over een bakkie pleur, kroten en peen

peen

Als je als Gooise trouwt met een reserve-Rotterdammer (laat hij het maar niet horen, maar het is een feit dat echtgenoot is opgegroeid in een dorpje dat steeds dichter bij Rotterdam komt te liggen), is het op taalkundig gebied wel even aanpassen geblazen.
Vooral natuurlijk (niet boos worden als jij andere ervaringen hebt, ik weet dat dit generaliserend is) omdat Rotterdammers een beetje directer zijn dan mensen uit het Gooi. En dat is dus op z'n Goois uitgedrukt. Die zijn namelijk geneigd alles af te zwakken. Als je iets vervelend vind zeg je "niet zo leuk" en als je iets echt niet wilt zeg je "ik weet niet zeker of ik dat wil" .
Een Rotterdammer zegt gewoon waar het op staat. "Dat vind ik stom" of "Daar heb ik geen zin in" (meestal gebruiken ze trouwens nog wat sterkere uitdrukkingen, maar ik ben nog Goois genoeg om het lastig te vinden die zwart op wit op mijn blog te zetten).
Het was even wennen, maar eigenlijk is het wel zo duidelijk. Je weet tenminste waar je aan toe bent. De dochter die in Engeland studeerde vertelde dat ze daar nog minder direct zijn dan ik gewend was in het Gooi. Altijd vreselijk beleefd en voorkomend (wat op zich natuurlijk wel prettig is), maar achter je rug... (en dat is het vervelende eraan). Deze dochter was nooit zo dol op de Rotterdamse manier, maar die Britten hebben ervoor gezorgd dat ze dat nu toch liever heeft. Het grappige is dat zij inmiddels in het Gooi woont, waar ze dus precies op haar plaats zou moeten zijn.

Het verschil zit hem niet alleen in de manier waarop taal gebruikt wordt, maar ook in specifieke woorden. Ik (inmiddels helemaal ingeburgerd in omgeving Rotterdam) had geen idee dat er mensen waren die niet wisten wat "een bakkie pleur" betekent, maar realiseerde me na heel lang nadenken dat ik dat voor ik hierheen verhuisde waarschijnlijk niet wist.

Met echtgenoot kan ik na bijna dertig jaar nog steeds discussies voeren over kroten en peen.
Want ik zeg nog steeds bietjes en wortels (en heb dat mijn dochters ook aangeleerd). Maar hij argumenteert dat bieten een soortnaam is waarvan vooral suikerbieten bekend zijn. Die rode dingen die we gekookt eten heten kroten en zijn alleen rode bietjes genoemd door mensen die deftig willen lijken. Tja. Internet geeft hem gelijk: kijk maar hier en hier
Over peen heeft hij hetzelfde soort argument: wortels zijn de dingen die in de grond zitten om planten van voeding te voorzien. Een peen is een eetbare penwortel. Geen speld tussen te krijgen. En hij is echt niet de enige die dat vindt.

Laatst vonden we een nieuwe. De dochter die nu in het Gooi woont (en voor wie het dus handig is dat haar moeder haar de verkeerde woorden heeft geleerd) gaat samenwonen met een Limburger en verweet hem dus dialect toen hij "dorpel" zei, in plaats van drempel. Ik glimlachte superieur, want ik ken het woord wel, maar dat komt dus omdat echtgenoot Zuid-Hollands dialect spreekt. Wij (de dochters en ik) zeggen altijd drempel, want zo heb ik het geleerd. Maar ze hebben het opgezocht (ze zijn allebei beroepsmatig bezig met taal) en het blijkt dat de mannen gelijk hebben. Dorpel is de vakterm en wijst dus inderdaad op dat ding dat in deuropeningen ligt. Een drempel is alles waar je overheen moet stappen of rijden. Zo leer je nog eens wat.

Het is dan ook echt geen eigenwijsheid van mij dat ik nog steeds bietjes en worteltjes zeg, maar dat zit er bij mij net zo ingebakken als bij hem de (blijkbaar toch) juiste benamingen. Het nare is alleen dat ik onder de indruk was dat hij dialect sprak en ik ABN. Maar bij mij blijkt het vooral Algemeen Bekakt Nederlands te zijn in plaats van Beschaafd. Tja.

