Geertrude Verweij - romans, verhalen, columns - zakelijke teksten - redactie - hulp & advies

Kleuters

“Ze zijn wel een meter hoger dan toen ze kleuters waren, maar verder is er niets veranderd.” zei ik tegen de fietsenmaker. De dochters stonden te wachten tot ik afgerekend had en zij hun gesmeerde en gerepareerde fietsen weer mee konden nemen, maar dat ging weer eens niet zonder te kibbelen.
Verder zijn ze heel lief en ze worden in hoog tempo volwassen, maar dat gekibbel is om gek van te worden.
Natuurlijk heb ik “boter op mijn hoofd” (vindt u dat ook geen rare uitdrukking? Ik wel), want ik herinner me intense kibbelpartijtjes met broertje en zusje van toen ik zelf die leeftijd had. Blijkbaar hoort dat ook bij volwassen worden.
Het probleem is alleen dat ik er twee van ruim zeventien heb, die dus precies op de grens tussen puber en adolescent zitten. Dubbele emoties, dubbele probleempjes, dubbelen examenstress,  dubbel gedoe. En dan heb ik er ook nog een van bijna zestien. Die is dus op het hoogtepunt van haar puberteit. Wat zich vooral uit in boosheid. Ze kan werkelijk overal kwaad om worden. En als ze al de moeite neemt om zich te beheersen (dat moet ik toch wel even vermelden, ze doet haar best), dan heeft ze nog de pech dat ze zo’n elastieken gezicht heeft.
Als ze dat ooit onder controle krijgt, kan ze goud verdienen op het toneel. Nu is het echter alleen maar lastig, want als iets haar niet bevalt, is dat overduidelijk te zien. De wenkbrauwen zakken, de onderlip gaat naar voren en de mondhoeken naar beneden. En meestal doet haar lichaam mee met inzakkende schouders en doorgezakte heupen. Nogmaals, als ze het onder controle krijgt, is het een geweldig talent. Maar nu roept het vooral ergernis op. Bij mij, maar ik heb dus geleerd om het te relativeren, maar in het bijzonder bij haar zussen.
Die worden dan ineens weer volop puber. Of kleuter, want dat verschilt dus alleen in lengte. Echt waar, laat al die boeken over opvoeden maar in de winkel staan. Pubers zijn kleuters met meer lichaam en iets meer levenservaring. Maar verder zijn ze hetzelfde.
Dus zegt er één: “Ja hoor, ze is weer boos!” En reageert onze vrolijke jongste met een kattig: “Ik ben helemaal niet boos.”
En dan wordt er gekibbeld over de vraag of ze boos is en waarom dan wel. Uiteindelijk wordt er dan van alles bij gehaald, van jaren terug soms en totaal ongerelateerd aan de eigenlijke reden van boosheid, die dan inmiddels allang weer vergeten is. Wat dat betreft zijn het dan net weer volwassenen. Maar ja, die gedragen zich op zo’n moment ook als kleuters.
Nu lijkt het net of ze voortdurend kibbelen. Dat valt dan ook wel weer mee. Het is alleen dat ik er zoveel werk aan heb. Want ik heb een hekel aan ruzie en probeer dus altijd zo snel mogelijk al die onderlinge irritaties op te vangen. Wat betekent dat ik eindeloze gesprekken voer met de hoofdpersonen van elk kibbelpartijtje. En die gesprekken gaan dus ook via allerlei omwegen. Want een puber (en dat is dan wel anders dan bij kleuters) heeft de hele wereld op zijn of haar nek. Het heden is zwaar, de toekomst is zwaar en het verleden was ook niet alles.
Voor mij zijn die gesprekken erg vermoeiend. En het helpt ook lang niet altijd. Het helpt nooit eigenlijk.
Dus ga ik een nieuwe regeling invoeren: komen praten over de problemen des pubers mag altijd, maar kibbelpartijtjes worden genegeerd of vriendelijk doch dringend verzocht zich te verplaatsen naar een plek waar ik er geen last van heb.
Ik moet dat alleen wel even duidelijk doorgeven. Want ik heb dit al een keer geprobeerd. Een dochter was vreselijk aan het stressen, met deuren aan het gooien en aan het stampvoeten. En ik negeerde dat volkomen. Ik zat op de bank en breide (gelukkig met dikke naalden, want anders had ik ze waarschijnlijk van emotie verbogen) en reageerde totaal niet. Later gaf deze dochter toe dat ze nog bozer was geworden omdat ik niet op het geraas afkwam. Dat doe ik normaal gesproken dus altijd.
Nee, dat moet veranderen! Wie een probleem heeft komt dat in het vervolg maar rustig vertellen. Andere signalen worden niet meer verwerkt.
Nu nog zorgen dat ik die andere signalen niet meer opvang ook. Maar dat zal niet meevallen. Ik ben ooit gevallen met de brommer, omdat ik van slag was door ruziënde vreemden in de supermarkt. Zo gevoelig ben ik ervoor.
Wat denkt u. Zou zo’n alu-hoedje werken?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Wat leuk dat je wilt reageren!
Ik lees alle reacties en meestal antwoord ik ook, al kan dat soms een paar dagen duren.

Helaas moeten sommige mensen 'bewijzen dat ze geen robot zijn' door op plaatjes te klikken.
Sorry daarvoor, ik kan het niet uitzetten (heeft met cookie-instellingen van blogger te maken).
Mailen mag ook altijd (geertrude@geertrude.nl)