Geertrude Verweij - romans, verhalen, columns - zakelijke teksten - redactie - hulp & advies

Schoonheid (zit van binnen)


We zaten bij de ingang van het vliegtuig. Daar heb je namelijk meer beenruimte en dat is met een nachtvlucht erg fijn. KLM deed weer een poging het instappen te stroomlijnen door mensen in groepen in te delen en ondanks mijn 'straks-kunnen-we-de handbagage-niet kwijt-stress' hadden we netjes gewacht tot we naar binnen mochten. Maar om de een of andere rare reden waren wij juist bij de eerste groep en hebben we vervolgens met ingetrokken benen zitten kijken naar het instappen van alle andere passagiers. Wat best leuk was.
Zeker toen er een jonge vrouw in een wel heel opvallende outfit instapte.
Miss Universe Curaçao. Die had nog een persmomentje gehad voor ze naar Thailand vertrok voor de Miss Universeverkiezing en reisde dus bepaald niet incognito.
Meestal heb ik niets met dit soort types en ik ben ook geen fan van het fenomeen missverkiezingen, maar deze dame had iets dat me aantrok. Akisha Albert is niet alleen mooi, maar ze straalt ook iets uit. Iets bijzonders, iets positiefs. Eenmaal thuis googlede ik haar en sindsdien volg ik haar instagramaccount.
Ik ben fan. Waarom? Dat Akisha lerares wil worden, doet me weinig. Ik neem aan dat ze echt geen nee zegt tegen een carrière met wat meer glamour als die zich aandient. Dat ze een stichting heeft opgericht voor mensen met het syndroom van Down vond ik ook niet bijzonder. Iedere Miss Weetikveel beweert tenslotte dat ze de wereld wil verbeteren.
Na lang nadenken begrijp ik wat me zo in haar aantrekt. Het thema van de miss Universe verkiezing is 'Confidently beautiful', mooi en vol zelfvertrouwen, en dát straalt ze uit. Ze weet dat ze er goed uitziet (het zou hypocriet zijn om daar bescheiden over te doen), maar je kunt ook zien dat ze op een gezonde manier blij is met zichzelf en met wat ze doet met haar leven.
Dat soort zelfvertrouwen vind ik mooi en ik zie het veel te weinig. Ik kom steeds meer prachtige, talentvolle mensen tegen die in diepe depressies raken omdat ze zichzelf en wat ze bereikt hebben niet goed genoeg vinden. Daar hoor ik zelf ook bij, trouwens.
Akisha's uiterlijke schoonheid kan ik niet evenaren, maar dat zelfvertrouwen... daar moet ik toch maar eens aan gaan werken. Want als je goed met jezelf kunt opschieten, zien mensen ook eerder je innerlijke schoonheid.
En daar draait het uiteindelijk om.

(p.s. Inmiddels is de verkiezing voorbij. Akisha eindigde in de top 10 van 94 deelnemers.)

foto van Pexels.com
Lees verder ...

Jetlag


Het nare van een jetlag is dat je nooit weet hoe erg en op welke manier hij toe zal slaan. Dát je hem krijgt is zeker, maar soms valt het erg mee.
Je zou denken dat je lichaam went aan al die tijdsverschillen. Dit was al de derde keer dit jaar dat we uit Curaçao terugkwamen, dus ik ging er eigenlijk vanuit dat ik er deze keer vrij gemakkelijk doorheen zou komen en dan volop in de decemberdrukte kon springen.
Tja. Ik had het een beetje te positief ingeschat.
Het gekke is dat het juist erger werd naarmate we langer in Nederland waren. We kwamen op woensdag aan. De eerste dagen ging het redelijk, maar maandag was een ramp.
Echtgenoot sprong vrolijk zijn bed uit toen de wekker ging, maar ik trok de dekens over mijn hoofd en had het gevoel dat het nog midden in de nacht was. Ik deed heel rare dingen op een rotonde omdat ik er wel aan dacht te schakelen (op Curaçao reden we in een automaat) maar totaal vergat de koppeling in te trappen. In de praktijk zet je de auto dan in zijn vrij en verder gebeurt er weinig als je aan de pook trekt of het gas intrapt.
Voor ik wegging moest ik de pincode van de zakelijke pas opzoeken, want ik wist hem ineens niet meer, terwijl ik hem 's ochtends nog gebruikt had. En toen ik in de winkel stond, was ik het weer kwijt.
Gelukkig was het jongetje dat daar me hielp ook niet helemaal helder. Hij stelde voor het onderdeel dat niet leverbaar was te bestellen, thuis te laten bezorgen en vooruit te betalen. Dat leek mij ook de gemakkelijkste oplossing, dus ik zei ja. Waarna bleek dat hij helemaal niet wist hoe hij dat moest doen. En de collega die hem aanwijzingen gaf liep na iedere handeling naar achteren en moest dan opnieuw geroepen worden voor de volgende stap.
Je zou maar haast hebben.
En dat had ik, want mijn plan om rustig boodschappen en Sintinkopen te doen was door een spoedgeval bij een klant van echtgenoot veranderd in op de terugweg even snel een winkelcentrum induiken omdat ik toch wat onderdelen moest halen.
Maar gelukkig had ik een jetlag en was ik veel te slaperig om me daar echt over op te winden...

(foto van Pexels.com)

Lees verder ...