Foute dingen leer je blijkbaar gemakkelijker aan. In deze omgeving (Gouda/Rotterdam) wordt er nog wel eens gerommeld met t-tjes. Die gebruiken ze niet waar het wel moet, maar vooral wel waar het niet moet. En helaas hoor ik mezelf heel af en toe zeggen "ik gaat". Oei. Maar soms is het gewoon een fijne manier van uitdrukken. Vooral in gebiedende wijs: "Pleurt op!"
Als je erover nadenkt is "pleur" trouwens een erg veelzijdig woord. Het kan koffie betekenen (dat bakkie pleur van hierboven), het kan duiden op weggaan en het kan ook "gooien" betekenen. "Dat is zomaar neergepleurd". Mijn man noemt het "drag and drop" systeem van bepaalde programma's (waarmee je iconen kunt verschuiven naar de plaats waar je ze wilt hebben): "sleur en pleur". Wat ik echt een prachtige vertaling vind.

Wat mij vooral zo boeit is dat er in een piepklein landje als dit al zoveel verschillen in taalgebruik zijn. En dan heb ik het niet eens gehad over de echte dialecten. Dat zijn talen op zich en daar hebben we er toch ook nog heel wat van.
Ik mag dan in het Gooi opgegroeid zijn, waarbij iedereen aan de bekakte R denkt, maar in Huizen hebben ze een prachtig eigen dialect. Als ik vroeger oudere familieleden plat Huizers hoorde praten, kon ik het amper volgen, maar sommige woorden en  uitdrukkingen werden bij ons thuis ook gebruikt.

"Bol ân Taatje!" en "Neit mekke, kauwe!" zitten zo in mijn geheugen gebakken dat ik het zelf heel af en toe zelf ook nog zeg.
Ik nam altijd aan dat de vertalingen daarvan voor de hand lagen ("Rustig aan, man"en "Niet kletsen, eten"), maar de meeste mensen begrijpen absoluut niet wat ik bedoel.
Meer over Huizers vind je in dit artikel (o ja! boketor!) en in dit artikel. De Haindruk van 't Noorderainde die in het tweede artikel genoemd wordt is een oudoom van mij, die bij iedere speciale gelegenheid voordrachten in het Huizers hield, wat ik destijds niet echt kon waarderen, maar nu nog wel eens zou willen horen.

Over Fries begin ik maar helemaal niet, mijn kennis daarvan reikt niet verder dan wat ik van Piet Paulusma geleerd heb. En ik weet wel zeker dat ik mijn aanstaande schoonzoon helemaal niet kan verstaan als die in het Limburgs aan de gang gaat...
lees verder ...

{gelezen} Over anders zijn - Kleine wonderen van Stephanie Knipper

kleine wonderen

In een ideale wereld zou niemand "anders" zijn en daarom buiten de maatschappij staan. We zouden gewoon allemaal verschillend zijn en ieder op onze eigen manier mogen leven. Maar helaas is de wereld niet ideaal. Mensen die anders zijn krijgen etiketjes (autisme, asperger, PDD-NOS) en schuiven daardoor nog verder buiten de maatschappij.
Daardoor verbaasde het me dat ik voor de tweede keer binnen een paar maanden een boek in mijn handen had waarin de hoofdpersoon anders denkt dan de gemiddelde mens. Betekent dat dat er iets aan het veranderen is? Dat we accepteren dat er niet iedereen zich volgens het boekje ontwikkeld? Ik hoop het.

Kleine wonderen

In "Kleine wonderen" van Stephanie Knipper draait het verhaal om twee zussen en de dochter van één van hen. Rose heeft een hartafwijking en is stervende, haar tienjarige dochtertje Antoinette is wat meestal betiteld wordt als autistisch, al wordt in het verhaal door een arts aangegeven dat ze niet helemaal aan de criteria voldoet. Lily is ook anders, al heeft ze haar studie gewoon afgemaakt en werkt ze in het begin van het verhaal als actuaris bij een verzekeringsmaatschappij. Getallen zijn voor haar rustgevend en als ze erg zenuwachtig is, móet ze tellen, maar ze kan dat net goed genoeg onder controle houden om normaal te functioneren.
De twee zussen hebben al een tijdje geen contact meer, maar Rose vraagt Lily terug te komen naar de boerderij waar ze zijn opgegroeid zodat ze voor Antoinette kan zorgen. Het is een mooi en ontroerend verhaal waarin niet alleen de band tussen de twee zusjes mooi uitgewerkt wordt, maar ook de keuze tussen een oude liefde en een goede vriend waar Lily voor komt te staan.

De keukendochter

In "De keukendochter" van Jael MacHenry draait het verhaal om de zesentwintigjarige Ginny, die troost vind in recepten. of ze ze nu daadwerkelijk klaar maakt of niet. Nu allebei haar ouders zijn overleden wil haar oudere zus het huis waarin ze zijn opgegroeid verkopen. Ginny zou dan bij haar moeten gaan wonen, maar eigenlijk vinden ze dat geen van beiden een goede oplossing.

