Literatuurboeken die ik wél kon waarderen



Ik ben een cultuurbarbaar. De boeken die ik lees vallen over het algemeen absoluut niet onder de noemer literatuur en de boeken die ik schrijf al helemaal niet.
Dat deert me niet echt. Tenslotte lees ik om te ontspannen en van literatuur ontspan ik nu eenmaal niet. Toch denk ik wel eens dat ik misschien eerder geneigd was om literatuur te lezen als ik dat niet gedwongen had moeten doen op de middelbare school. Ik blijf het een raar systeem vinden om jongeren te verplichten boeken te lezen waar ze over het algemeen nog helemaal niet aan toe zijn. Het draagt misschien een beetje bij aan de algemene ontwikkeling (hoewel ik dan eerder zou voorstellen bloemlezingen te maken die klassikaal besproken worden), maar het helpt in ieder geval niet om jongeren die niet graag lezen liefde voor boeken bij te brengen.
Ik heb eerlijk gezegd geen idee hoeveel boeken er tegenwoordig gelezen moeten worden. Mijn oudste dochters (die net als ik VWO deden) moesten er 10 voor Nederlands en 3 voor elke buitenlandse taal, maar dat mochten ook vertalingen zijn. Ik vond dat een lachtertje, eerlijk gezegd. Ik moest er 30-35 voor Nederlands (er was een puntensysteem waardoor sommige boeken zwaarder telden) en 15 per taal, in de oorspronkelijke versie.
Ik vond het een ramp, dat weet ik nog wel. Niet dat die hoeveelheid boeken me dwars zat. Ik las toen ook al heel veel en ik wisselde de literatuur af met romannetjes van Leni Saris en soortgelijke schrijfsters.
Het probleem was dat het niet mee viel om boeken te vinden die me aanspraken en ik wilde eigenlijk niet verder lezen als ik een boek "stom" (=te grof, te saai of gewoon niet boeiend) vond. Dat laatste heb ik na verloop van tijd opgegeven, want ik kwam er op die manier echt niet. Blijkbaar is het grootste deel van de literaire boeken (in mijn ogen) grof, saai of niet boeiend. Dus las ik de laatste stapel gewoon omdat het moest.
Toch stonden er een aantal boeken op mijn lijst die ik wél kon waarderen of die me om een andere reden dan pure afkeer bijgebleven zijn. Om het culturele niveau van dit blog eens op te krikken zal ik eens proberen of ik daar een lijstje van kan maken...

1. Hersenschimmen van Bernlef
Geen ontspannend verhaal, maar een knap inzicht in de geest van een dementerende man. Ik vond het naar om te lezen, maar tegelijk heeft het me zo aangegrepen dat ik er af en toe nog over nadenk.

2. Kees de Jongen van Theo Thijssen
Ik schreef al eerder dat ik Theo Thijssen een enorm goede schrijver vind. Ik heb dan ook echt genoten van Kees de Jongen. Zijn gedachten, zijn kijk op de wereld, zijn fantasie, alles wordt zo goed uitgewerkt en beschreven dat je hem echt gaat begrijpen.

3. Het gouden ei van Tim Krabbé
Ik heb even getwijfeld of ik dit boek in deze lijst wilde opnemen. Ik vond het namelijk destijds echt verschrikkelijk eng en ik heb het nooit meer willen lezen. Maar het heeft dus wel enorme indruk op me gemaakt.

4. Ontaarde slapers van Ward Ruijslinck.
Ik zou het boek weer eens moeten lezen om het verhaal weer helemaal helder te krijgen, maar de strekking is me wel bijgebleven. Toen de hoofdpersonen eindelijk een klein beetje wakker werden, bleken ze toch gelijk te hebben over de zinloosheid van het bestaan. Geen fijn boek voor een puber, maar het zette me destijds wel aan het denken.

5. De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde.
Mijn ouders hadden dit boek in de kast staan en de titel sprak me aan. Ik herinner me er niet veel van, maar weet nog wel dat het iets sciencefictionachtigs had, wat ik wel kon waarderen. Deze wil ik eigenlijk binnenkort wel weer eens lezen.

6. Wampie van A. den Doolaard
Eigenlijk was dat een tussenvorm. Want hoewel dit boekje op de lijst met toegestane boeken stond, was het meer een romannetje dan literatuur. Hoewel ik me nu afvraag of ik destijds misschien een diepere laag in het verhaal gemist heb. Misschien ook nog eens proberen te pakken te krijgen.

Later toegevoegd: ik heb erop gegoogled en nee, Wampie is inderdaad gewoon een gezellig luchtig boek en zo was het ook bedoeld. Zie hier wat A. den Doolaard er zelf over zegt.


7. (voor Duits) Das lied von Bernadette van Franz Werfel
Dit boek was zo dik en ingewikkeld dat ik het mocht tellen als twee boeken. En toch las ik het met heel veel plezier. Het vertelt het verhaal van het meisje Bernadette dat ten grondslag ligt aan het bekende bedevaartsoord. Het begint voor de Mariaverschijning en eindigt als Bernadette een oude vrouw is. Ik vond het vooral heel treffend dat Bernadette zelf de toestanden rond de bron helemaal niet zo fijn vond.

8. (voor Engels) Animal Farm van George Orwell
Ik was nog te jong om echt te waarderen hoe knap dit boek geschreven was, maar vooral de uitspraak "iedereen is gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen" is me altijd bijgebleven.

9. (voor Engels) And then there were none (Ten little niggers) van Agatha Christie
Het boek dat een levenslange liefde voor Christies boeken in gang zette. Het was een verplicht nummer, maar ik genoot er zo van dat ik het drie keer las. Zo knap opgezet, zo slim uitgewerkt. Ik vind het nog steeds één van haar allerbeste boeken.

10. (voor Engels) Twelfth night van William Shakespeare
We lazen verplicht Romeo en Juliet, waar ik weinig aan vond (te dramatisch met al die zelfmoorden uit liefde). We gingen met de hele klas naar Othello en dus las ik die ook. Ik vond het een boeiend verhaal, maar al die jaloezie begreep ik niet helemaal. Op dat punt had ik het wel gehad met Shakespeare. Maar toen zag ik op televisie Twelfth Night. En dat vond ik een geweldig verhaal, met de nodige liefdesverwikkelingen en persoonsverwisselingen.
Ook dit boek zou ik nog wel een keer willen lezen.Misschien ben ik dan toch niet zo'n cultuurbarbaar als ik dacht...


(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)

lees verder ...

{gelezen} Het huis in de vallei van Roisin McAuly



De tekst op de titelpagina trok me aan: Vier mensen, drie geheimen, twee liefdesverhalen, één huis. Dat klonk intrigerend. De samenvatting achterop beviel me ook wel. Dat is voor mij genoeg reden om een boek te gaan lezen (niet om het te kopen, als ik eerlijk ben - maar dat is een ander verhaal, dit boek kwam uit een stapel die iemand anders wegdeed).
Het verhaal was inderdaad wat me beloofd werd. Een mooie roman met twee hoofdpersonen en hun eigen liefdesverhaal, een paar onverwachte wendingen, een lichte dosis spanning en een mooi oud huis als middelpunt van alle gebeurtenissen.
Maar het was ook meer dan het beloofde.

