Geertrude Verweij - romans, verhalen, columns - zakelijke teksten - redactie - hulp & advies

Thuiskomen



We stapten uit de auto en ik hoorde een raar geluid. Ik dacht eerst aan de baby van de bovenburen, maar toen ik richting de deur van ons appartement liep, struikelde ik bijna over een enthousiast miauwend katertje. Die was ons nog niet vergeten en heel erg blij dat we er weer waren.

Zeven weken waren we in Nederland. En het waren zeven nogal enerverende weken. De feest- en verjaardagen waren gezellig, maar we hadden het druk met van alles en er liep nogal wat mis. En bovendien was mijn humeur sowieso al niet echt stralend.

Het begon al toen we in november thuiskwamen. Toen we in ons Nederlandse huis aankwamen, moet ik eigenlijk zeggen. Want ik had voor ons vertrek gezorgd dat het huis klaar was voor eventuele bezichtigingen (dus heel onpersoonlijk) en eigenlijk was het zo goed als verkocht. En daardoor voelde zo weinig als thuiskomen, dat ik spontaan in tranen uitbarstte. Ik had op Curaçao last van heimwee gehad, maar besefte ineens dat er eigenlijk geen thuis meer was om naar te verlangen.

We vierden Sinterklaas en dat was zoals altijd intens gezellig en heerlijk rommelig. Ik zette al op 7 december de kerstboom neer, haalde mijn breimand uit de kast en liet overal boeken slingeren. Van mijn moeder kreeg ik een logeerplant om de lege vensterbank wat op te vullen. Het werkte. Iets te goed zelfs, want toen het er vlak voor ons vertrek even op leek dat ons huis toch niet verkocht zou worden, vond ik dat helemaal niet zo'n groot probleem.

Eenmaal terug op Curaçao besloot ik de heimwee deze keer geen kans te geven. Het feit dat die kat zo blij was dat wij er weer waren, hielp al een beetje. En verder verspreidde ik stapeltjes meegebrachte boeken door ons piepkleine appartementje, legde onze eigen witte sprei over het bed en kocht de eerste de beste dag meteen een plant die ik direct in een grotere pot zette zodat hij fijn kan groeien. Ik zette onze trouwfoto en een foto van de dochters neer. Mijn agenda ligt open op de bar en mijn breiwerk en e-reader slingeren ergens op de porch in de buurt van mijn stoel.

Echt nuttig is het allemaal niet en eigenlijk is het gewoon rommelig. Maar blijkbaar heb ik dat nodig, want het werkt wel. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik thuiskom.

foto van Pexels.com
Lees verder ...

Ik doe even niet mee

 

