoekend aan, maar zijn gezicht staat ernstig. Ook de twinkel in zijn ogen, die hem normaal gesproken verraadt als hij me plaagt, ontbreekt. Is het dan toch waar wat hij vertelt? Onzin. Ik ben bereid te accepteren dat hij het oprecht gelooft, maar er moet een logische verklaring zijn. En het wordt tijd dat hij dat ook gaat inzien.
'Misschien moet je inderdaad maar blijven,' zeg ik berustend. 'Niet omdat ik bang ben, maar om te bewijzen dat er geen geest is. Ik zou graag willen dat we het daarover eens werden.'
'Heb jij ook het idee dat ze tussen ons in staat?' Hij legt aarzelend zijn hand op de mijne. 'Ik bedoel... je weet toch wel dat ik iets voor je voel?'
'Ik hoopte het,' geef ik toe. 'Maar waarom laat je dat niet gewoon merken?'
'Omdat...' Hij gebaart naar de lamp die begint te rammelen. 'Daarom.'
Ik trek mijn wenkbrauwen op. 'Er reed een tractor veel te hard voorbij. Dan schudt het huis. Dat is niet zo gek voor een oude dijkwoning, hoor.'
'Volgens mij is het de geest. Ik ben bang dat ze jou iets aandoet als je een relatie met me begint. Ze heeft een hekel aan mannen.'
'En dat geloof je echt.' Ik vraag het niets eens, ik stel het vast. En ik weet niet wat ik ermee moet. Want verder vind ik hem geweldig. Hij is intelligent, knap, lief, attent, nou ja. Alles dus. Ik ben eigenlijk gewoon smoorverliefd op hem. Maar dat gezeur over die geest...
'We zullen het vannacht zien. Je mag in mijn bed slapen, dan weet je meteen of de geest daar een probleem mee heeft.'
Hij lacht, maar schudt zijn hoofd. 'Niet vannacht. Ik weet dat je het idioot vindt, maar ik heb het zelf gezien. En ik ben bang dat ze jou ook iets aandoet als ik naast je lig. Maar ik neem graag een optie op dat plekje voor later. Eventueel in mijn huis.' Nu zie ik wel die twinkel in zijn ogen.

We gaan om een uur of elf naar bed. Tot die tijd is het rustig, al rijdt die tractor nog een paar keer voorbij. Ik moet die boer er toch eens op aanspreken, want het wordt nu wel heel erg.
Ik ga naar mijn slaapkamer, Alexander kruipt met een deken op de bank, want ik heb wel kamers over, maar geen extra bedden.
Het voelt vreemd, zo'n man in huis, maar ik vind het eigenlijk wel een prettig idee. De grappenmaker die elke volle maan alle ramen openzet, zal nu niet binnen durven komen. Behalve intelligent, knap, lief en attent is Alexander ook groot en sterk.

Ik word wakker omdat ik het koud heb. Het raam staat weer open. En ik hoor iemand fluisteren. Is dat Alexander? Of de grappenmaker?'
'Indringer! Indringer!'
Het is een rare fluisterstem, alsof iemand eigenlijk wil schreeuwen, maar het niet kan. Ik doe mijn ogen open en dan zie ik haar staan. Vaag, maar overduidelijk een vrouwenfiguur in een ouderwetse lange jurk met veel kant. Het dienstmeisje? Droegen die dit soort kleding?
'Indringers moeten weg!' zegt ze. 'Geen mannen in dit huis.'
Ik droom, dat is duidelijk. Kan ook niet anders, na het gesprek met Alexander. Ik besluit mee te spelen en zeg: 'Waarom?'
'Mannen zijn slecht,' sist de stem. 'Niet mijn fout, maar de zijne.'
Met de helderheid die je soms in dromen hebt, gecombineerd met de gegevens die Alexander opgedoken heeft, begrijp ik het direct. 'Jij bent de vrouw des huizes, niet het dienstmeisje. Hij bedroog je in je eigen huis en heeft je het ziekenhuis ingeslagen toen je hem erop aansprak. En je blijft rondspoken omdat je heen en weer geslingerd wordt tussen wroeging en wraakgevoelens. Je hebt haar vermoord en daarna jezelf om hem te kwetsen.'
'Zijn schuld! Mannen zijn slecht. Zij was slachtoffer, maar ik ook.'
Een steeds sterker wordende luchtstroom waait door mijn kamer. Ik blijf kalm. Het is tenslotte maar een droom.
'Jouw man was slecht, maar niet alle mannen zijn zo. Alexander is goed.'
'Hij is een man. Indringer. Moet weg!'
De wind begint te suizen. De geest begint te verdwijnen. Gaat ze naar beneden, naar Alexander?
'Doe hem geen kwaad! Ik hou van hem.'
Het is eruit voor ik het weet, maar ik besef dat het waar is.
'Dom. Hij zal je bedriegen. Net als je ex.'
Hoe weet ze dat? Omdat het een droom is, natuurlijk. Dat komt uit mijn eigen onderbewustzijn.
'Alexander is heel anders dan mijn ex. En bovendien heb ik liever de illusie dat het deze keer wel goed komt, dan de eenzaamheid van een heel leven zonder risico.'
Dring ik tot haar door? Hoe denkt een geest?
'Mijn man was slecht.' Een lamp vliegt door de kamer en breekt in stukken. 'Slecht! Slecht!' De spiegel breekt en twee schilderijen vallen van de muur.
Oké. Nu begin ik toch bang te worden. Het begon als een rare droom, maar nu is het een nachtmerrie. Ik hoor beneden ook van alles vallen.
'Laat hem met rust! Alexander kan hier niets aan doen. En dankzij hem weten we dat je man zijn verdiende loon heeft gekregen.'
Ineens wordt het doodstil en de schim verschijnt weer. Ik kijk naar haar gezicht, dat te vaag is om er een uitdrukking op te zien.
'Verdiende loon?'
'Wist je dat niet? Alexander heeft me geholpen met uitzoeken wie hier gewoond heeft en wat er gebeurd is. Toen jij en je dienstmeisje dood waren, is je man verhuisd.'
'Ander huis, andere vrouwen,' sist ze.
'Ja, de eerste maanden. Maar toen liep hij een geslachtsziekte op, syfilis. En aangezien in die tijd antibiotica nog niet bestond, is hij er, na een heftig ziekbed, aan overleden. Alleen, in het armenhuis, want zijn laatste vriendin heeft hem nog bestolen ook.'
'Verdiende loon!'
'Absoluut.'
'Geen wraak nodig.' Het klinkt alsof ze erover nadenkt.
'Nee, je kunt het nu loslaten.' Zou het zo simpel zijn? Men zegt dat spoken blijven hangen tussen leven en dood omdat ze denken dat ze iets moeten afhandelen. Was dit het voor haar?'
Ineens komt de koude luchtstroom terug. 'Beneden! Nu!'
Het klinkt zo dwingend dat ik gehoorzaam opsta en de trap afloop. Wat een rare droom was dat. En ben ik nu wakker? Volgens mij wel.
Ik duw de huiskamerdeur voorzichtig een stukje open om te kijken of Alexander slaapt en zie hem in een rare houding op de grond liggen. Angstig loop ik naar hem toe. Hij is bewusteloos. Ademt wel, maar moeilijk. Ik grijp mijn telefoon en bel 112.
De ambulance arriveert tien minuten later. 'Allergische reactie,' constateert de man die hem onderzoekt. 'Heeft hij iets verkeerds gegeten?'
'Niet dat ik weet.' Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat de geest dit veroorzaakt heeft, maar ineens schiet me iets te binnen. 'Schaaldieren. We hebben vanavond sushi met schaaldieren gegeten en hij zei dat hij die nog nooit gegeten had. Kan hij daar allergisch voor zijn?'
De ambulancemedewerker geeft Alexander een injectie. 'Dat zal het waarschijnlijk zijn. Dit zou moeten helpen. U was er gelukkig op tijd bij.'
Dankzij de geest, bedenk ik, maar dat zeg ik maar niet hardop. Niet tegen de ambulancebroeders in ieder geval.