Oudere hoofdpersonen

Het verhaal wordt in de ik-vorm afwisselend verteld vanuit het perspectief van Louise en Diana. Tot mijn verrassing (en vreugde) waren beide vrouwen nu eens niet jong en mooi en in de bloei van hun leven. Niet dat ik dat soort boeken niet lees, maar nu ik zelf dichter bij de vijftig dan bij de veertig zit (ik wilde eerst schrijven "aan de verkeerde kant van de veertig", maar wat is daar eigenlijk verkeerd aan?) is het af en toe wel prettig om te lezen over vrouwen die ook niet piep meer zijn. Louise is eenenveertig en Diana tweeënzestig. En toch gaat het verhaal nu eens niet over oud zijn en alle problemen die daar bij horen (hoewel Louises dementerende tante Lucy van negentig ook een grote rol speelt), maar gewoon over vrouwen die nog midden in het leven staan en zelfs nog aan een (nieuwe) relatie durven beginnen. Louise heeft een drukke baan bij een filmmaatschappij en woont alleen, Diana is weduwe, woont bij haar veel jongere en gescheiden broer Henry en runt een tuincentrum.

Noord-Ierland

Wat ook niet op de achterkant vermeld stond, was dat de problematiek van Noord-Ierland een grote rol speelt. Hoewel het boek uitkwam in 2008, speelt het verhaal zich af aan het einde van de jaren '90. Ik moet tot mijn schande toegeven dat ik heb moeten opzoeken waarom de schrijfster daarvoor gekozen zou hebben. Ik weet bar weinig over de geschiedenis van Noord-Ierland, al ben ik natuurlijk wel opgegroeid met nieuws over aanslagen van de IRA en dat soort dingen. Op Bloody Sunday was ik één jaar oud, dus ik hoef mezelf niet verwijten dat ik niet wist waar dat precies over ging, maar eigenlijk is het wel vreemd dat er tijdens de geschiedenis- en/of maatschappijlessen op school zo weinig aandacht aan lopende conflicten besteed werd, terwijl we toch wel degelijk geacht werden de actualiteit in de gaten te houden.
Wikipedia vertelt me dat in er 1998 een akkoord bereikt werd, waardoor Noord-Ierland zelfbestuur kreeg en er een einde aan de grootste problemen (want helemaal voorbij is het nog steeds niet) kwam.
Louise komt uit het Noord-Ierland van voor dat akkoord. Haar broer was bij de IRA, haar vader stierf aan een hartaanval nadat het gezin bedreigt werd door Britse soldaten. Ze wordt verliefd op de door en door Engelse Henry. In eerste intantie is ze opgelucht dat hij Katholiek is, maar het verschil in hun achtergrond zorgt toch voor een - begrijpelijke - verwijdering. In het boek wordt wel een paar keer opgemerkt dat het allemaal beter is geworden, dus ik denk dat dat de reden is voor de keuze van de tijd waarin het speelt. De schrijfster zelf is ongeveer even oud als Louise, groeide op in Noord-Ierland en woont al jaren in Engeland, dus ik vermoed dat ze wat eigen ervaringen in het boek verwerkt heeft.

Al met al een boeiend boek dat dieper gaat dan je in eerste instantie verwacht.

https://partnerprogramma.bol.com/click/click?p=1&t=url&s=10760&f=TXL&url=https%3A%2F%2Fwww.bol.com%2Fnl%2Fp%2Ffinding-home%2F1001004010501929&name=findinghome
(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)

Bij bol.com vond ik alleen de Engelstalige versie, maar bij onze bibliotheek is de Nederlandse versie wel verkrijgbaar.
lees verder ...

{schrijftips} Hoe maak je je karakters levensecht?


Je kunt nog zo'n goed plot verzonnen hebben, maar als je hoofdpersonen vlak en oninteressant zijn, is de kans groot dat niemand je verhaal uitleest. Lezers moeten zich kunnen inleven en dat kan alleen als je karakters levensecht zijn. Maar hoe doe je dat?
Een paar tips:

1. In de loop van je verhaal moet er iets aan je hoofdpersoon veranderen. Vooral het overwinnen van persoonlijke problemen of zwakke punten is iets waar je lezers zich in kunnen herkennen. Sofie uit Incognito worstelt bijvoorbeeld met haar angst voor de roddelpers en Nina uit Tegenstelling denkt dat ze dom is omdat ze dyslexie heeft. In de meeste schrijfcursussen wordt dit "inner conflict" genoemd.

2. Je hoofdpersoon moet daarnaast minstens één groot probleem met de buitenwereld hebben. Dat is sowieso nodig om een verhaal te kunnen schrijven (er moet tenslotte iets gebeuren), maar het zorgt er ook voor dat je lezers mee gaan leven. Als je hoofdpersoon alleen maar vanaf de zijlijn toekijkt hoe anderen problemen hebben, is dat een stuk lastiger.
Die problemen kunnen natuurlijk alle kanten op. In Erfgoed probeert Donna een moord op te lossen, in  Thuisgekomen wordt Stella gestalkt door iemand die op haar verdwenen man lijkt en in Alleen is maar alleen draait het vooral om het onbegrip tussen de twee zussen die de hoofdrol spelen en de problemen van het zoontje van één van hen.

3. Hoewel mijn boeken er om bekend staan dat er vrij gewone mensen de hoofdrol in spelen, ontkom  ik er ook niet aan: een karakter is toch net iets boeiender als er iets bijzonders met hem of haar aan de hand is. Dat kan uiterlijk zijn (bijvoorbeeld Sofie's opvallende rode haar) of een talent (Stella's tekentalent of Nina's breikunsten), maar ook minder duidelijk aanwezig als karaktereigenschap (bijvoorbeeld de manier waarop Vera in Alles onder controle bezig is met orde en regelmaat). Het geeft je hoofdpersonen diepte en dat maakt ze levensechter.

4. Gun je lezers af en toe een kijkje in het hoofd van je hoofdpersoon. In mijn boeken schrijf ik over het algemeen vanuit het perspectief van de hoofdpersoon en verwoord daarbij ook wat die persoon denkt, maar ook in boeken waarin actie belangrijker is, geeft het net iets meer diepte aan een hoofdpersoon als je af en toe leest wat hij of zij denkt. Ook voor jou als schrijver is het fijn om af en toe echt in je karakters te kruipen. Op die manier heb je het eerder door als een bepaalde reactie onlogisch is.

5. Werk een persoon van te voren niet al te gedetailleerd uit. Ik ga hiermee in tegen een gevestigde mening, daarvan ben ik me bewust. Op schrijversfora circuleren lijsten die je zou moeten invullen om je hoofdpersoon te leren kennen en dat zijn soms boekwerken op zich, met tientallen, soms zelfs honderden, vragen die je moet beantwoorden.
Van mij mag iedereen dat doen als hij of zij dat wil, maar persoonlijk vind ik het onzin. Natuurlijk moet je een beetje een beeld hebben bij je personages en het kan handig zijn om daar wat aantekeningen bij te maken. Maar waarom zou je tijd besteden aan het nadenken over sterrenbeelden, lievelingskleuren, politieke orientatie, favoriete muziek, favoriete windrichting, en weet ik veel wat nog meer zolang dat er in je verhaal helemaal niet toedoet?
Geef jezelf (en je hoofdpersonen) de kans om dat soort dingen in de loop van het schrijfproces toe te voegen. Hoe verder je in je verhaal komt, hoe beter je een persoon leert kennen.
Ik wist van te voren helemaal niet dat Nina breide en zeker niet dat ze er zo goed in was. En het was ook een verrassing voor me dat Donna zo dol was op paardrijden.
Dat maakt schrijven nou juist zo leuk!

lees verder ...

5 favoriete vrouwelijke hoofdpersonen



Een tijdje geleden realiseerde ik me dat ik de laatste tijd toch weer neig naar boeken met vrouwelijke hoofdpersonen. Dat is niet altijd zo (ik lees ook vaak dezelfde boeken als echtgenoot), maar soms heb ik zo'n periode. En dat is altijd zo geweest. Blijkbaar heb ik af en toe een soort vrouwelijke inspiratie nodig en die vind ik dan in hoofdpersonen van de boeken die ik lees.
Een paar van mijn favoriete heldinnen:

1. Scarlett o'Hara (uit Gejaagd dor de wind van Margaret Mitchell)
Ja, ik weet het. Ze is verwend, eigenwijs en soms (nou ja, vaak) keihard en egoïstisch. Bovendien kan ik haar blinde liefde voor die sullige Ashley niet echt begrijpen. Maar ze heeft een enorm sterk karakter en doet wat er gedaan moet worden om haar familie te beschermen en dat vind ik bewonderenswaardig.