Hokjes


Het is in Punda altijd nét iets gezelliger als er een cruiseschip ligt. Ook drukker natuurlijk, maar we gaan ook niet naar de stad voor onze rust. We gaan naar de stad voor de gezelligheid. Om mensen te kijken. Dat vinden wij leuker dan aapjes kijken en bovendien hoef ik me bij mensen niet schuldig te voelen over opsluiten in hokken en dat soort nare dingen.
Hoewel... Eigenlijk ben ik natuurlijk wel steeds bezig mensen in hokjes te plaatsen. Niet fysiek, maar in het geestelijke.
Mannen met Hawaïhemden zijn vrijwel altijd Amerikaans. Vrouwen zijn lastiger te plaatsen, vrouwen uit Nederland, Duitsland en Amerika lijken allemaal op elkaar. Als er luidruchtig en onbeschoft om bier geroepen wordt zijn het helaas altijd (jonge) Nederlanders.
Ik kijk ook altijd uit naar de ervaren toerist. Die zie je niet vaak, want die hebben haast. Ze lopen in keurig gestreken bermuda's met stralend schone t-shirts, van die verstandige sandalen en met een rugzakje op de rug. Ze lijken nooit last van de warmte te hebben en zijn altijd onderweg naar de volgende bezienswaardigheid. Ze staan nooit zomaar even stil bij een muurschildering of een bijna ingestort huis. Er zijn tenslotte veel belangrijker dingen te bezichtigen. Vinden zij. Ik vind dat jammer. Curaçao is geen museum, het is een levend eiland.
De onervaren toerist komt vaker voor. Steevast met een grote zonnehoed op, wat op zo'n winderig eiland helemaal niet handig is. Ze staan op kaartjes te turen, maar kunnen meestal niet plaatsen waar ze zijn en eindigen uiteindelijk op een terras. Als ze daar beginnen te  klagen over de warmte zijn het vaak Canadezen.
'Te warm, te vochtig,' kreunde de man die naast ons op het terras zat. 'Bij ons vriest het.' Nee, ze waren de stad nog niet echt in geweest, want daarvoor was het ook te warm. Zijn vrouw en hij hadden het plan voor de rest van de middag al klaar: nog één biertje, dan naar het Casino en vervolgens terug naar het schip.
Ik heb ze aangeraden in februari terug te komen om het eiland echt te bekijken, dan is het koeler en minder vochtig. Want als je enige herinnering aan Curaçao is dat het te heet was om iets te doen, heb je toch echt iets gemist. Vind ik.
Waarmee ik mezelf definitief in het hokje 'betweterige eilandkenner' plaats. Maar ja, dat moet dan maar.
Lees verder ...

Versieren


En nu moet ik nog een kerstverhaal schrijven, zuchtte ik. Dat leek me het toppunt van onmogelijk. Ik heb daar toch altijd wel een beetje sfeer bij nodig. Kaarsjes aan, gordijnen dicht, dikke trui aan, hete thee, het hele riedeltje. Die thee heb ik wel, maar die moet eerst afkoelen, want anders breekt het zweet me uit. En verder zit ik in een korte broek en een hemdje in de schaduw en heb ik het nog warm. De zon schijnt en we gaan straks naar het strand om lekker in de zee te zwemmen. Tja.
En toch begint het langzaam te komen. Want Curaçao is allang in de kerststemming. De kerstboom staat al sinds begin november in Punda (een metalen frame met neptakken), op het Wilhelminaplein staat een enorme kerstman, in La Curaçao (een soort Hema/Action/van-alles-wat winkel) draaien ze kerstmuziek en ook de woon- en doehetzelfzaken staan vol met kerstbomen en kerstversiering. Naast de barbecues en de koelboxen, want dat zijn hier geen seizoensartikelen. Het Venezolaanse buurvrouwtje heeft een kerstkrans aan de deur hangen en je ziet overal de kerstversiering op de huizen opduiken. Ik zag ergens iemand die de betonnen engeltjes op de muur rond het huis kerstmutsen had opgezet. De engeltjes vonden het niet echt geweldig, die keken nogal chagrijnig, maar ik vond het een briljant idee.
Hier draait kerst niet om gezellig warm binnen zitten en hopen op sneeuw (maar niet op de dagen dat we de weg moeten, alsjeblieft). Hier draait het om... ja waar eigenlijk om. In naam is men hier grotendeels Katholiek, maar het gaat duidelijk niet om de christelijke invulling van het feest. Het is meer het hele concept van feestelijkheden, versieringen en alles wat daarbij hoort, denk ik. Daar zijn ze hier dol op. En niet alleen met Kerst, ook voor Pasen en Halloween wordt er uitbundig versierd en bij veel mensen hangt de kerstverlichting gewoon het hele jaar op de porch. Ze zijn hier gewoon heel goed in het concept 'het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen', denk ik.
En blijkbaar is die behoefte aan versieren aanstekelijk, want stiekem wil ik ook een krans voor aan onze deur en ik heb zelfs overwogen een boom te kopen, terwijl we december in Nederland door gaan brengen. Wat echtgenoot daarvan vindt? Die stond zaterdag bij de kerstlampjes te aarzelen. Voor op de porch. Want die is nu zo saai.

Lees verder ...