Anders denken

Wat ik in beide boeken heel knap gedaan vind, is de manier waarop het denken van Antoinette, Lily en Ginny wordt weergegeven. Zelfs als je zelf niet op zo'n manier denkt, wordt het daardoor wel begrijpelijker hoe het is om zo te zijn. Van Stephanie Knipper staat op de omslag dat haar (geadopteerde) dochter autistisch is, dus bij haar zal het gebaseerd zijn op wat ze in het dagelijks leven ziet. Bij Jael MacHenry kan ik daar niets over vinden, maar de manier waarop Ginny redeneert komt wel heel natuurlijk over.

Aanraders, zeker. Maar...

Hoewel ik beide boeken het lezen waard vond en zeker zou aanraden, is er één ding dat me een beetje dwarszit. Zowel Ginny als Antoinette blijken wel heel speciale (paranormale) gaven te hebben. Dat feit op zich stoort me niet (ik hou tenslotte van sprookjesachtige verhalen), maar het doet de boodschap "mensen die anders zijn, zijn ook normaal" wel teniet. Het is een soort omgekeerde discriminatie. Ze zijn niet alleen anders, maar ook nog heel bijzonder. En dat is natuurlijk boektechnisch gezien wel een mooie wending, maar zo werkt het in het echte leven niet.
Bij De keukendochter wist ik van de omschrijving achterop al dat Ginny af en toe geesten ziet als ze recepten maakt van bepaalde personen. Echt heel vervelend vond ik dat niet en het voegt ook wel iets toe aan het verhaal.
In Kleine wonderen kwam het (ik zal niet weggeven wat precies) nogal onverwacht.
Het is echt een mooi en ontroerend verhaal, maar juist omdat het zo goed geschreven is vind ik het jammer dat het niet realistisch bleef.


de keukendochter

kleine wonderen

(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)
lees verder ...

Hoe ik mijn boekenverzameling onder controle kreeg


of: Verdrinken in de boeken


Want dat laatste zou ik doen als ik het mezelf toestond. Als ik bij de kringloop rondloop, zie ik altijd tientallen boeken die ik wel wil lezen, herlezen of gewoon in bezit hebben. Ik zou daar iedere keer als ik er ben (toch wel een paar keer per maand) stapels boeken mee kunnen nemen, zonder ooit het gevoel te hebben dat ik eigenlijk niets leuks kon vinden. In een boekhandel heb ik hetzelfde, maar daar is het vooral de prijs die me tegenhoudt. Hoewel dat ook weer komt doordat ik zo veel boeken zou willen hebben. De keus is dan zo moeilijk, want stel dat ik die twintig euro liever aan een ander boek had uitgegeven?

Verzameldrang


Ik ben erfelijk belast, dat is zeker. Mijn ouders hebben altijd grote boekenkasten gehad (de hele achterwand van de huiskamer of een complete wand in de garage) en die waren goed gevuld. En dat deelden ze met mij, want terwijl veel vriendinnetjes trots waren op hun rekje met drie planken die niet eens vol stonden, had ik al vrij jong een volwassen boekenkast van 2 meter hoog en die stond vol ook.

Ik trouwde met een man die wel mijn liefde voor lezen deelt, maar niet mijn verzameldrang. Hij kan een boek lezen, er heel enthousiast over zijn en het dan toch op de kringloopstapel leggen. Er is maar een beperkt aantal boeken dat hij wil houden en zijn geheugen is zo goed en gedetailleerd dat hij zelden iets herleest.

Het grootste deel van onze boeken was (is) dan ook van mij. Ik heb een prima geheugen, maar niet voor details in verhalen. Ik lees met emoties en als de emoties kloppen, wil ik het boek houden om dat gevoel later nog eens te kunnen krijgen.

Maar ja. We wonen in een klein huis en ik lees snel en enorm veel. De "bewaarboeken" stapelen zich snel op als ik niet uitkijk.

Een nieuwe boekenkast


Vorig jaar besloten we dat de huiskamer een opknapbeurt kon gebruiken. Eén van mijn wensen was "een boekenkast in de huiskamer". Onze boekenkasten stonden namelijk al jaren op de slaapkamer, wat ten eerste teveel stof veroorzaakte en ten tweede gewoon niet praktisch was (uit het oog, uit het hart). En bovendien raakte ik de controle kwijt. Want toen de kasten boven vol raakten, kwamen er stapeltjes op en naast en zette ik beneden ook maar wat rijtjes neer op kasten en planken. En toen beneden die rijtjes niet meer pasten kwamen er daar ook losse stapeltjes op de verkeerde plaatsen bij. Het begon langzaam een probleem te worden.