2. Kinsey Millhone (uit de Alfabetserie van Sue Grafton)
Deze vrouwelijke detective is ook al behoorlijk eigenwijs. Ze eindigt haar avonturen meestal met (zware) verwondingen na een confrontatie met een misdadiger of moordenaar. Behalve haar vriendschappelijke relatie met haar bejaarde buurman houdt ze het met geen enkele man lang uit en dat heeft voor een groot deel met haar karakter te maken. Maar ze is ook slim en doortastend en doet alles om onschuldige slachtoffers te beschermen.

3. Abra Walsh (uit Het strandhuis van Nora Roberts)
Om eerlijk te zijn heb ik me suf gepeinsd welke Nora Robertsheldin me nu echt het beste aansprak en het zou zomaar kunnen dat deze keuze gedeeltelijk is ingegeven doordat ik Het Strandhuis net gelezen heb. Maar ik vond Abra wel een leuke hoofdpersoon. Ze is een tikje alternatief, veelzijdig en -inderdaad- eigenwijs. Daarnaast is ze positief, intelligent en bleek ze in staat een groot trauma te overwinnen en helpt ze iedereen die dat nodig heeft.

4. Natuurlijk konden de vrouwen uit de boeken van Agatha Christie niet ontbreken op mijn lijst. Maar welke? Ik bewonder Miss Marple om haar intellect en mensenkennis en ik ben dol op Tuppence omdat ze zo vastbesloten is avonturen te beleven, zelfs als ze al wat ouder is, en zich niet aan de kant te laten schuiven als "de mannen" het van haar over willen nemen. Maar ik denk dat mijn meest favoriete vrouw in Christie's boeken toch Ariadne Oliver is, bijvoorbeeld in Een olifant vergeet niet gauw. Eigenlijk is ze niet eens een hoofdpersoon. In de boeken waarin zij voorkomt, is zij degene die het verhaal inleidt. Ze bemoeit zich over het algemeen druk met het speurwerk, maar uiteindelijk haalt ze Poirot erbij om het raadsel echt op te lossen.
Waarom ben ik dan zo dol op haar? Omdat ze zo heerlijk eigenwijs (ja, er is een rode draad in dit lijstje) en exentriek is. En omdat ze schrijfster is en soms zulke rake uitspraken kan doen over het schrijfproces en het leven van een schrijfster.

5. Om af te sluiten wilde ik graag een heldin uit mijn jeugd op deze lijst zetten. Maar welke? Ik bracht een paar slapeloze uurtjes door met denken over alle boeken die ik als kind graag las en kwam uiteindelijk tot de conclusie dat het heel erg voor de hand lag, zeker als je de rode lijn van eigenwijze vrouwen volgt.
Pippi Langkous uit de boeken van Astrid Lindgren natuurlijk. Ik was dol op haar. Ik wilde ook wel een Tommie als vriend en stelde me voor dat ik Annika was - dat klopte aardig, verlegen en een tikje stijfjes, maar ik wilde eigenlijk Pippie zijn. Ze woonde alleen en kon dus doen wat ze wilde, durfde alles, had een aap en een paard en iedereen vond haar aardig. Hoe mooi kan het leven zijn? ;-)

Wat is jouw favoriete boekenvrouw?

(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)

lees verder ...

{gelezen} Gelukkig is hij niet de leraar van mijn kind - Barend Wels van Theo Thijssen


Hoewel ik als tiener al graag las, vond ik de literatuurlijst een ramp. Niet omdat het zoveel boeken waren (al schrikken scholieren van tegenwoordig als ik vertel dat wij er 35 moesten lezen - voor Nederlands alleen), maar omdat ik die boeken over het algemeen verschrikkelijk vond. Cultuurbarbaar, ik weet het, maar ik hou nu eenmaal niet van boeken die bewust kwetsend, smerig of controversieel zijn. Het kan een keertje nodig zijn om een verhaal te vertellen, maar in de (moderne) literatuur lijkt het verhaal vaak ondergeschikt te zijn aan die andere elementen.
Pfff. Oké, ik klim weer van mijn stokpaardje, want daar ging ik het niet over hebben.

Theo Thijssen


Eén van de boeken waar ik destijds wel enorm van genoten heb, was Kees de Jongen van Theo Thijssen. Dat is dan ook geen moderne literatuur, want dat boek stamt uit 1923.
Jaren later kocht ik in een opwelling (want ik las toen voornamelijk streekromans) Schoolland. Vooral omdat ik me herinnerde dat Thijssen zo fijn schreef. En ook dat vond ik een geweldig boek. Ik heb het regelmatig herlezen, maar het is bij een grote opruiming uiteindelijk uit mijn boekenkast verdwenen.
Nu ik bedacht heb dat ik op mijn blog regelmatig boeken wil bespreken, kijk ik anders naar de boeken in de bibliotheek en de kringloop. Ik zoek niet alleen meer naar boeken die ik als ontspanning wil lezen, maar ook naar boeken die leuk zouden zijn om een stukje over te schrijven. Een combinatie van die twee is natuurlijk het best en daarom kocht ik bij de kringloop Barend Wels van Theo Thijssen, zijn debuut uit 1908.

Tijdsbeeld


De schrijver was zelf onderwijzer en had voor die tijd behoorlijk revolutionaire inzichten. Hij vond dat kinderen als individu gezien moesten worden en dat het de taak van de leerkrachten is om leergierigheid van kinderen te stimuleren.
In Barend Wels wordt dat heel mooi uitgewerkt. Een jonge onderwijzer die eigenlijk meer geniet van het studeren voor zijn akte dan van het werk zelf, leert door schade en schande zijn vak waarderen. Hoewel ik Barend in het begin eigenlijk vooral een náár mannetje vond, begon ik uiteindelijk toch mee te leven met wat hij meemaakte en voelde.
Je moet zijn gedrag wel plaatsen in de tijd waarin het geschreven is. Klassenverschillen zijn in onze tijd een stuk minder groot, dus de bijna neerbuigende manier waarop Barend zijn minder geleerde ouders benadert komt in eerste instantie nogal raar over, tot je bedenkt dat het destijds voor de zoon van een schoenmaker een grote stap vooruit was om leraar te worden. En tegenwoordig zou geen enkele leerkracht wegkomen met de bijna sadistische manier waarop Barend wanhopig probeert orde te houden in de klas, maar in die tijd was dat nog vrij normaal.
Bovendien kom je er al lezende achter dat de hele Barend ook nog maar amper twintig is en dan besef je ineens dat het boek ook inzicht geeft in het zich nog volop ontwikkelende brein van een adolescent in een tijd waarin je veel eerder volwassen moest zijn dan nu.

Genoten


Ik moest me dus heel even over het gevoel van "als mijn kind in die klas zat" heenzetten, maar uiteindelijk viel ik toch weer voor Thijssens' schrijfstijl en de mooie, heldere manier waarop hij gedachten en gevoelens verwoord. Ik heb genoten!
En nu wil ik heel graag Kees de Jongen en Schoolland nog een keer lezen...

Barend Wels - Theo Thijssen


Barend Wels - Theo Thijssen

(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)

lees verder ...

{schrijftips} 7 dingen die je niet moet doen als je een boek wilt schrijven




1. twijfelen of je het wel kunt
Dat geldt natuurlijk voor alle dingen in het leven, maar als je van tevoren al niet in jezelf gelooft is de kans groot dat het je niet lukt. Ik schreef Huis vol verleden nadat ik een ander boek in hetzelfde genre gelezen had en bij mezelf dacht: "Ja, maar zo kan ik het ook wel." En dat bleek de waarheid te zijn.