Katten


'Ik vind die andere leuker,' verzuchtte echtgenoot, die een eigenwijs klein katje van zijn schoot probeerde te duwen. Het katje was het daar niet mee eens, want die vond dat wij ons avondeten best konden delen. Toen echtgenoot haar op de grond zette, sprong ze met vier poten tegelijk boven op mijn biefstuk. Lekker dan.
Het begon heel onschuldig allemaal. Wij zijn nu eenmaal kattenliefhebbers en hoewel we goede redenen hadden om na de dood van ons bejaarde Beest geen nieuw huisdier meer te nemen, misten we zo'n beestje in ons leven. Dus toen er een klein katertje van een maand of drie in de tuin van het apartement verscheen, probeerden we hem te lokken. Dat hij honger had, was duidelijk (zwerfkatten zijn hier bijna net zo'n groot probleem als zwerfhonden), maar we wilden hem niet echt gaan voeren omdat we binnen een maand weer terug zouden gaan naar Nederland. Toch viel er per ongeluk wat kip op de grond en had ik ineens kattensnoepjes gekocht toen ik boodschappen deed. De huisbaas, ook een kattenliefhebber, voerde hem brokjes en zo waren de taken prima verdeeld. Wij probeerden het angstige beestje langzaam te laten wennen aan aanrakingen en dat was een leuke uitdaging.
Maar toen kwam er ineens een ander katje bij. Nog jonger, ik denk niet ouder dan een week of acht. En totaal niet bang voor mensen. Meer het type: 'Kijk eens hoe schattig ik ben!' Heel leuk, dat wel. Maar het katertje was nog steeds bang en duidelijk jaloers. Hij bleef op een afstand en keek zielig. Vonden wij. Af en toe kwam hij dichterbij en blies naar de kleine, maar hij trok zich langzaam steeds verder terug al bleef hij wel afwachten of we nog iets te eten voor hem hadden.
Ondertussen sprong dat andere beestje dus gewoon midden in mijn bord. Maar omdat ik daar niet van gediend ben en ook niet van plan ben vanwege een kat binnen te moeten eten, leegde ik mijn waterglas over haar kop. Ze schrok en was zelfs vijf minuten weg. Daarna kwam ze weer terug, maar minder veeleisend en dat was wel fijn.
Dat vond het katertje ook. Die weet nu dat hij wij niet helemaal óm zijn voor de kleine. Ik durf te zweren dat ik hem zag grijnzen toen ik met dat water gooide.
Lees verder ...

Lachen


'Sinds ik weer met hem samen ben, heb ik geen dag niet gelachen,' zei ze, en de kuiltjes in haar wangen werden dieper bij de gedachte aan alle vreugde die haar man in haar leven gebracht had. 'We waren high school sweethearts die elkaar uit het oog verloren waren en na twintig jaar weer terug vonden,' omschreef ze hun 'sweet story'.
Dat je met hem kon lachen, had ik al begrepen. We waren door kennissen uitgenodigd voor een happy hour om kennis te maken met vrienden van hen. Onze kennissen arriveerden in Halloweenkostuum, want hun vriend had gezegd: 'Als jullie verkleed komen, doe ik het ook. Ik heb een pracht van een kostuum. Je zult niet kunnen zien dat ik het ben, maar je weet wel direct dát ik het ben als ik aankom.'
Dat klopte. Aan het eind van de avond had ik kramp in mijn kaken van het lachen. Want zijn verschijning als dinosaurus was een geweldige aanvulling op het verder nog al suffe happy hour op een van de meest luxe stranden van Curaçao.
Hij danste op de live muziek, speelde met de kinderen en kon er nog net van weerhouden worden in het (volle) restaurant op de tafels te springen.
'Zoals in Jurassic Park, je weet wel. Hoeveel krijg ik van jullie als ik het doe?' grijnsde hij.
Tussendoor moest hij af en toe even úit het pak en veel, heel veel, water drinken. Want het pak was een nogal geavanceerd geval waarvan de kop opgeblazen werd met een ingebouwde compressor. En als er geen lucht uit kan, kan er dus ook geen koele lucht in. Aangezien dinoman van nature een stevige man is, compleet met tatoeages en volle baard, werd het dus snel benauwd in dat pak. Zeker de eerste ronde, voor zonsondergang, was zwaar. 'Daar had ik niet goed over nagedacht,' hijgde hij toen zijn vrouw hem uit de dinosaurus bevrijd had. Maar een half uur later trok hij het pak weer aan. 'Ik heb met volle bepakking door de woestijnen van Afghanistan en Kuwait gelopen. Dan moet ik dit ook aankunnen,' vond hij.
En daar ging hij weer. Dansend met een klein meisje, tikkertje spelend met wat grotere kinderen en flirtend met een paar oudere dames. En met zijn vrouw stralend, met die prachtige kuiltjes in haar wangen, op de achtergrond.
Lees verder ...