Ik doe dit jaar gewoon niet mee aan alle nieuwjaarstoestanden, heb ik besloten. Geen goede voornemens, geen doelen, geen plannen, geen woord-voor-het-jaar. Ik sla een jaartje over.
Eigenlijk ben ik dol op dat soort dingen. Een schone lei en een lijst met mooie ideeën over hoe het allemaal zou kunnen zijn, dat spreekt me altijd aan. Maar in werkelijkheid vind ik de eerste twee weken van januari altijd heel vervelend. Van te voren maak ik er een groot punt van: dit jaar ga ik het goed doen, dit jaar zal alles anders gaan. Niet meer snoepen, beter voor mezelf zorgen, meer aandacht voor de mensen om me heen, dat soort dingen.
En meestal gaat het direct na twaalf uur al mis. Want ik drink dat glas champagne toch maar helemaal leeg (al weet ik dat ik daar niet tegen kan) en ik prop toch nog gauw een handvol nootjes in mijn mond. En ja, het is heel gezellig dat de dochters nog even blijven plakken, maar ik heb slaap en die champagne valt verkeerd en wat zeiden ze nu eigenlijk over hun plannen voor het nieuwe jaar? Enzovoort.
Dat woord, dat is ook zoiets. Ik zeg altijd dat ik er niet aan doe en dan ineens is het er toch. Dat schijnt juist goed te zijn. Maar mijn woord voor vorig jaar was 'ontspannen' en mijn standaardreactie als ik me dat bedenk, is een spottend gesnuif. Als er iets niet gelukt is vorig jaar, dan is het wel ontspannen. Het begon heel redelijk, maar het liep al gauw uit op 'stijf van de stress'.
Dit jaar wil het woord 'thuis' mijn hoofd niet uit, maar dat lijkt me in het jaar waarin ons huis in Nederland verkocht wordt en we nog helemaal niet weten hoe het in Curaçao verder zal gaan ook niet zo'n succes. Misschien maar een geluk dat ik het woord 'gezondheid' niet gekozen heb, bedenk ik me nu, want het lijkt wel of het bij mij andersom werkt. De woorden van voorgaande jaren kan ik me niet meer herinneren, maar ik weet nog wel dat er weinig van terecht kwam.
Ik denk dat ik ga stoppen met overal waardes aan toe te kennen en dan na een bepaalde tijd te moeten afstrepen of ik die wel of niet gehaald heb.
Dit jaar geef ik mezelf toestemming om gewoon een redelijk leuk leven te leiden en dan zie ik wel hoe het loopt.
En dat zou weleens mijn beste voornemen ooit kunnen zijn.

(foto van Pexels.com)
Lees verder ...

2018 - mijn jaar in cijfers

 

Aan het eind van het jaar staat het internet vol lijstjes met hoogtepunten van het jaar, de een nog enthousiaster dan de ander. Een enkeling probeert origineel te zijn door dieptepunten te beschrijven. Ik heb dit jaar met allebei moeite.
Een paar minuten na de jaarwisseling, nu bijna een jaar geleden, zei ik al dat ik geen goed gevoel over 2018 had en dat is uitgekomen. Maar daar wil ik het ook niet over hebben. Dieptepunten moet je niet blijven herhalen, vind ik. Want hoe meer details ik zwart op wit heb staan, hoe minder snel de scherpe randjes eraf slijten. Daar houd ik ook geen echt dagboek bij. Ik hoef me niet alles te herinneren. De korte periode, jaren geleden, waarin ik wel een gedetailleerd dagboek bijhield, staat me veel te scherp en letterlijk in het geheugen gegrift.
Dus. Doen we niet. Hoogtepunten dan? Het probleem is dat alle positieve dingen die me te binnen schieten vergezeld worden van een 'maar' of een 'ondanks'.  Stiekem helemaal niet zo positief dus.

Gelukkig is er altijd de boekhouder in mij nog. Cijfers zijn  lekker neutraal.

- We brachten in totaal 21 weken door op Curaçao en 2 dagen op Bonaire. We zaten in totaal bijna 60 uur in het vliegtuig en vlogen bijna 48.000 kilometer, wat meer is dan de omtrek van de aarde. Ik had 6 keer een jetlag en 3 keer een cultuurshock (dat laatste alleen bij terugkomst in Nederland).
- Ons huis in Nederland stond 13 weken te koop (en is nog niet verkocht, maar we hebben een bod en er begint beweging in te komen). Op Curaçao bekeken we minstens 30 huizen, deden 4 officiele bezichtingen en brachten we 3 keer een bod uit (maar we kochten nog niets).
- Ik schreef 1 boek, 30 columns, 3 korte verhalen (waarvan 1 voor een wedstrijd waarvan de uitslag pas in februari bekend wordt), 29 recensies en 10 persberichten.
- Ik redigeerde 6 boeken van anderen.
- Ik las daarnaast 119 boeken (klik hier voor de volledige lijst).
- We keken 5 series (Supernatural, The 100, 12 Monkeys, Travelers en Salvation - met de laatste zijn we nog bezig), een stuk of 5 actiefilms (weet ik niet precies meer) en sloten het jaar af met 4 kerstfilms.
- Ik breide 47 mutsen (en haalde dus mijn plan om er 52 te breien niet), 1 vest, 1 omslagdoek en 4 vaatdoekjes.
- Ik werd wat actiever op social media en in de laatste maanden van het jaar groeide mijn twitteraccount naar 89 volgers en mijn instagram naar 62 volgers (meer volgers van harte welkom ;-) )

Tja. Zo lijkt het nog wat, dat 2018. Maar ik hoop toch dat 2019 een beter jaar wordt. Niet alleen voor ons, maar voor iedereen.