2. de lat te hoog leggen
Er zijn mensen die debuteren met een meesterwerk en ook direct heel hoog in alle bestsellerlijsten terecht komen. Het kan. En (zie boven) als je denkt dat jij dat kunt, moet je er zeker voor gaan. Maar als je weet dat je dat niveau niet haalt, is dat nog geen reden om maar helemaal niet te beginnen. Ik wist toen ik aan Huis vol verleden begon best dat ik geen bestseller schreef, maar geloofde wel dat ik de capaciteiten had om een gezellige, ontspannende roman te schrijven, die de kans had om uitgegeven te worden. En daar is niets mis mee.

3. jezelf een deadline opleggen

Er is niets zo slecht voor je creativiteit als teveel druk. Als je alleen maar bezig bent met zoveel mogelijk woorden produceren, wordt het waarschijnlijk een verhaal van niets. Dan ga je schrijven om maar aan je woordenaantal te komen, in plaats van om het verhaal te vertellen.
Dat doet me denken aan het heel oude mopje over Jantje die een opstel van 500 woorden moest schrijven en het volgende produceerde:
"Op een dag was mijn hondje kwijt.
Ik riep: "Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie!Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! Fikkie! [...enzovoort - 489 keer]"
En toen kwam hij."

Niet doen dus, want het is niet alleen geen verhaal dat ooit gelezen zal worden, maar ook nog eens zonde van je tijd (zelfs met knippen en plakken had ik geen zijn om echt 489 keer Fikkie te typen).

4. jezelf géén deadline opleggen
Lekker tegenstrijdig, hè? Maar wel waar. Als je alleen maar denkt dat je ooit een boek gaat schrijven, komt er nooit iets van. Je zult echt die stap moeten zetten en het ook gaan doen. En dan is het best fijn om een stok achter de deur te hebben, of je jezelf nu een jaar of meer de tijd geeft, of meedoet aan Nanowrimo en probeert 50.000 woorden in een maand te schrijven.
Maar... zie boven: het moet niet ten koste van je creativiteit gaan. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat je een realistische deadline stelt. Als je al een paar keer meegedaan hebt aan Nanowrimo, maar weet dat het voor jou niet haalbaar is om iedere dag 1700 woorden te schrijven waar je dan daarna ook nog iets aan hebt, moet je het niet willen proberen. Maar je kunt bijvoorbeeld wel besluiten dat je iedere zaterdag 1000 woorden gaat schrijven aan je boek. Dan heb je na een jaar ook die 50.000 woorden staan, en dan misschien wel op een manier die misschien een uitgever ook kan waarderen.

5. jezelf vergelijken met anderen
Er zit een dunne grens tussen geinspireerd raken en ontmoedigd worden. Ik heb dat bijvoorbeeld bij Nora Roberts. Zowel haar boeken als de professionele manier waarop ze het schrijven aanpakt, geven me vaak een zetje in de goede richting. Dan lees ik één van haar boeken en denk ik: "ja, ik ga er weer voor!"
Maar het geeft me even vaak het gevoel dat het toch geen zin heeft om het te proberen, want wat zij doet is voor mij onmogelijk. Ik moet mezelf altijd voorhouden dat ik van haar doorzettingsvermogen kan leren, maar niet naar de cijfertjes moet kijken. Als ik zoveel met mijn boeken kon verdienen als zij doet, zou ik er ook voor kunnen kiezen fulltime te schrijven. Nu is dat een utopie en heb ik ook tijd nodig voor andere dingen.
Hetzelfde geldt voor de schrijfstijl van iemand anders. Je kunt geinspireerd raken door de prachtige natuurbeschrijvingen of de spitse dialogen van een bepaalde schrijver en uitproberen of jij dat ook kunt. Dat kan heel goed uitpakken, maar als zo'n beschrijving of dialoog bij jou alleen maar geforceerd overkomt, kun je ze beter overslaan. Dat maakt je niet minder, dat maakt je alleen anders. Zoek je eigen stijl en geloof daarin.

6. schrijftutorials, tips en andere adviezen lezen/kijken
Uh, wat is dit dan? Ik weet het, het klinkt alweer tegenstrijdig...
Er is ook eigenlijk niets mis met informatie op zoeken en proberen te leren van anderen. Maar internet is nu eenmaal verslavend. En voor je het weet heb je weer al je schrijftijd opgemaakt aan lezen, luisteren en/of kijken naar hoe anderen het doen. Zo kom je nooit aan schrijven toe.
Bovendien kan teveel informatie belemmerend werken. Er zijn zoveel technieken, zoveel regeltjes en je moet echt niet proberen om die allemaal te volgen. Soms kun je beter gewoon opschrijven wat er in je opkomt, zonder je af te vragen of je plot wel op de juiste manier opgebouwd is, of je karakters wel genoeg diepte hebben, of je tijdlijn wel klopt enzovoort. Die technieken en adviezen kun je altijd later nog toepassen om je verhaal nog beter te maken, of om door een dood punt in je schrijfwerk heen te komen.
Ik schrijf over het algemeen vanuit een vaag idee en laat de ontwikkelingen gewoon komen terwijl ik schrijf. Achteraf blijkt alles toch te kloppen of gemakkelijk aan te passen. Ik geloof oprecht dat ik dat kan doordat ik voor mijn boeken uitgegeven werden nooit over dat soort dingen nadacht. Ik schreef gewoon verhalen die in mijn hoofd leefden en deed zo heel veel schrijfervaring op zonder me druk te maken over bijzaken. Als ik me nu geblokkeerd voel in mijn schrijven komt dat meestal omdat ik (al dan niet onbewust) te veel bezig ben met vorm en regels.

7. teveel luisteren naar wat anderen zeggen
Proeflezers en schrijfforums kunnen heel nuttig zijn. Het is fijn als mensen meeleven met je schrijfproces en het kan heel zinvol zijn om ideeën en meningen van anderen ter harte te nemen. Maar blijf wel goed beseffen dat het jóuw verhaal is, niet het hunne. Verander geen complete plotontwikkelingen om iemand anders tevreden te stellen. Het is sowieso niet mogelijk om het iedereen naar de zin te maken. Er zullen altijd mensen zijn die jouw verhaal niet leuk vinden en daar kun je maar beter vroeg genoeg aan wennen.
Let wel: ik heb het hier niet over uitgevers en redacteurs. Als je boek eenmaal zover is dat er professionals met adviezen komen, moet je natuurlijk niet al te eigenwijs zijn.
Hoewel... ik heb zelf toch heel duidelijke grenzen. Ik ben best bereid adviezen te overwegen, maar ik wil wel honderd procent achter de veranderingen staan. Als het niet goed voelt, of tegen mijn principes indruist, accepteer ik liever dat een boek niet uitgegeven wordt. Om het dramatisch uit te drukken: ik wil graag leren van ervaren mensen zodat mijn boeken ook verkoopbaar zijn, maar ik verkoop mijn ziel niet. Dan maar geen bestseller.


lees verder ...

Was getekend, Annie M.G. Schmidt


Toen mijn dochter liet vallen dat ze (achter de schermen - ze is grimeur) bij de musical "Was getekend, Annie M.G. Schmidt" ging werken, riep ik spontaan: "Daar wil ik heel graag heen!"

In de loop van de jaren heb ik heel producties gezien waaraan zij heeft meegewerkt. Om eerlijk te zijn (dat weet ze, hoor) ging ik er meestal naar toe met het gevoel van "ik hou eigenlijk niet echt van musicals, maar ik vind het leuk om te zien waar mijn dochter werkt". Toch waren Woef Side Story (die draait nu overigens weer), Soldaat van Oranje (draait nog steeds) en De Tweeling echt enorm de moeite waard.