Maaien


Het was net zeven uur, maar ik zat al met een dochter aan de telefoon. Ik zag uit mijn ooghoeken echtgenoot richting het huis van onze huurbaas lopen, maar nam aan dat hij gewoon een praatje ging maken. Het leven begint hier vroeg, voordat het heet wordt.
Maar hij kwam terug met een bosmaaier. En begon toen ook maar direct te maaien. Ik deed de ramen en deuren dicht en legde aan dochter uit dat haar vader de muggen zat was. Ik ook, daarom nam ik de herrie voor lief.
Het terrein voor ons appartementje hoort eigenlijk bedekt te zijn met witte kiezelstenen. Heel mooi en praktisch, maar dat moet je wel bijhouden. En dat heeft men niet gedaan. Dus groeit er gras en een raar kruipend plantje. Meestal is het vrij laag en dan is het geen probleem, maar door de regen van de afgelopen tijd was het enorm omhoog geschoten. En dat vinden muggen erg fijn. Die gaan in de schaduw onder die plantjes wonen en zijn erg gecharmeerd van het ochtendbuffet dat zich 's ochtends om zes uur presenteert. Als wij buiten gaan zitten dus.
Wij vinden dat minder fijn. Gelukkig zijn het alleen maar kleine muggen, dat scheelt. Sinds we in 2014 Chikungunya opliepen (en het halve eiland met ons) zijn we vooral bang voor tijgermuggen. Want hoewel we nu immuun zijn voor deze speciale vorm van dat virus, zijn er nog wel meer virussen die overgebracht worden door muggen. Van al die ziektes wordt gezegd dat het maar een week of twee duurt. Maar ja, dat zeiden ze van Chikungunya ook. Helaas behoorden wij tot de pechvogels die twee jaar lang met gewrichtspijnen hebben getobd.
Muggen vinden we dus nare beesten. En hoewel je went aan de jeuk van die kleine, is het toch een vervelend gevoel. Bovendien zijn het er erg veel nu. We wisselen een natuurlijke olie die ze redelijk tegenhoudt af met ventilators die ze weg zouden moeten blazen. Want maandenlang dagelijks smeren met DEET is zeer slecht voor je gezondheid.
Maar het allerbeste is gewoon zorgen dat er minder muggen zijn. En daarom moest er dus gemaaid worden. Om zeven uur 's ochtends. Maar dat nam niemand ons kwalijk. Sterker nog, de bovenbuurman kwam helpen met opruimen en twee huizen verder hoorde ik een kwartiertje later nóg een bosmaaier aanschakelen...

foto van pexels.com
Lees verder ...

Halloweenverhaal :: Geesten bestaan niet (slot)



Inmiddels is de zomer overgegaan in de herfst en nadert het eind van de maand oktober.
Alexander en ik zijn uit eten geweest om te vieren dat zijn nieuwe boek in de bestsellerlijst staat. Hoewel we allebei nog nooit sushi op hadden, hebben we ons er klem aan gegeten bij zo'n all-you-can-eat restaurant. Het was echt een leuke avond, vooral omdat het voor ons allebei nieuw was en we dus werkelijk alles wilden proeven. Zo jammer dat hij nu de sfeer verpest door weer over de geest te beginnen. Wel met een omweg, maar toch. Ik snap direct waar hij naar toe wil.
'Vandaag is het Halloween.' Hij kijkt me onderzoekend aan. 'Geloof je daar ook niet in?'
Ik lach. 'Ik neem aan dat je niet doelt op verklede kinderen en snoep, maar op het feit dat volgens de oude overlevering in die nacht de sluier tussen ons en het hiernamaals dun genoeg is om geesten door te laten?'
'Ja. Je hebt er al meerdere verhalen over geschreven, maar heb je ooit iets gemerkt?'
'Wat denk je zelf? Natuurlijk niet. Het zijn sprookjes. Fantasie.'
Wat ook fantasie blijkt te zijn, is het idee dat Alexander en ik ooit meer dan vrienden kunnen worden. Ik sta er nog steeds voor open, steeds meer zelfs, maar hij geeft nogal wisselende signalen. Hij flirt wel en maakt af en toe een opmerking waarvan ik me afvraag wat hij ermee bedoelt. Maar hij gaat nooit verder dan dat en hij spreekt zich nooit direct uit. Sinds ik erachter kwam dat mijn ex-man er een hele reeks vriendinnen bij had, zit ik er niet op te wachten me hals over kop in een relatie te storten. In ieder geval niet als ik niet zeker weet dat hij het serieus neemt. Dus ik laat het maar bij vriendschappelijk contact, zolang hij dat ook doet. Tenminste, dat is mijn bedoeling. Maar het iedere keer als ik hem zie lijken de vlinders in mijn buik harder tekeer te gaan en ik verspil soms uren met dagdromen over hoe het zou kunnen zijn tussen ons. Soms overweeg ik maar om te schakelen naar het schrijven van romantische boeken, want dat soort verhalen spoken voortdurend door mijn hoofd.
Het verhaal over het dienstmeisje is klaar. Hoewel dit verhaal realistischer en duisterder is dan mijn andere boeken, is mijn uitgever heel enthousiast. Maar ik heb voorlopig genoeg van dit soort ellende en denk dat mijn volgende boek iets met elfjes en kabouter wordt.
'Zal ik vannacht hier slapen?' vraagt Alexander aarzelend. 'Het zit me echt niet lekker dat je hier alleen blijft. Met Halloween is de geest altijd een stuk actiever. Soms vliegen de meubels door het huis.'
'Hoe weet je dat? Dat kun je echt niet gezien hebben vanuit jouw huis.'
Hij grijnst. 'Ik ben journalist en schrijver. Het leek me wel inspirerend om eens een nacht in een spookhuis door te brengen, zeker met Halloween. Vorig jaar heb ik mezelf binnengelaten.'
'Heb je ingebroken, bedoel je.'
'De deur was niet op slot. Maar ik ben niet lang gebleven, want ze bekogelde me met alles wat ze kon vinden.'
Ik kijk hem onderzoekend aan, maar zijn gezicht staat ernstig. Ook de twinkel in zijn ogen, die hem normaal gesproken verraadt als hij me plaagt, ontbreekt. Is het dan toch waar wat hij vertelt? Onzin. Ik ben bereid te accepteren dat hij het oprecht gelooft, maar er moet een logische verklaring zijn. En het wordt tijd dat hij dat ook gaat inzien.
'Misschien moet je inderdaad maar blijven,' zeg ik berustend. 'Niet omdat ik bang ben, maar om te bewijzen dat er geen geest is. Ik zou graag willen dat we het daarover eens werden.'
'Heb jij ook het idee dat ze tussen ons in staat?' Hij legt aarzelend zijn hand op de mijne. 'Ik bedoel... je weet toch wel dat ik iets voor je voel?'
'Ik hoopte het,' geef ik toe. 'Maar waarom laat je dat niet gewoon merken?'
'Omdat...' Hij gebaart naar de lamp die begint te rammelen. 'Daarom.'
Ik trek mijn wenkbrauwen op. 'Er reed een tractor veel te hard voorbij. Dan schudt het huis. Dat is niet zo gek voor een oude dijkwoning, hoor.'
'Volgens mij is het de geest. Ik ben bang dat ze jou iets aandoet als je een relatie met me begint. Ze heeft een hekel aan mannen.'
'En dat geloof je echt.' Ik vraag het niets eens, ik stel het vast. En ik weet niet wat ik ermee moet. Want verder vind ik hem geweldig. Hij is intelligent, knap, lief, attent, nou ja. Alles dus. Ik ben eigenlijk gewoon smoorverliefd op hem. Maar dat gezeur over die geest...
'We zullen het vannacht zien. Je mag in mijn bed slapen, dan weet je meteen of de geest daar een probleem mee heeft.'
Hij lacht, maar schudt zijn hoofd. 'Niet vannacht. Ik weet dat je het idioot vindt, maar ik heb het zelf gezien. En ik ben bang dat ze jou ook iets aandoet als ik naast je lig. Maar ik neem graag een optie op dat plekje voor later. Eventueel in mijn huis.' Nu zie ik wel die twinkel in zijn ogen.