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik, als ik alleen woonde, waarschijnlijk gekozen zou hebben voor een heel grote boekenwand in de lengte van de kamer. Maar echtgenoot vond - terecht - dat het donker, rommelig en benauwd zou worden. Dus bouwden we onder de trap een kast van de bekende vierkante Kallaxkasten van Ikea. We stapelden grote en kleinere formaten en vulden zo de hele muur. Een deel werd bestemd voor de stereo, de platen en de fotoalbums. De rest (en dat was behoorlijk veel ruimte) mocht ik vullen met boeken, maar dan mochten er nergens anders meer boeken staan ook.

Tot mijn verbazing werkt dat perfect.


Beperkte ruimte


Ik gebruik een beperkte ruimte (aan de zijkant van de kast) om nieuwe boeken neer te zetten en die ruim ik regelmatig op. Ieder vak van de boekenkast heeft min of meer een thema en als zo'n vak overvol begint te raken (alles staat dus wel in dubbele of zelfs driedubbele rijen), haal ik het leeg en bedenk wat mag blijven en wat toch wegkan. Af en toe moet ik een paar vakken mengen om mijn absolute favorieten te kunnen houden, maar het blijft overzichtelijk. Niet meer de hele boekenkast leeghalen, wanhopig proberen alles er weer in te krijgen, en heel veel lastige beslissingen in één keer nemen, maar gewoon stapje voor stapje.

Oké, ik geef toe. Af en toe doet het nog pijn, want die verzameldrang is er nu eenmaal. Als ik een schrijver goed vind, wil ik álles van die persoon lezen en bewaren. Wat natuurlijk onzin is. Zeker als het gaat om iemand als Nora Roberts, want die heeft zo'n 225 titels op haar naam staan. Daar heb ik een hele kast voor nodig. En als ik heel eerlijk ben, vind ik lang niet al haar boeken goed. Waarom wil ik boeken in mijn kast die ik niet nog eens wil lezen?

Van Agatha Christie heb ik wel alles, maar dat zijn er "maar" 75 (ik mag wel eens dóórwerken als ik mijn voorbeelden nog wil proberen te evenaren). En misschien gaan er daarvan ook ooit nog een paar weg, want ik vind de spionageverhalen niet echt leuk. Ik had trouwens ook een behoorlijke verzameling Vijflingen van Agatha Christie, maar die heb ik weggedaan omdat ik daardoor bijna alle boeken dubbel had. Nu mis ik een paar korte verhalen, maar dat moet dan maar.

Een lastige is de alfabetserie van Sue Grafton. Dat zijn er (straks - de laatste twee moeten nog komen) 26 en het is gewoon niet logisch om maar een paar letters te hebben. Toch? Nee dus, ook hiervan zijn sommige boeken beter dan de anderen.

Aan de andere kant heb ik "Gejaagd door de wind" en "Scarlett" in de afgelopen twintig jaar al minstens vier keer weggedaan en weer teruggekocht omdat ik ze zo graag wilde herlezen. Die mogen nu dus gewoon blijven.

Nog te lezen

Een deel van mijn boekenverzameling van vroeger bestond uit boeken die ik nog niet eens gelezen had en sommige daarvan had ik al jaren. Omdat mijn "nog te lezen" ruimte nu heel beperkt is, koop ik ook minder boeken. Ik kan ze immers toch niet kwijt. En omdat boeken pas de kast in mogen als we ze gelezen hebben (of één van ons), blijven boeken ook geen maanden ongelezen liggen, want dan wordt de stapel te onoverzichtelijk. Als we er geen zin in kunnen krijgen mogen ze weer weg (dat is het voordeel van tweedehands kopen). Inmiddels begin ik te leren wat ik beter gewoon in de (kringloop)winkel kan laten liggen en wat echt gelezen wordt.

Dat scheelt weer geld en bovendien vond ik het eigenlijk helemaal niet prettig om zoveel ongelezen boeken in mijn kast te hebben. Dat gaf onbewust toch stress (ik móet nog zoveel lezen) en lezen zou ontspannend moeten zijn.

Hoewel ik af en toe nog weg kan dromen bij het idee dat je een complete bibliotheek in je huis zou hebben (ik heb er zelfs een pinterestboard voor) , vind ik het een fijn gevoel dat ik mijn boekenverzameling onder controle heb.