Maar Annie M.G. Schmidt... tja, dat is iets anders. Daar wilde ik dus echt graag heen.
Waarom? Ik had willen schrijven: "Wie is er niet mee opgegroeid?" Maar toen meldde echtgenoot dat hij haar kinderboeken niet of nauwelijks kent en zeker niet uit zijn jeugd. Hij kende haar daarentegen van alles wat ze voor televisie geschreven heeft en dat is bij mij allemaal vrij vaag.

Ik ken haar dus vooral als het creatieve brein achter Jip en Janneke, Pluk van de Petteflet, Ibbeltje, Minoes, Floddertje en Abeltje. Abeltje heb ik als kind tientallen keren van de bibliotheek geleend (vraag me niet waarom ik het boek niet bezat, ik heb geen idee), de andere boeken herinner ik me vooral van het voorlezen aan mijn eigen kinderen, maar las ik als kind ook. Ik weet nog dat ik het zo zonde van Aagje Helderders mooie roze jurkje vond toen ze eindelijk een keer echt ging spelen. Niet dat ik haar dat niet gunde, ik klom zelf ook in bomen en was zelden schoon, maar ik droeg dan ook niet van die mooie jurkjes.
Och, en Otje... Dat keken de dochters en ik op televisie en we zingen hier nog regelmatig: "De computer doet het niet, hij doet alleen delete, delete" (maar ik weet niet of die tekst van haar was, eigenlijk).
Aan haar versjes heb ik ook goede herinneringen, vooral aan "Ik ben lekker stout", voorgedragen door mijn neefje dat destijds heel toepasselijk niet bepaald een toonbeeld van braafheid was. En natuurlijk Beertje Pippeloentje, zonder das en zonder schoentje. En... nou ja, het is duidelijk. De kinderschrijfster Annie M.G. Schmidt maakt een groot deel uit van mijn jeugd en die van mijn dochters.

Haar werk voor volwassenen kende ik niet zo goed. Ooit had ik een boekje met columns van haar hand waar ik wel erg van genoten heb, maar ik heb het niet meer en ik kan me niet meer herinneren hoe dat heette. Ja Zuster, Nee zuster en de familie Doorsnee zijn van voor mijn tijd en ik heb niet zo heel veel meegekregen van haar andere producties. Maar ik weet nu dat er toch heel wat liedjes en teksten zijn die ik wel kende, maar waarvan ik niet wist dat ze van haar waren.

Mijn dochter kreeg vrijkaartjes voor de premiere en dus zaten wij zondag 24 september tussen bekende en onbekende nederlanders in het Delamartheater. We hadden een enorm drukke week achter de rug (we zijn bezig met twee verhuizingen in de familie - niet de onze, maar wel met hulp van ons) en schoven dus in galakleding (nou ja, het zat er dicht genoeg bij), maar met spierpijn van het sjouwen op de gelukkig comfortabele stoelen. En beleefden een paar heerlijke uren.



 (foto ®Roy Beusker Fotografie en Annemieke van der Togt 
via de website van Stage Entertainment)

De musical is gebaseerd op de biografie "Anna" van Annejet van der Zijl en vertelt het verhaal over het leven van Annie.
Annie's zoon Flip (William Spaaij) vindt op zolder een koffertje met brieven. Als hij zich vertwijfeld afvraagt wat hij met de inhoud aan moet, duikt Annie zelf (Simone Kleinsma) op om met hem te praten. In het begin ontwijkt ze Flips vragen, maar langzaam krijg je een heel duidelijk inzicht in haar roerige leven. Van haar jeugd ("Mijn vader hield van me, mijn moeder hield van me. En toch was ik doodongelukkig") tot haar relatie met een getrouwde man en haar verdriet over zijn dood.
Simone speelt een duidelijk herkenbare oudere Annie, maar daarnaast huppelt er nog een kleine Annie (afwisselend gespeeld door acht meisjes) rond en komt er ook regelmatig een jonge Annie (gespeeld door Jeske van de Staak) tevoorschijn. De drie Annies praten regelmatig met elkaar en met Flip. Dat klinkt verwarrend, maar het komt heel natuurlijk over. Het voegt zelfs echt iets toe aan het hele verhaal, omdat ze alledrie een ander deel van de persoonlijkheid van Annie M.G. Schmidt vertegenwoordigen.


 (foto ®Roy Beusker Fotografie en Annemieke van der Togt

Ik vond het mooi om inzicht te krijgen in hoe Annie werd gevormd als mens en schrijfster, maar het is geen zwaar, biografisch toneelstuk. Het is vooral een echte onderhoudende musical. In de hele voorstelling zitten tientallen liedjes en versjes van Annie M.G. Schmidt verwerkt, waarvan sommige nieuw voor me waren (Laatste dans en Sorry dat ik besta - helaas beiden nog steeds zo actueel) en sommige een feest van herkenning (Vluchten kan niet meer - blijft prachtig, ik wist niet dat zij dat had geschreven en Margootje). Er wordt enorm veel gerefereerd aan haar bekendste figuren (o.a. Pluk en Abeltje). Jip en Janneke hebben hun eigen hilarische scene, waarin stiekem een heel belangrijke boodschap zit.

Eén van mijn favoriete quotes (want die vraag krijgt iedere schrijver, ik dus ook) is deze (niet letterlijk - dit is hoe ik het onthouden heb):
"Dan vragen ze: 'is alles wat u schrijft autobiografisch?'
Zeg ik: 'Tuurlijk. Ik rijd alle dagen rond in een klein rood kraanwagentje en eigenlijk ben ik een poes.' "

Annie blijft volhouden dat ze alles verzint en niets op haar eigen leven gebaseerd is, maar in de voorstelling wordt het steeds duidelijker dat ze wel veel van de gebeurtenissen in haar eigen leven verwerkt door verhaaltjes te schrijven. Haar voortdurende verlangen naar échte vrijheid en haar opstandigheid tegenover de gevestigde orde is dan ook duidelijk terug te zien in bijna al haar boeken en liedjes.

Ik ben geen theaterrecensent, maar ik vond Simone kleinsma geweldig. Natuurlijk weten we allemaal dat ze een vakvrouw is en dat bewees ze in deze voorstelling weer. Maar ook de andere spelers waren heel erg goed. Alles klopte gewoon, de timing, de stemmen, de emoties. Ik was na afloop echt enorm onder de indruk. Echtgenoot en ik willen het zelfs allebei graag nog een keer zien.
Wat ons betreft is deze voorstelling dus zeker een aanrader.


(foto ®Roy Beusker Fotografie en Annemieke van der Togt 

Meer informatie, het speelschema en verkoop van kaartjes vind je hier.

(p.s. deze blogpost is niet gesponsord, ik deel dit omdat ik oprecht enthousiast ben).

(link naar bol.com is een partnerlink
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)
lees verder ...

{gelezen} Draken en mensen - De Talonsaga van Julie Kagawa


Met de oudste dochter deel ik een liefde voor gezellige feelgoodromans, die je in een paar uurtjes uitleest. Hoewel ik mijn verzameling Leni Sarisboekjes allang weggedaan had voor zij ze ging lezen, heeft zij er nu meer dan ik er ooit had. En Nora Roberts is bij ons allebei favoriet. Alles wat ik lees en niet wil houden gaat rechtstreeks naar haar toe (en van haar weer naar andere familieleden)
Met de middelste dochter deel ik een fascinatie voor ingewikkeldere, vaak historische verhalen, boeken over de tweede wereldoorlog en alles wat met talen te maken heeft. We proberen allebei onze koopzucht op dat gebied onder controle te houden, maar als ik iets nieuws heb, moet ze het altijd uitgebreid doorbladeren.
Mijn jongste dochter leest wat minder snel en heeft een heel specifieke smaak. Een lange periode las ze vooral boeken over vampieren die verliefd werden op mensenmeisjes. Ik heb er wel eens eentje gelezen, maar echt boeien deed het me niet. Maar een jaar geleden pakte ik uit verveling toch nog een keer een boek op dat zij had laten slingeren. En ik was meteen verkocht.
Samen lazen we de eerste drie delen van de Talon-serie en daarna wachtten we met veel ongeduld op deel vier, dat gelukkig deze zomer eindelijk uitkwam.