We gaan om een uur of elf naar bed. Tot die tijd is het rustig, al rijdt die tractor nog een paar keer voorbij. Ik moet die boer er toch eens op aanspreken, want het wordt nu wel heel erg.
Ik ga naar mijn slaapkamer, Alexander kruipt met een deken op de bank, want ik heb wel kamers over, maar geen extra bedden.
Het voelt vreemd, zo'n man in huis, maar ik vind het eigenlijk wel een prettig idee. De grappenmaker die elke volle maan alle ramen openzet, zal nu niet binnen durven komen. Behalve intelligent, knap, lief en attent is Alexander ook groot en sterk.

Ik word wakker omdat ik het koud heb. Het raam staat weer open. En ik hoor iemand fluisteren. Is dat Alexander? Of de grappenmaker?'
'Indringer! Indringer!'
Het is een rare fluisterstem, alsof iemand eigenlijk wil schreeuwen, maar het niet kan. Ik doe mijn ogen open en dan zie ik haar staan. Vaag, maar overduidelijk een vrouwenfiguur in een ouderwetse lange jurk met veel kant. Het dienstmeisje? Droegen die dit soort kleding?
'Indringers moeten weg!' zegt ze. 'Geen mannen in dit huis.'
Ik droom, dat is duidelijk. Kan ook niet anders, na het gesprek met Alexander. Ik besluit mee te spelen en zeg: 'Waarom?'
'Mannen zijn slecht,' sist de stem. 'Niet mijn fout, maar de zijne.'
Met de helderheid die je soms in dromen hebt, gecombineerd met de gegevens die Alexander opgedoken heeft, begrijp ik het direct. 'Jij bent de vrouw des huizes, niet het dienstmeisje. Hij bedroog je in je eigen huis en heeft je het ziekenhuis ingeslagen toen je hem erop aansprak. En je blijft rondspoken omdat je heen en weer geslingerd wordt tussen wroeging en wraakgevoelens. Je hebt haar vermoord en daarna jezelf om hem te kwetsen.'
'Zijn schuld! Mannen zijn slecht. Zij was slachtoffer, maar ik ook.'
Een steeds sterker wordende luchtstroom waait door mijn kamer. Ik blijf kalm. Het is tenslotte maar een droom.
'Jouw man was slecht, maar niet alle mannen zijn zo. Alexander is goed.'
'Hij is een man. Indringer. Moet weg!'
De wind begint te suizen. De geest begint te verdwijnen. Gaat ze naar beneden, naar Alexander?
'Doe hem geen kwaad! Ik hou van hem.'
Het is eruit voor ik het weet, maar ik besef dat het waar is.
'Dom. Hij zal je bedriegen. Net als je ex.'
Hoe weet ze dat? Omdat het een droom is, natuurlijk. Dat komt uit mijn eigen onderbewustzijn.
'Alexander is heel anders dan mijn ex. En bovendien heb ik liever de illusie dat het deze keer wel goed komt, dan de eenzaamheid van een heel leven zonder risico.'
Dring ik tot haar door? Hoe denkt een geest?
'Mijn man was slecht.' Een lamp vliegt door de kamer en breekt in stukken. 'Slecht! Slecht!' De spiegel breekt en twee schilderijen vallen van de muur.
Oké. Nu begin ik toch bang te worden. Het begon als een rare droom, maar nu is het een nachtmerrie. Ik hoor beneden ook van alles vallen.
'Laat hem met rust! Alexander kan hier niets aan doen. En dankzij hem weten we dat je man zijn verdiende loon heeft gekregen.'
Ineens wordt het doodstil en de schim verschijnt weer. Ik kijk naar haar gezicht, dat te vaag is om er een uitdrukking op te zien.
'Verdiende loon?'
'Wist je dat niet? Alexander heeft me geholpen met uitzoeken wie hier gewoond heeft en wat er gebeurd is. Toen jij en je dienstmeisje dood waren, is je man verhuisd.'
'Ander huis, andere vrouwen,' sist ze.
'Ja, de eerste maanden. Maar toen liep hij een geslachtsziekte op, syfilis. En aangezien in die tijd antibiotica nog niet bestond, is hij er, na een heftig ziekbed, aan overleden. Alleen, in het armenhuis, want zijn laatste vriendin heeft hem nog bestolen ook.'
'Verdiende loon!'
'Absoluut.'
'Geen wraak nodig.' Het klinkt alsof ze erover nadenkt.
'Nee, je kunt het nu loslaten.' Zou het zo simpel zijn? Men zegt dat spoken blijven hangen tussen leven en dood omdat ze denken dat ze iets moeten afhandelen. Was dit het voor haar?'
Ineens komt de koude luchtstroom terug. 'Beneden! Nu!'
Het klinkt zo dwingend dat ik gehoorzaam opsta en de trap afloop. Wat een rare droom was dat. En ben ik nu wakker? Volgens mij wel.
Ik duw de huiskamerdeur voorzichtig een stukje open om te kijken of Alexander slaapt en zie hem in een rare houding op de grond liggen. Angstig loop ik naar hem toe. Hij is bewusteloos. Ademt wel, maar moeilijk. Ik grijp mijn telefoon en bel 112.
De ambulance arriveert tien minuten later. 'Allergische reactie,' constateert de man die hem onderzoekt. 'Heeft hij iets verkeerds gegeten?'
'Niet dat ik weet.' Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat de geest dit veroorzaakt heeft, maar ineens schiet me iets te binnen. 'Schaaldieren. We hebben vanavond sushi met schaaldieren gegeten en hij zei dat hij die nog nooit gegeten had. Kan hij daar allergisch voor zijn?'
De ambulancemedewerker geeft Alexander een injectie. 'Dat zal het waarschijnlijk zijn. Dit zou moeten helpen. U was er gelukkig op tijd bij.'
Dankzij de geest, bedenk ik, maar dat zeg ik maar niet hardop. Niet tegen de ambulancebroeders in ieder geval.