Mijn tips:


1. neem een beslissing over de beschikbare ruimte en houd je daaraan (eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik boven nog een rijtje patroonboeken heb staan en mijn kookboeken staan in de keuken, maar dat houd ik ook beperkt)

2. je hoeft niet alles te bewaren, zelfs niet als het goede boeken zijn (echt niet! soms is de herinnering aan een mooi boek genoeg)

3. als je een schrijver goed vindt, hoef je niet zijn volledige oeuvre aan te schaffen. Je kunt er ook voor kiezen zijn of haar beste boeken bewaren en de rest af en toe van de bibliotheek lenen (of digitaal aanschaffen, maar dat is een heel ander verhaal).

4. als je de ruimte hebt, kun je natuurlijk besluiten toch een verzameling te beginnen. Van een bepaalde schrijver bijvoorbeeld, of een bepaalde uitgave (ik heb al een paar keer op het punt gestaan om Lijsters te gaan verzamelen), maar beperk je dan tot die verzameling (in mijn geval: wel alle boeken van Agatha Christie in één bepaalde uitgave en niet ook nog de Engelstalige en boeken die erop lijken en...) en bekijk regelmatig of je er de ruimte nog voor hebt. Als je kiest voor een onderwerp (ik neig naar boeken over de Arthurlegende, maar probeer me te beheersen) is weer die beperking op ruimte (punt 1.) van toepassing. Kies hoeveel ruimte je er voor wilt vrijhouden en ruim regelmatig op, zodat je alleen de mooiste exemplaren overhoudt.


Hoe ziet jouw boekenkast eruit? 



P.S. nog meer betweterige handige artikelen over huishoudelijke zaken vind je op mijn andere (nieuwe) website HUISHOUDHOBBELS
lees verder ...

{gelezen} Vreemde wezens - De wezens van Matt Haig



Ik heb werkelijk geen idee hoe ik "De Wezens" van Matt Haig moet introduceren. Misschien moet ik het hem zelf maar laten doen. Dit is de eerste zin van het boek:

Lezers, ik weet dat sommigen van jullie ervan overtuigd zijn dat de mens enkel een mythisch wezen is, maar ik ben hier om te verklaren dat ze echt bestaan.

Juist. Dat zet de toon wel zo'n beetje. Het boek gaat over een buitenaards wezen dat het leven van een wiskundige overneemt. Zijn opdracht is te zorgen dat de ontdekking van die wiskundige - die grote gevolgen zou kunnen hebben - niet bekend wordt. Hoewel het buitenaardse wezen van een veel hogere beschaving dan de onze komt, begrijpt hij weinig van de manier waarop wij leven. Zijn observaties zijn gedeeltelijk komisch, maar eigenlijk vooral filosofisch en confronterend.

De volgende dag had ik een kater. Als mensen dronken worden om te vergeten dat ze sterfelijk zijn, dan krijgen ze katers om ze er weer aan te herinneren.

Mensen zijn bang voor de natuur en het stelt ze gerust als ze kunnen bewijzen dat ze hem kunnen beheersen. Daarom hebben ze gazons, daarom zijn wolven tot honden geëvolueerd en daarom is hun architectuur gebaseerd op tegennatuurlijke vormen.

Terwijl hij probeert uit te zoeken of de wiskundige anderen heeft ingelicht over zijn ontdekking, leert hij het leven als mens steeds meer waarderen. Ook raakt hij steeds meer betrokken bij zijn zogenaamde vrouw en zoon. Met onvermijdelijke (en misschien wel ietwat voorspelbare - maar dat is niet storend) gevolgen voor zijn missie.

Waarom ik dit boek van de tafel met nieuwe uitgaves in de bibliotheek pakte weet ik eigenlijk niet, maar de recensie uit de Times die op de voorkant stond sprak me aan, dus nam ik het mee. Ik citeer (want zo mooi kan ik het zelf niet zeggen):

Haig gebruikt de wetten en regels van sciencefiction om elegant en vlijmscherp concepten als vrije wil, liefde, huwelijk, logica, onsterfelijkheid en genade te onderzoeken èn te hekelen.

En zo was het ook. Echtgenoot las dit boek eerder dan ik en was al even enthousiast. Het verhaal is boeiend tot het eind en we kunnen allebei de schrijver alleen maar bewonderen voor de manier waarop hij in de huid van een ander wezen kruipt om ons mensen te beschrijven. Aan het eind staat een lijst met "goede raad" aan zijn zoon en daar staan een paar juweeltjes van wijsheden tussen, die ik maar niet allemaal ga citeren.