Ik wens jullie allemaal een fijne jaarwisseling en een heel gelukkig 2019!

(foto van Pexels.com)
Lees verder ...

Kerstwens


Lees verder ...

Het raadsel van de verdwenen kerstballen - 2


Op Monieks verzoek installeerde ik een paar camera's. Eigenlijk vond ik het overdreven voor die paar plastic kerstballen, maar ik wilde toch ook wel weten wie de raadselachtige ballendief was.
De nacht van de 23e op de 24e stonden de camera's aan. Ik liet op mijn computer een opnameprogramma meelopen en de volgende ochtend ging ik met laptop en al naar Moniek om de beelden te bekijken.
'Ik laat het versneld lopen. Als we iets verdachts zien, zet ik het stil en kijken we wie het is,' legde ik uit. Met een kop warme kaneelthee in onze handen keken we geconcentreerd naar wat de drie camera's opgenomen hadden. Je zag Moniek en Daan heen en weer lopen en uiteindelijk naar bed gaan. Daarna was er weinig te zien, behalve de hond en de twee katten die af en toe door de kamer wandelden. Ik zette het afspelen langzamer toen we de kinderen samen binnen zagen sluipen, om een uur of half zes. Maar het was duidelijk te zien dat ze voor de cadeautjes kwamen. Ze legden er een paar voor hun ouders bij en namen daarna ruim de tijd om alle andere cadeautjes te bekijken, ermee te schudden en erin te knijpen. Moniek grinnikte. 'Dat doen ze elk jaar. Maar ik heb niet het idee dat ze met de ballen rommelen.'
Ik speelde de beelden van de derde camera af en we keken geconcentreerd naar de opnames van de kinderen. 'Nee,' bevestigde ik, 'ze hebben het druk met de pakjes, maar ze doen echt niets met de ballen.
'Blijkbaar is de dief vannacht niet langs geweest,' zei Moniek teleurgesteld. 'Ik weet ook niet zeker of er vanochtend een bal weg was. Ik dacht van wel, maar misschien heb ik het me verbeeld.'
'Dat kan ik wel achterhalen.' Ik kopieerde van alledrie de camera's het eerste en het laatste beeld en zette ze naast elkaar zodat we konden vergelijken. Het was even een zoekplaatje, maar er bleken deze keer zelfs twee ballen weg te zijn.
Ik fronste. 'Zijn het altijd laaghangende ballen?'
'Ja, ik hang deze altijd aan de onderste takken omdat ze onbreekbaar zijn. Dan hoef ik niet bang te zijn dat wij of de dieren ze eraf lopen.'
Er begon mij langzaam iets te dagen. Tenminste, ik begreep ineens wie het gedaan had. Maar ik had nog geen flauw vermoeden waarom.