Als ik Alexander drie dagen later volledig hersteld uit het ziekenhuis gehaald heb, vertel ik eerlijk wat ik gedroomd heb.
'Maar je blijft erbij dat het een droom was?' glimlacht hij.
Ik haal mijn schouders op. 'Voor mijn eigen gemoedsrust. Maar ik moet eerlijk toegeven dat ik twijfel. Het voelde allemaal wel heel echt.'
'Hoe dan ook, het leven is te kort om te blijven twijfelen. Dat leer je wel, als je bijna het loodje legt. Dus of ze het er nu mee eens is of niet, ik ga er gewoon voor. Ik hou van je, Viola. En ik wil de rest van mijn leven samen met jou doorbrengen. Als jij hier graag wilt blijven wonen, leer ik wel gewoon leven met een opstandige geest. Het zal wel wennen.'
'Ik denk niet dat dat nodig is. Er zit nog een klein vervolg aan mijn verhaal.'
Terwijl ik vertel hoe ze me naar beneden stuurde en dat ik daardoor op tijd bij hem was, zie ik de gordijnen bewegen. Dan beginnen de kopjes zachtjes te rinkelen.
Alexander glimlacht en kijkt in de richting van het raam. Ik zie niets, maar hij blijkbaar wel. 'Bedankt,'zegt hij en ik begrijp dat hij het niet tegen mij heeft. 'Je mag het loslaten. Ik zal haar niet bedriegen. Echt niet. Geloof me. Ik hou van haar.'
Ik voel een warme luchtstroom langs mijn gezicht en dan is het weer stil.
'Volgens mij is ze nu voorgoed weg,' zegt Alexander schor.
'Ik denk het ook,' zei ik. Maar helemaal verdwijnen zal ze nooit, in ieder geval niet uit mijn gedachten. Mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Niet alleen vanwege Alexander, maar ook omdat ik het eigenlijk niet meer kan ontkennen. Misschien bestaan geesten toch wel...




~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het eerste deel van dit verhaal kon je hier lezen. Het tweede deel staat hier.
Wil je dit verhaal in zijn geheel wilt kunnen downloaden als pdf of e-pub? Wordt lid van mijn nieuwsbrief! (bij inschrijving krijg je een downloadlink naar een ander verhaal, de link naar dit verhaal staat in de nieuwsbrief van 25 oktober, die je nagestuurd krijgt als je je inschrijft voor 10 november)
Lees verder ...