De meeste fantasyboeken draaien om ongeveer dezelfde soorten mythes. Magie is natuurlijk een veel voorkomend gegeven (in de vorm van heksen, tovenaars of "gewone" mensen met speciale krachten) en verder komen vampiers en weerwolven veelvuldig voor. Juli Kagawa heeft al dit soort dingen ook gebruikt in andere boeken, maar de Talonserie is (denk ik) redelijk uniek.
Het verhaal draait om de strijd tussen mensen en... draken. Die draken kunnen zich transformeren in mensen en zo infiltreren in onze samenleving, met als uiteindelijke doel de mensen uit te roeien en de planeet over te nemen. Naast "gewone" mensen zijn er de drakenjagers van de Orde van Sint Joris, die dat proberen te voorkomen. Natuurlijk zijn er in deze verhalen afvallige draken en afvallige drakenjagers en de nodige onmogelijke vriendschappen en liefdesrelaties.

Het boek is volledig in de ik-vorm geschreven, vanuit verschillende hoofdpersonen. Dat laatste is iets wat je niet vaak ziet, maar het is heel goed uitgewerkt en absoluut niet lastig te lezen. Sterker nog, ik vind het inspirerend en zou zomaar kunnen proberen of één van mijn "plankverhalen" (manuscripten die wel zo goed als af zijn maar "iets" missen) baat heeft bij een dergelijke aanpak (een thriller, in de ik-vorm geschreven, maar door mijn uitgever beoordeeld als te weinig spanning bevattend).
De hoofdpersonen zijn erg jong, want het is eigenlijk een young-adult boek, maar ik vind het niet echt storend. Sterker nog, als de leeftijden niet genoemd werden (en dat worden ze gelukkig zelden) zouden ze ook best heel wat ouder dan zestien kunnen zijn. Draken en drakenjagers hebben tenslotte geen tijd voor puberproblemen en ontluikende liefdesrelaties zijn van alle leeftijden.
De rest van het verhaal draait vooral om de strijd tussen draken, drakenjagers en de rebellen die ertussen zitten en dat is zo spannend dat je gewoon dóór moet lezen. De boeken hebben (naar mijn smaak) de juiste balans tussen emoties en actie.

Dochter leende het boek van de bibliotheek, dus ik moest wachten tot zij het boek uit had voor ik eraan kon beginnen. Ze hield met veel moeite haar mond over de nieuwste ontwikkelingen in het verhaal en ik dook erin zodra ik het in mijn handen had. En werd weer niet teleurgesteld.
Nou ja, behalve aan het eind dan, want het eindigt alweer met een spannende cliffhanger. Er waren wat overwinningen voor de "goeden" en wat teleurstellingen voor de "slechten", maar natuurlijk hebben die laatsten nog wat pijlen op hun boog. En er zijn nog steeds wat geheimzinnige ontwikkelingen op de achtergrond waarvan je je afvraagt waar die heengaan.
Weer met spanning wachten op het volgende boek dus...







(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)

lees verder ...

over een bakkie pleur, kroten en peen

peen

Als je als Gooise trouwt met een reserve-Rotterdammer (laat hij het maar niet horen, maar het is een feit dat echtgenoot is opgegroeid in een dorpje dat steeds dichter bij Rotterdam komt te liggen), is het op taalkundig gebied wel even aanpassen geblazen.
Vooral natuurlijk (niet boos worden als jij andere ervaringen hebt, ik weet dat dit generaliserend is) omdat Rotterdammers een beetje directer zijn dan mensen uit het Gooi. En dat is dus op z'n Goois uitgedrukt. Die zijn namelijk geneigd alles af te zwakken. Als je iets vervelend vind zeg je "niet zo leuk" en als je iets echt niet wilt zeg je "ik weet niet zeker of ik dat wil" .
Een Rotterdammer zegt gewoon waar het op staat. "Dat vind ik stom" of "Daar heb ik geen zin in" (meestal gebruiken ze trouwens nog wat sterkere uitdrukkingen, maar ik ben nog Goois genoeg om het lastig te vinden die zwart op wit op mijn blog te zetten).
Het was even wennen, maar eigenlijk is het wel zo duidelijk. Je weet tenminste waar je aan toe bent. De dochter die in Engeland studeerde vertelde dat ze daar nog minder direct zijn dan ik gewend was in het Gooi. Altijd vreselijk beleefd en voorkomend (wat op zich natuurlijk wel prettig is), maar achter je rug... (en dat is het vervelende eraan). Deze dochter was nooit zo dol op de Rotterdamse manier, maar die Britten hebben ervoor gezorgd dat ze dat nu toch liever heeft. Het grappige is dat zij inmiddels in het Gooi woont, waar ze dus precies op haar plaats zou moeten zijn.

Het verschil zit hem niet alleen in de manier waarop taal gebruikt wordt, maar ook in specifieke woorden. Ik (inmiddels helemaal ingeburgerd in omgeving Rotterdam) had geen idee dat er mensen waren die niet wisten wat "een bakkie pleur" betekent, maar realiseerde me na heel lang nadenken dat ik dat voor ik hierheen verhuisde waarschijnlijk niet wist.

Met echtgenoot kan ik na bijna dertig jaar nog steeds discussies voeren over kroten en peen.
Want ik zeg nog steeds bietjes en wortels (en heb dat mijn dochters ook aangeleerd). Maar hij argumenteert dat bieten een soortnaam is waarvan vooral suikerbieten bekend zijn. Die rode dingen die we gekookt eten heten kroten en zijn alleen rode bietjes genoemd door mensen die deftig willen lijken. Tja. Internet geeft hem gelijk: kijk maar hier en hier
Over peen heeft hij hetzelfde soort argument: wortels zijn de dingen die in de grond zitten om planten van voeding te voorzien. Een peen is een eetbare penwortel. Geen speld tussen te krijgen. En hij is echt niet de enige die dat vindt.

Laatst vonden we een nieuwe. De dochter die nu in het Gooi woont (en voor wie het dus handig is dat haar moeder haar de verkeerde woorden heeft geleerd) gaat samenwonen met een Limburger en verweet hem dus dialect toen hij "dorpel" zei, in plaats van drempel. Ik glimlachte superieur, want ik ken het woord wel, maar dat komt dus omdat echtgenoot Zuid-Hollands dialect spreekt. Wij (de dochters en ik) zeggen altijd drempel, want zo heb ik het geleerd. Maar ze hebben het opgezocht (ze zijn allebei beroepsmatig bezig met taal) en het blijkt dat de mannen gelijk hebben. Dorpel is de vakterm en wijst dus inderdaad op dat ding dat in deuropeningen ligt. Een drempel is alles waar je overheen moet stappen of rijden. Zo leer je nog eens wat.

Het is dan ook echt geen eigenwijsheid van mij dat ik nog steeds bietjes en worteltjes zeg, maar dat zit er bij mij net zo ingebakken als bij hem de (blijkbaar toch) juiste benamingen. Het nare is alleen dat ik onder de indruk was dat hij dialect sprak en ik ABN. Maar bij mij blijkt het vooral Algemeen Bekakt Nederlands te zijn in plaats van Beschaafd. Tja.