Kortom, als je houdt van boeken die anders-dan-anders zijn, is dit zeker een aanrader.
Het genre? Filosofie, sciencefiction, actie, zelfs een tikje romantiek. Van alles door elkaar. Het valt niet mee om het in een bepaald genre onder te brengen en misschien moeten we dat ook niet willen.
Ik laat de schrijver (of eigenlijk het buitenaardse wezen) nog maar even aan het woord:

Er bestaat maar één genre in fictie. Dat genre heet "boek".

Zou het niet heerlijk zijn als iedereen er zo over dacht?
(ik laat het hier maar even bij, voor ik een lang relaas over genres en de bijbehorende -door anderen opgelegde- beperkingen ga plaatsen - misschien doe ik dat later nog een keer)

 - - - - -
bestellen bij bol.com:



(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)
lees verder ...

Zonnebloemen



Ik had een schrijfsabbatical. Eigenlijk een writersblock, maar zoals ik een paar weken geleden tegen iemand zei: als ik het een sabbatical noem lijkt het alsof ik er controle over heb en dat voelt beter. Je moet het tenslotte niet dramatischer maken dan het is. Gaat wel weer over.
Het was wel lekker rustig in mijn hoofd. Tenminste, dat zou het geweest zijn als er niet allerlei andere dingen speelden. Maar het schrijfdeel van mijn hoofd was in ieder geval even helemaal rustig. De eerste paar maanden vond ik dat prima. Na een half jaar begon ik het wel te missen. En na acht maanden ben ik blijkbaar klaar om weer te beginnen.
Dat dacht ik in ieder geval. Want toen ik een paar weken geleden een weekendje in Zuid-Frankrijk doorbracht en wat gemakkelijker al die andere dingen kon loslaten gingen er ineens allerlei lampjes weer aan in dat schrijversbrein van mij.
Een beetje vreemd is het wel. Ik zeg het wel vaker: het is maar goed dat mensen geen gedachten kunnen lezen. Nu zagen de weinige medeweggebruikers alleen maar een onopvallend vrouwtje van middelbare leeftijd in een sportautootje met open dak zitten. Als ze heel goed keken, hadden ze misschien gezien dat dat vrouwtje nogal dromerig naar een veld vol zonnebloemen keek, maar dat komt wel vaker voor daar, vooral bij mensen uit ons bewolkte landje. Als je zonnebloemen hoogstens kent als van een kluitje ergens in je tuin, is zo'n veld vol iets om van te genieten tenslotte.
Dat die dromerige blik kan omdat dit specifieke vrouwtje zich afvroeg of het mogelijk was een lijk te verbergen in zo'n veld en hoe lang het dan zo duren voor het gevonden werd, zal niemand vermoed hebben.
Tja.
Ik betwijfel ook of iemand van de andere gasten in ons chambre d'hôtes kom vermoeden dat ik die avond op het terras zo nadenkend van mijn water dronk omdat ik me afvroeg wie van hen model kon staan voor degene die vermoord werd en wat dan de reden was voor die moord. Spontane antipathie? In de boeken van Stephen King zijn het vaak de gewone, lieve mensen die uiteindelijk iets doen wat wel verklaarbaar, maar toch eigenlijk heel slecht is. Aan de andere kant heb ik een zwak voor de verhalen van Agatha Christie waarin bijna elke moord het resultaat is van een heel ingewikkeld vooropgezet plan. Maar waarom zou je iemand helemaal naar Zuid-Frankrijk volgen om hem daar vervolgens te vermoorden? Dat moet toch eenvoudiger kunnen. Tenzij die zonnebloemen ergens symbolisch voor zijn. Maar het kan ook zijn dat de moord wel gepland was en dat die zonnebloemen een handig plekje bleken te zijn om het lijk te verbergen.
In die paar dagen spon ik een compleet verhaal rond dat lijk tussen die zonnebloemen. Ik maakte wat aantekeningen in een notitieboekje dat ik bij me had en verheugde me erop thuis te gaan schrijven.
En daar eindigt het verhaal van de zonnebloemen. In ieder geval voorlopig. Want thuis waren er zoveel andere dingen te doen dat alles wat ik verzonnen had weer op de achtergrond raakte. Ik pakte mijn sabbatical weer op, zullen we maar zeggen.
Maar wie weet, misschien duikt er binnenkort ineens een verhaal of een heel boek van mijn hand op dat "Moord tussen de zonnebloemen" heet (of zoiets).
Jullie weten nu hoe zoiets begint...
lees verder ...