Op huizenjacht


In de bijna dertig jaar van ons huwelijk zijn wij eigenlijk nooit echt op huizenjacht geweest. We zijn best vaak verhuisd, maar meestal was het een kwestie van 'er tegenaan lopen'.
Maar nu zijn we serieus op jacht. Inmiddels weten we dat de hele goedkope huizen ons simpelweg niet gegund worden (dat is een heel ander, triest verhaal en inderdaad pure discriminatie, maar je doet er niets tegen). En als we dan verplicht zijn een duurder huis te kopen, moet het commercieel wel interessant zijn. Een opknapper die we indien nodig voor meer geld kunnen verkopen, of een huis met appartementen die verhuurd kunnen worden.
En dus reden we op een zaterdag veertien adressen af om alvast een eerste indruk op te doen voor we een afspraak met de makelaar zouden maken. Het was een leerzaam dagje. We reden het hele eiland over en kwamen tot wonderlijke inzichten. Het eerste huis op de lijst kreeg bijvoorbeeld in eerste instantie een groot groen uitroepteken. Maar aan het eind van de dag zetten we er een groot rood kruis doorheen. Het vierde huis daarentegen kreeg direct een rood kruis, maar is nu het enige huis waarvoor we een afspraak willen gaan maken. We kwamen na een dagje huizen kijken namelijk tot de conclusie dat we het liefst willen wonen in een huis met wat grond eromheen dat niet te ver van de stad ligt. Die combinatie is nog niet heel simpel te vinden, zeker niet in onze prijsklasse. Curaçaoënaars leven graag binnen en bouwen dus als ze er het geld voor hebben hun kavels helemaal vol met enorme huizen. En wij, rare Nederlanders, willen juist zoveel mogelijk buiten zijn, onder een grote porch, of een palapa in de tuin. Dat ene huis ligt in een wijk die gebouwd is voor en door Nederlanders (door Shell in de jaren '50 en '60) en dat zou weleens de reden kunnen zijn dat de huizen die daar staan precies zijn wat wij bedoelen. Ze zijn alleen aan de dure kant voor ons, dus we gaan voor iets dat een beetje werk nodig heeft.
Dat vinden we niet erg. Tenslotte kun je niet de rest van je leven alleen maar op het strand liggen. Hoewel ik daar nu wel naar kan verlangen. Van veertien adressen niet alleen opzoeken, maar in gedachten ook die huizen helemaal inrichten en er gaan wonen wordt je namelijk best moe...
Lees verder ...

Halloweenverhaal :: Geesten bestaan niet (2)



Een dag na onze eerste kennismaking staat Alexander weer voor de deur.
'We werden gisteren onderbroken door je telefoon, maar ik vind het niet meer dan eerlijk om ook open kaart te spelen.' Als ik hem verwonderd aankijk, steekt hij zijn hand uit. 'Lex Klein.'
Ik frons. 'Wacht even. De thrillerschrijver? Ben jij dat? Ik dacht dat hij Duits was.'
'Ik woonde in Duitsland toen ik debuteerde. Maar ik ben Nederlander.'
Mijn angst dat hij alleen belangstelling voor me had omdat ik een redelijk succesvol schrijfster ben is dus duidelijk ongegrond.
'Tja. Daar sta ik dan met mijn griezelverhaaltjes. Van jouw oplages durf ik alleen maar te dromen...'
'Maar je zegt niet dat je al mijn boeken hebt. Ben je geen fan?' Hij kijkt quasi-teleurgesteld, maar zijn ogen twinkelen.
'Ik vind je schrijfstijl fantastisch, maar je verhalen zijn voor mij aan de harde kant.'
'Zegt de vrouw die in haar populairste boek een klas schoolkinderen laat opeten door weerwolven.'
Daar heeft hij me. Maar in mijn ogen is het verschil duidelijk. 'Dat is fantasie, een sprookje. Wel een bloederig sprookje maar toch, het is overduidelijk uit mijn duim gezogen. Jouw boeken staan heel dicht bij de werkelijkheid en daarom vind ik ze enger dan al mijn griezels bij elkaar.'
Het feit dat we collega's zijn, zorgt al snel voor een goed contact. We komen regelmatig bij elkaar over de vloer om te kletsen over verhaallijnen, de lieve, nare en gekke reacties die je als schrijver nu eenmaal van lezers krijgt, uitgevers en alles wat met ons vak te maken heeft. Als ik heel eerlijk ben, vind ik hem steeds leuker en hoop ik dat het misschien iets meer tussen ons kan worden. Maar ik weet niet of hij er ook zo over denkt. Hij lijkt tevreden met vriendschappelijk contact, dus voorlopig laat ik het maar zo.