Foute dingen leer je blijkbaar gemakkelijker aan. In deze omgeving (Gouda/Rotterdam) wordt er nog wel eens gerommeld met t-tjes. Die gebruiken ze niet waar het wel moet, maar vooral wel waar het niet moet. En helaas hoor ik mezelf heel af en toe zeggen "ik gaat". Oei. Maar soms is het gewoon een fijne manier van uitdrukken. Vooral in gebiedende wijs: "Pleurt op!"
Als je erover nadenkt is "pleur" trouwens een erg veelzijdig woord. Het kan koffie betekenen (dat bakkie pleur van hierboven), het kan duiden op weggaan en het kan ook "gooien" betekenen. "Dat is zomaar neergepleurd". Mijn man noemt het "drag and drop" systeem van bepaalde programma's (waarmee je iconen kunt verschuiven naar de plaats waar je ze wilt hebben): "sleur en pleur". Wat ik echt een prachtige vertaling vind.

Wat mij vooral zo boeit is dat er in een piepklein landje als dit al zoveel verschillen in taalgebruik zijn. En dan heb ik het niet eens gehad over de echte dialecten. Dat zijn talen op zich en daar hebben we er toch ook nog heel wat van.
Ik mag dan in het Gooi opgegroeid zijn, waarbij iedereen aan de bekakte R denkt, maar in Huizen hebben ze een prachtig eigen dialect. Als ik vroeger oudere familieleden plat Huizers hoorde praten, kon ik het amper volgen, maar sommige woorden en  uitdrukkingen werden bij ons thuis ook gebruikt.

"Bol ân Taatje!" en "Neit mekke, kauwe!" zitten zo in mijn geheugen gebakken dat ik het zelf heel af en toe zelf ook nog zeg.
Ik nam altijd aan dat de vertalingen daarvan voor de hand lagen ("Rustig aan, man"en "Niet kletsen, eten"), maar de meeste mensen begrijpen absoluut niet wat ik bedoel.
Meer over Huizers vind je in dit artikel (o ja! boketor!) en in dit artikel. De Haindruk van 't Noorderainde die in het tweede artikel genoemd wordt is een oudoom van mij, die bij iedere speciale gelegenheid voordrachten in het Huizers hield, wat ik destijds niet echt kon waarderen, maar nu nog wel eens zou willen horen.

Over Fries begin ik maar helemaal niet, mijn kennis daarvan reikt niet verder dan wat ik van Piet Paulusma geleerd heb. En ik weet wel zeker dat ik mijn aanstaande schoonzoon helemaal niet kan verstaan als die in het Limburgs aan de gang gaat...
lees verder ...

{gelezen} Over anders zijn - Kleine wonderen van Stephanie Knipper

kleine wonderen

In een ideale wereld zou niemand "anders" zijn en daarom buiten de maatschappij staan. We zouden gewoon allemaal verschillend zijn en ieder op onze eigen manier mogen leven. Maar helaas is de wereld niet ideaal. Mensen die anders zijn krijgen etiketjes (autisme, asperger, PDD-NOS) en schuiven daardoor nog verder buiten de maatschappij.
Daardoor verbaasde het me dat ik voor de tweede keer binnen een paar maanden een boek in mijn handen had waarin de hoofdpersoon anders denkt dan de gemiddelde mens. Betekent dat dat er iets aan het veranderen is? Dat we accepteren dat er niet iedereen zich volgens het boekje ontwikkeld? Ik hoop het.

Kleine wonderen

In "Kleine wonderen" van Stephanie Knipper draait het verhaal om twee zussen en de dochter van één van hen. Rose heeft een hartafwijking en is stervende, haar tienjarige dochtertje Antoinette is wat meestal betiteld wordt als autistisch, al wordt in het verhaal door een arts aangegeven dat ze niet helemaal aan de criteria voldoet. Lily is ook anders, al heeft ze haar studie gewoon afgemaakt en werkt ze in het begin van het verhaal als actuaris bij een verzekeringsmaatschappij. Getallen zijn voor haar rustgevend en als ze erg zenuwachtig is, móet ze tellen, maar ze kan dat net goed genoeg onder controle houden om normaal te functioneren.
De twee zussen hebben al een tijdje geen contact meer, maar Rose vraagt Lily terug te komen naar de boerderij waar ze zijn opgegroeid zodat ze voor Antoinette kan zorgen. Het is een mooi en ontroerend verhaal waarin niet alleen de band tussen de twee zusjes mooi uitgewerkt wordt, maar ook de keuze tussen een oude liefde en een goede vriend waar Lily voor komt te staan.

De keukendochter

In "De keukendochter" van Jael MacHenry draait het verhaal om de zesentwintigjarige Ginny, die troost vind in recepten. of ze ze nu daadwerkelijk klaar maakt of niet. Nu allebei haar ouders zijn overleden wil haar oudere zus het huis waarin ze zijn opgegroeid verkopen. Ginny zou dan bij haar moeten gaan wonen, maar eigenlijk vinden ze dat geen van beiden een goede oplossing.

Anders denken

Wat ik in beide boeken heel knap gedaan vind, is de manier waarop het denken van Antoinette, Lily en Ginny wordt weergegeven. Zelfs als je zelf niet op zo'n manier denkt, wordt het daardoor wel begrijpelijker hoe het is om zo te zijn. Van Stephanie Knipper staat op de omslag dat haar (geadopteerde) dochter autistisch is, dus bij haar zal het gebaseerd zijn op wat ze in het dagelijks leven ziet. Bij Jael MacHenry kan ik daar niets over vinden, maar de manier waarop Ginny redeneert komt wel heel natuurlijk over.

Aanraders, zeker. Maar...

Hoewel ik beide boeken het lezen waard vond en zeker zou aanraden, is er één ding dat me een beetje dwarszit. Zowel Ginny als Antoinette blijken wel heel speciale (paranormale) gaven te hebben. Dat feit op zich stoort me niet (ik hou tenslotte van sprookjesachtige verhalen), maar het doet de boodschap "mensen die anders zijn, zijn ook normaal" wel teniet. Het is een soort omgekeerde discriminatie. Ze zijn niet alleen anders, maar ook nog heel bijzonder. En dat is natuurlijk boektechnisch gezien wel een mooie wending, maar zo werkt het in het echte leven niet.
Bij De keukendochter wist ik van de omschrijving achterop al dat Ginny af en toe geesten ziet als ze recepten maakt van bepaalde personen. Echt heel vervelend vond ik dat niet en het voegt ook wel iets toe aan het verhaal.
In Kleine wonderen kwam het (ik zal niet weggeven wat precies) nogal onverwacht.
Het is echt een mooi en ontroerend verhaal, maar juist omdat het zo goed geschreven is vind ik het jammer dat het niet realistisch bleef.


de keukendochter

kleine wonderen

(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)
lees verder ...

Hoe ik mijn boekenverzameling onder controle kreeg


of: Verdrinken in de boeken


Want dat laatste zou ik doen als ik het mezelf toestond. Als ik bij de kringloop rondloop, zie ik altijd tientallen boeken die ik wel wil lezen, herlezen of gewoon in bezit hebben. Ik zou daar iedere keer als ik er ben (toch wel een paar keer per maand) stapels boeken mee kunnen nemen, zonder ooit het gevoel te hebben dat ik eigenlijk niets leuks kon vinden. In een boekhandel heb ik hetzelfde, maar daar is het vooral de prijs die me tegenhoudt. Hoewel dat ook weer komt doordat ik zo veel boeken zou willen hebben. De keus is dan zo moeilijk, want stel dat ik die twintig euro liever aan een ander boek had uitgegeven?