(gelezen} Sprookjes voor volwassenen - Sterrentrilogie door Nora Roberts


Het is niet uit te leggen aan niet-lezers. Dat geluksgevoel als je in de aanbiedingsbak een serie boeken tegenkomt die je al een tijdje in je achterhoofd op het wil-ik-wel-eens-lezen-lijstje hebt staan. Het is ook een tikje vreemd eigenlijk dat je daar gelukkig van wordt. Maar het overkwam me een paar weken geleden toen ik bij het Kruidvat de hele Sterren-trilogie van Nora Roberts vond voor een zeer redelijke prijs. Ik nam ze mee naar huis en zette ze in de kast, want ik had eigenlijk helemaal geen tijd om te lezen.

Maar toen kwam er een dag waarop ik oververmoeid en half ziek was en nogal wat spannende en stressvolle dingen te verwerken had. En wat helpt daar beter tegen dan iets nieuws van je favoriete schrijfster? Precies!
Ik las alledrie de boeken in een paar dagen uit en ik heb genoten! Het was precies wat ik nodig had. Even helemaal los van het normale leven.

Het boek begint zo:

Ooit in een tijd lang geleden, in een wereld ver van de onze, kwamen drie godinnen samen om de geboorte van een nieuwe koningin te vieren.

Klinkt als een sprookje. En dat is het ook eigenlijk gewoon. Je kunt je afvragen waarom een volwassen vrouw verder leest als ze een dergelijke openingszin voor geschoteld krijgt, maar deze volwassen vrouw heeft stiekem een enorm zwak voor sprookjes. Dat had ik als kind al en dat is nooit helemaal verdwenen. Bovendien wist ik wat ik ongeveer kon verwachten omdat ik Nora Roberts ken.

Nora Roberts is een veelzijdige schrijfster. Hoewel romantiek uiteindelijk meestal vrij belangrijk is in haar boeken, schrijft ze ook detectives (onder de naam J.D. Robb), thrillers en fantasy.

De Sterrrentrilogie valt overduidelijk in de categorie fantasy, al speelt het zich gelukkig (dat is mijn persoonlijke smaak, geen waardeoordeel) wel (grotendeels) in onze wereld af. De verhaallijnen en hoofdpersonen zijn allesbehalve realistisch, maar tegelijkertijd volkomen geloofwaardig als je eenmaal in het verhaal zit.

Zoals in al haar trilogieën zijn er drie vrouwen en drie mannen die samen het rode-draad-probleem oplossen (in dit geval het vinden van de drie sterren en ze beschermen tegen een boze godin). Daarnaast vormt zich in ieder boek een relatie tussen één van de mannen en één van de vrouwen, wat zo zijn eigen problemen veroorzaakt. Een vertrouwde manier om het verhaal op te zetten dus, maar ik vind dat niet storend. Het is vanaf het begin vaak al duidelijk wie met wie zal eindigen, maar ik verheug me er altijd op te lezen over hoe ze dat eindpunt zullen bereiken, met alle emoties en ontwikkelingen die daar nu eenmaal bij horen. Dat elk boek heel voorspelbaar een happy ending heeft is natuurlijk niet zo gek. Dat hoort zowel bij het romantische genre als bij een sprookje. Persoonlijk vind ik het fijn dat je van te voren al weet dat alles goed afloopt. Pure ontspanning. Daar lees ik zo'n boek ook voor.

Ik weet overigens dat Nora Roberts op dit moment bezig is met een serie boeken die op een andere manier is opgezet en ik ben erg benieuwd hoe dat gaat uitpakken.

Als schrijfster bewonder ik Nora enorm. Ze is één van mijn grootste voorbeelden. Haar succes (500 miljoen boeken verkocht! daar kan ik alleen maar van dromen), haar doorzettingsvermogen (ze schrijft meerdere boeken per jaar en dat al sinds 1981) en natuurlijk haar schrijftalent.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet al haar boeken even goed vind. Sommige thrillers zijn echt te rauw naar mijn smaak en haar vroege romans vind ik een tikje te flauw. Maar de meeste boeken van haar hand vind ik geweldig en ik heb een groot zwak voor de verhalen die zich in de meer sprookjesachtige sferen afspelen (de Magische Donovans staan met stip bovenaan). Het eerste boek dat ik ooit van haar las (en waardoor ik fan werd) was de trilogie Het eiland van de drie zusters, dat ook in dat genre in te delen is.