Als ik Alexander drie dagen later volledig hersteld uit het ziekenhuis gehaald heb, vertel ik eerlijk wat ik gedroomd heb.
'Maar je blijft erbij dat het een droom was?' glimlacht hij.
Ik haal mijn schouders op. 'Voor mijn eigen gemoedsrust. Maar ik moet eerlijk toegeven dat ik twijfel. Het voelde allemaal wel heel echt.'
'Hoe dan ook, het leven is te kort om te blijven twijfelen. Dat leer je wel, als je bijna het loodje legt. Dus of ze het er nu mee eens is of niet, ik ga er gewoon voor. Ik hou van je, Viola. En ik wil de rest van mijn leven samen met jou doorbrengen. Als jij hier graag wilt blijven wonen, leer ik wel gewoon leven met een opstandige geest. Het zal wel wennen.'
'Ik denk niet dat dat nodig is. Er zit nog een klein vervolg aan mijn verhaal.'
Terwijl ik vertel hoe ze me naar beneden stuurde en dat ik daardoor op tijd bij hem was, zie ik de gordijnen bewegen. Dan beginnen de kopjes zachtjes te rinkelen.
Alexander glimlacht en kijkt in de richting van het raam. Ik zie niets, maar hij blijkbaar wel. 'Bedankt,'zegt hij en ik begrijp dat hij het niet tegen mij heeft. 'Je mag het loslaten. Ik zal haar niet bedriegen. Echt niet. Geloof me. Ik hou van haar.'
Ik voel een warme luchtstroom langs mijn gezicht en dan is het weer stil.
'Volgens mij is ze nu voorgoed weg,' zegt Alexander schor.
'Ik denk het ook,' zei ik. Maar helemaal verdwijnen zal ze nooit, in ieder geval niet uit mijn gedachten. Mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Niet alleen vanwege Alexander, maar ook omdat ik het eigenlijk niet meer kan ontkennen. Misschien bestaan geesten toch wel...




~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het eerste deel van dit verhaal kon je hier lezen. Het tweede deel staat hier.
Wil je dit verhaal in zijn geheel wilt kunnen downloaden als pdf of e-pub? Wordt lid van mijn nieuwsbrief! (bij inschrijving krijg je een downloadlink naar een ander verhaal, de link naar dit verhaal staat in de nieuwsbrief van 25 oktober, die je nagestuurd krijgt als je je inschrijft voor 10 november)

2 opmerkingen:

  1. Wauw wat gaaf! Zo kort verhaal en ik zat er helemaal in! (en dat terwijl ik momenteel heel slecht kan focussen op een boek). Top geschreven! Mina

    BeantwoordenVerwijderen

Wat leuk dat je wilt reageren!
Ik lees alle reacties en meestal antwoord ik ook, al kan dat soms een paar dagen duren.

Helaas moeten sommige mensen 'bewijzen dat ze geen robot zijn' door op plaatjes te klikken.
Sorry daarvoor, ik kan het niet uitzetten (heeft met cookie-instellingen van blogger te maken).
Mailen mag ook altijd (geertrude@geertrude.nl)