Verzameldrang


Ik ben erfelijk belast, dat is zeker. Mijn ouders hebben altijd grote boekenkasten gehad (de hele achterwand van de huiskamer of een complete wand in de garage) en die waren goed gevuld. En dat deelden ze met mij, want terwijl veel vriendinnetjes trots waren op hun rekje met drie planken die niet eens vol stonden, had ik al vrij jong een volwassen boekenkast van 2 meter hoog en die stond vol ook.

Ik trouwde met een man die wel mijn liefde voor lezen deelt, maar niet mijn verzameldrang. Hij kan een boek lezen, er heel enthousiast over zijn en het dan toch op de kringloopstapel leggen. Er is maar een beperkt aantal boeken dat hij wil houden en zijn geheugen is zo goed en gedetailleerd dat hij zelden iets herleest.

Het grootste deel van onze boeken was (is) dan ook van mij. Ik heb een prima geheugen, maar niet voor details in verhalen. Ik lees met emoties en als de emoties kloppen, wil ik het boek houden om dat gevoel later nog eens te kunnen krijgen.

Maar ja. We wonen in een klein huis en ik lees snel en enorm veel. De "bewaarboeken" stapelen zich snel op als ik niet uitkijk.

Een nieuwe boekenkast


Vorig jaar besloten we dat de huiskamer een opknapbeurt kon gebruiken. Eén van mijn wensen was "een boekenkast in de huiskamer". Onze boekenkasten stonden namelijk al jaren op de slaapkamer, wat ten eerste teveel stof veroorzaakte en ten tweede gewoon niet praktisch was (uit het oog, uit het hart). En bovendien raakte ik de controle kwijt. Want toen de kasten boven vol raakten, kwamen er stapeltjes op en naast en zette ik beneden ook maar wat rijtjes neer op kasten en planken. En toen beneden die rijtjes niet meer pasten kwamen er daar ook losse stapeltjes op de verkeerde plaatsen bij. Het begon langzaam een probleem te worden.

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik, als ik alleen woonde, waarschijnlijk gekozen zou hebben voor een heel grote boekenwand in de lengte van de kamer. Maar echtgenoot vond - terecht - dat het donker, rommelig en benauwd zou worden. Dus bouwden we onder de trap een kast van de bekende vierkante Kallaxkasten van Ikea. We stapelden grote en kleinere formaten en vulden zo de hele muur. Een deel werd bestemd voor de stereo, de platen en de fotoalbums. De rest (en dat was behoorlijk veel ruimte) mocht ik vullen met boeken, maar dan mochten er nergens anders meer boeken staan ook.

Tot mijn verbazing werkt dat perfect.


Beperkte ruimte


Ik gebruik een beperkte ruimte (aan de zijkant van de kast) om nieuwe boeken neer te zetten en die ruim ik regelmatig op. Ieder vak van de boekenkast heeft min of meer een thema en als zo'n vak overvol begint te raken (alles staat dus wel in dubbele of zelfs driedubbele rijen), haal ik het leeg en bedenk wat mag blijven en wat toch wegkan. Af en toe moet ik een paar vakken mengen om mijn absolute favorieten te kunnen houden, maar het blijft overzichtelijk. Niet meer de hele boekenkast leeghalen, wanhopig proberen alles er weer in te krijgen, en heel veel lastige beslissingen in één keer nemen, maar gewoon stapje voor stapje.

Oké, ik geef toe. Af en toe doet het nog pijn, want die verzameldrang is er nu eenmaal. Als ik een schrijver goed vind, wil ik álles van die persoon lezen en bewaren. Wat natuurlijk onzin is. Zeker als het gaat om iemand als Nora Roberts, want die heeft zo'n 225 titels op haar naam staan. Daar heb ik een hele kast voor nodig. En als ik heel eerlijk ben, vind ik lang niet al haar boeken goed. Waarom wil ik boeken in mijn kast die ik niet nog eens wil lezen?

Van Agatha Christie heb ik wel alles, maar dat zijn er "maar" 75 (ik mag wel eens dóórwerken als ik mijn voorbeelden nog wil proberen te evenaren). En misschien gaan er daarvan ook ooit nog een paar weg, want ik vind de spionageverhalen niet echt leuk. Ik had trouwens ook een behoorlijke verzameling Vijflingen van Agatha Christie, maar die heb ik weggedaan omdat ik daardoor bijna alle boeken dubbel had. Nu mis ik een paar korte verhalen, maar dat moet dan maar.

Een lastige is de alfabetserie van Sue Grafton. Dat zijn er (straks - de laatste twee moeten nog komen) 26 en het is gewoon niet logisch om maar een paar letters te hebben. Toch? Nee dus, ook hiervan zijn sommige boeken beter dan de anderen.

Aan de andere kant heb ik "Gejaagd door de wind" en "Scarlett" in de afgelopen twintig jaar al minstens vier keer weggedaan en weer teruggekocht omdat ik ze zo graag wilde herlezen. Die mogen nu dus gewoon blijven.

Nog te lezen

Een deel van mijn boekenverzameling van vroeger bestond uit boeken die ik nog niet eens gelezen had en sommige daarvan had ik al jaren. Omdat mijn "nog te lezen" ruimte nu heel beperkt is, koop ik ook minder boeken. Ik kan ze immers toch niet kwijt. En omdat boeken pas de kast in mogen als we ze gelezen hebben (of één van ons), blijven boeken ook geen maanden ongelezen liggen, want dan wordt de stapel te onoverzichtelijk. Als we er geen zin in kunnen krijgen mogen ze weer weg (dat is het voordeel van tweedehands kopen). Inmiddels begin ik te leren wat ik beter gewoon in de (kringloop)winkel kan laten liggen en wat echt gelezen wordt.

Dat scheelt weer geld en bovendien vond ik het eigenlijk helemaal niet prettig om zoveel ongelezen boeken in mijn kast te hebben. Dat gaf onbewust toch stress (ik móet nog zoveel lezen) en lezen zou ontspannend moeten zijn.

Hoewel ik af en toe nog weg kan dromen bij het idee dat je een complete bibliotheek in je huis zou hebben (ik heb er zelfs een pinterestboard voor) , vind ik het een fijn gevoel dat ik mijn boekenverzameling onder controle heb.

Mijn tips:


1. neem een beslissing over de beschikbare ruimte en houd je daaraan (eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik boven nog een rijtje patroonboeken heb staan en mijn kookboeken staan in de keuken, maar dat houd ik ook beperkt)

2. je hoeft niet alles te bewaren, zelfs niet als het goede boeken zijn (echt niet! soms is de herinnering aan een mooi boek genoeg)

3. als je een schrijver goed vindt, hoef je niet zijn volledige oeuvre aan te schaffen. Je kunt er ook voor kiezen zijn of haar beste boeken bewaren en de rest af en toe van de bibliotheek lenen (of digitaal aanschaffen, maar dat is een heel ander verhaal).

4. als je de ruimte hebt, kun je natuurlijk besluiten toch een verzameling te beginnen. Van een bepaalde schrijver bijvoorbeeld, of een bepaalde uitgave (ik heb al een paar keer op het punt gestaan om Lijsters te gaan verzamelen), maar beperk je dan tot die verzameling (in mijn geval: wel alle boeken van Agatha Christie in één bepaalde uitgave en niet ook nog de Engelstalige en boeken die erop lijken en...) en bekijk regelmatig of je er de ruimte nog voor hebt. Als je kiest voor een onderwerp (ik neig naar boeken over de Arthurlegende, maar probeer me te beheersen) is weer die beperking op ruimte (punt 1.) van toepassing. Kies hoeveel ruimte je er voor wilt vrijhouden en ruim regelmatig op, zodat je alleen de mooiste exemplaren overhoudt.


Hoe ziet jouw boekenkast eruit? 



P.S. nog meer betweterige handige artikelen over huishoudelijke zaken vind je op mijn andere (nieuwe) website HUISHOUDHOBBELS
lees verder ...