Als ik die boeken gelezen heb, gaat er altijd letterlijk een nieuwe wereld voor me open en begint er van alles te borrelen aan inspiratie. Ik maak zelf voor mijn eigen plezier ook weleens een uitstapje naar verhaallijnen die minder geloofwaardig zijn, maar durf er nooit mee naar buiten te komen. Men kent (en waardeert) mij immers als schrijfster van boeken in het genre "heel gewone mensen", dus een verhaal vol magie en sprookjesfiguren zou erg schrikken zijn voor mijn vaste lezers.

Maar toch... misschien ooit...

- - - - -

bestellen bij bol.com:



deel 1 - Een ster van vuur


deel 2- De baai der zuchten


deel 3 - Het glazen eiland


(links naar bol.com zijn partnerlinks
= kleine vergoeding voor mij als je via die link bestelt, geen extra kosten voor jou)
lees verder ...

Een nachtelijk gesprek


Het is niet altijd leuk dat onze slaapzolder (zo betitelde een makelaar wat wij trots 'de slaapkamer' noemen) nog niet helemaal geïsoleerd is (staat wel op De Lijst). 's Zomers kan de temperatuur namelijk behoorlijk oplopen en dat houdt in dat we moeten slapen met alle ramen open. En dan hoor je van alles.
Normale mensen slapen daar waarschijnlijk doorheen, maar ik dus niet. Het geruis van het verkeer van de provinciale weg kan ik wel filteren, dat hoor ik niet bewust. Maar ons dijkje is ook een doorgangsroute voor fietsers. En die passeren allesbehalve geruisloos.
Dat klinkt raar, maar het is zo. De fietsen zelf maakt meestal geen geluid. Hoewel, soms loopt er iets aan, of rammelt het zo hard dat je verwacht dat het ding elk moment uit elkaar kan vallen, maar meestal valt het wel mee. Het is alleen zo jammer dat de mensen die op die fietsen zitten niet beseffen (of er domweg geen rekening mee houden) dat er mensen wonen en proberen te slapen in de huisjes waar ze langs fietsen. En dat die dus alle gesprekken kunnen horen. Wat heel irritant is, want je hoort maar een paar zinnen en dan zijn ze alweer voorbij.
En dan vraag je je dus af waar dat over ging.
Vannacht had ik er weer eentje.
'Ik pak iets te eten. Ik eet het op. Ik ga naar boven...'
De rest kon ik niet horen. Maar ik heb er een half uur over na liggen denken.
Het was sowieso een rare opsomming. Waarom die toevoeging 'Ik eet het op'? Dat is meestal de reden waarom je iets te eten pakt, dus dan hoef je er niet bij te vertellen dat je het opeet. Je vertelt het er juist bij als je dat niet direct deed. Was deze jongen het type dat zeer gedetailleerd denkt en volgde er op 'Ik ga naar boven' ook nog de totaal overbodige mededeling 'via de trap'?
Of was het een voorspel voor wat er boven gebeurde? Volgde daarna een smerig verhaal over hoe dat eten dat hij dus net had opgegeten er direct weer uit kwam? Of wilde hij uitleggen dat hij toen hij boven was meteen weer honger had ondanks het eten dat hij gepakt en zelfs opgegeten had?
Ik vond ook de tegenwoordige tijd boeiend gekozen. Want als het gewoon een anekdote was, had hij het in de verleden tijd verteld. Neem ik aan. Tenzij hij een journalist was, want die schrijven rustig maar volledig grammaticaal incorrect dat 'iemand gisteren begint te lopen' of iets dergelijks.
Maar een normaal mens gebruikt dit soort opsommingen alleen om ergens de nadruk op te leggen. Dus er gebeurde iets bijzonders nadat hij naar boven was gegaan.
Of -als deze jongen zijn taal grammaticaal en semantisch helemaal correct gebruikte- er gebeurt altijd iets bijzonders als hij eerst iets te eten pakt, het opeet en dan naar boven gaat.
Maar wat gebeurt er dan? Gaat de koelkast piepen omdat hij hem altijd per ongeluk open laat staan? Komt de kat tevoorschijn en eist die zijn deel? Maar wat eet hij dan voor hij naar boven gaat? Vis?
Of klaagt zijn vrouw dat zijn adem stinkt zodra hij het bed instapt? Maar waarom zou je 's nachts uit bed komen om knoflookteentjes, uien of andere stinkende etenswaren te eten?
Of...
Ik kwam er niet uit.
Maar het bezorgde me wel een boeiend halfuurtje nadenken over iets onbelangrijks en dat is (na ontelbare nachten piekeren over persoonlijke problemen) ook wat waard.

lees verder ...