Bijna een maand later. Volle maan.
Alexander kijkt me plagend aan. 'Klaar voor het spook?'
Ik slaak een diepe zucht. 'In het dorp waren ze ook alweer flink op dreef vandaag. Krijgen we dat nu elke maand?'
Hij grinnikt. 'Tot je toegeeft dat je de geest gezien hebt, vrees ik. Er zijn ook weddenschappen over hoe lang je het volhoudt.'
'O. Mooi is dat. Waar heb jij op ingezet?'
Zijn groene ogen kijken me ineens ernstig aan. 'Ik heb niet meegedaan, maar ik hoop dat je je niet weg laat jagen. Dat zou ik heel erg jammer vinden.'
Mijn hart slaat een slag over, maar ik zeg luchtig: 'Dan mag ik er dus vanuit gaan dat jij vannacht geen grappen gaat uithalen? Dat scheelt er alvast één.'
'Grappen? Hoe bedoel je?'
'Tijdens de vorige volle maan is iemand mijn huis binnengedrongen om alle ramen open te zetten.'
'Heb je hem gezien?'
'Nee, maar dat is de enige verklaring. Je kunt ze echt niet van buitenaf opendoen en ik weet zeker dat ik ze voor ik ging slapen allemaal dichtgedaan had.'
'De geest.'
'Onzin.'
'Dus jij vind het volkomen normaal dat iemand je huis binnengaat om een geintje uit te halen, maar een geest vind je simpelweg onzin?'
'Ja. Dat is toch niet zo gek? Jij als thrillerschrijver zou moeten weten dat mensen tot de gekste dingen in staat zijn. En nu ik weet dat er een weddenschap loopt verwacht ik helemaal opnieuw gedoe. Want nu hebben ze een reden om me weg te pesten.'
'Ze zullen er niet rijk van worden, de inleg is vijf cent per persoon,' lacht Alexander. 'Het gaat om de lol, niet om het geld. En ik weet dat je het niet wilt accepteren, maar ik heb hier echt vreemde dingen gezien. Is er niet meer gebeurd dan die open ramen?'
'Voetstappen in een andere kamer,' geef ik schoorvoetend toe. 'En toen ik daar ging kijken, dacht ik een vaag licht te zien verdwijnen en een windvlaag te voelen. Maar dat was verbeelding.'
Alexander grijnst. 'Ja, vast.'
'Volgens de dorpsverhalen jaagt de geest iedere nieuwe bewoner binnen een paar maanden weg. Ik heb behalve die ene nacht geen problemen gehad.'
'Misschien heeft ze jou aanvaard?' Hij aarzelt, maar zegt dan: 'Dat nieuwe verhaal waar je mee bezig bent. Waar is dat door geïnspireerd?'
Ik begrijp niet helemaal waarom hij ineens van onderwerp verandert, maar zeg: 'Gedeeltelijk op de verhalen over dit huis, denk ik. Dat was te verwachten.'
'Ja, maar hoe kom je bij het achtergrondverhaal van de geest in je verhaal?'
'Geen idee. Je weet toch hoe dat werkt? Het ene boek moet je er stap voor stap uitpersen en het andere is er ineens, alsof het verhaal verteld wil worden. Dit komt echt van diep en ik ben er behoorlijk door geobsedeerd. Ik droom er bijna elke nacht over.'
Hij trekt zijn wenkbrauwen op. 'Juist. Heb je de mogelijkheid overwogen dat de geest wil dat je haar verhaal vertelt?'
Ik snuif minachtend. 'Jij denkt dat er in dit huis werkelijk een jong dienstmeisje is opgesloten en uiteindelijk vermoord door haar kwaadaardige werkgeefster die jaloers was op haar schoonheid en de aandacht die haar man aan het kind schenkt? Als ik het opschrijf met een hoop poespas eromheen klinkt het spannend, maar eigenlijk is het vergezochte onzin.'
Alexander ziet blijkbaar dat het me begint te irriteren dat hij wel gelooft dat er een geest in mijn huis woont en houdt verder zijn mond. Hij bied alleen nog aan om me te helpen met research over de vroegere bewoners. Dat neem ik graag aan. Hij heeft door het soort boeken dat hij schrijft veel meer ervaring met dat soort dingen. Ik zuig alles gewoon uit mijn duim, terwijl zijn verhalen op waarheid gebaseerd zijn. En het kan interessant zijn om te weten wie er hier gewoond hebben en wat er met hen gebeurd is.
We drinken nog een glaasje wijn en hebben het over van alles en nog wat, maar niet meer over de geest.
Als hij tegen middernacht opstaat om naar zijn eigen huis te gaan bied hij aan: 'Als je het toch eng vindt, mag je ook bij mij slapen, hoor. Of ik blijf hier, dat kan ook.' Hij knipoogt. 'In beide gevallen in de logeerkamer. Dit is geen oneerbaar voorstel.'
Helaas, denk ik, dan had ik misschien ja gezegd. Maar nu zeg ik kalm: 'Niet nodig. Ik ben niet bang. En ik kan moeilijk iedere volle maan uit logeren gaan.'

Twee uur later heb ik spijt van mijn dappere woorden. Ik zit te bibberen in mijn bed. Van de kou, niet van angst. Hoewel alle ramen en deuren goed afgesloten waren toen ik ging slapen, staat alweer alles open. Toch ben ik er nog steeds van overtuigd dat iemand een grap uithaalde. Misschien zelfs Alexander wel, hoe erg me dat ook van hem tegen zou vallen.

Na een paar maanden begint het te wennen. Eens per maand heb ik een rare, koude nacht, maar verder zie ik nooit iets. Het boek vordert gestaag, het dienstmeisje in het deel dat over het verleden vertelde krijgt steeds meer persoonlijkheid, net als haar jaloerse werkgeefster, en het verhaal in het heden word steeds enger. De geest in het verhaal is namelijk allesbehalve vriendelijk. Die van mij was daarmee vergeleken een lieverd. Bij wijze van spreken dan, want ik geloof er nog steeds niet in.
Alexander blijft bij zijn standpunt, maar het is min of meer onbespreekbaar tussen ons.



~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het eerste deel van dit verhaal kon je hier lezen. Het laatste deel verschijnt op woensdag 31 oktober.
Wil je dit verhaal in zijn geheel wilt kunnen downloaden als pdf of e-pub? Wordt lid van mijn nieuwsbrief! (bij inschrijving krijg je een downloadlink naar een ander verhaal, de link naar dit verhaal staat in de nieuwsbrief van 25 oktober, die je nagestuurd krijgt als je je inschrijft voor 10 november)
Lees verder ...