Boris, de hond, lag in de hoek van de keuken in zijn mand. Toen ik naar hem keek, deed hij zijn ogen open en knipoogde, alsof hij wilde zeggen: 'Het is goed, hoor. Vertel het maar.'
Ik stond op en aaide hem over zijn kop. Daarna draaide ik me om naar Moniek en zei: 'Ik denk dat ik weet wie de boosdoener is. Maar om er achter te komen wat de reden is, zullen we hem nog een bal moeten geven.'
Moniek keek me verbaasd aan. 'Wat bedoel je? Boris?'
Ik knikte en spoelde de beelden van de camera's terug naar een moment heel vroeg in de ochtend. 'Kijk. We hebben dit niet stilgezet omdat we dit niet verwachtten. Maar als je goed kijkt, zie je dat hij een bal in zijn bek neemt. En op deze camera zie je dat hij er door het hondenluik mee naar buiten gaat.'
'Maar waarheen?'
'Dat is de grote vraag.' Ik pakte een bal en hield die voor Boris' kop. 'Wil je het ons laten zien, Boris?'
Hij aarzelde even, maar nam toen de bal voorzichtig in zijn bek en liep ermee naar de deur. Ik deed die voor hem open en we volgden hem naar buiten. Hij liep heel doelbewust de tuin uit en de steeg door, naar het leegstaande huis aan het eind van de straat. Daar ging hij naar binnen. Ik beduidde Moniek dat ze stil moest zijn en liep voorzichtig achter het dier aan. In een hoekje van de ijskoude huiskamer stond een afgebroken tak van een boom. Hij was rechtop in een emmer zand gezet en versierd met Monieks ballen. Boris stond kwispelend voor een berg dekens die in de hoek lag. Ik wachtte stilletjes af en hoorde toen een stem uit de dekens komen.
'Ben je daar al weer? Met een bal? Och, wat ben je toch een lieverd. Maar je moet er echt mee ophouden. Eigenlijk mag dit niet.'
Boris blafte kort.
'Wat zeg je? Moet ik hem in de boom hangen? Natuurlijk doe ik dat. Ik ben er echt heel blij mee. Maar vinden je baasjes dit wel goed?'
Een oude vrouw met drie dekens om haar magere lijf geslagen stond op en pakte de kerstbal van de hond aan. Ze keek ingespannen naar de boom en koos zorgvuldig een plekje. 'Zo! Ja, nu is hij nog mooier. Daar heb je wel gelijk in.'
Ze draaide zich om en zag ons in de deuropening staan. De angstige blik in haar ogen zal ik nooit vergeten.
'Ik heb ze niet gestolen, echt niet. Hij bracht ze naar me toe, zonder dat ik erom vroeg. Tenminste, de eerste keer heb ik dat misschien wel gedaan. Ik had die tak en ik hing er wat rommel in. En hij kwam me gezelschap houden, dus ik praatte tegen hem. En ik denk dat ik heb gezegd dat hij ballen voor me moest halen. Maar ik had niet serieus gedacht dat hij het zou doen. Anders had ik dat nooit gevraagd. En ik wist niet waar ze vandaan kwamen, dus ik kon ze ook niet terugbrengen. En... Wilt u alstublieft de politie niet bellen?'
Moniek liep met een geruststellende glimlach naar haar toe. 'Natuurlijk niet. Wees maar niet bang. Van mij mag u de ballen houden. Het is een mooie boom.'
Ze aarzelde even en vroeg toen: 'Heeft u hulp nodig? Het is veel te koud hier.'
De vrouw haalde haar schouders op. 'Ik leef al jaren op straat. Eigen keuze. Het bevalt me wel. Als het te koud wordt, ga ik naar de opvang.'
'Wilt u vanavond bij ons komen eten?'
Het was een lief aanbod, maar de zwerfster schudde haar hoofd. 'Dank u wel, maar ik ben niet goed met andere mensen. Ik ben liever alleen. Als ik alleen ben gaat alles goed. Daarom leef ik op straat. Dan hoef je niet met andere mensen te praten. Dat kan ik niet. Met honden kan ik wel praten.'
Haar magere hand streelde de kop van de hond die naast haar was gaan liggen. Moniek knikte. 'Ik begrijp het. U mag de ballen houden en ik hoop dat Boris u nog vaak zal bezoeken.'
'Als mensen weten waar ik ben, moet ik verhuizen.'
'Dat hoeft niet. Blijft u maar lekker hier. Wij vergeten gewoon dat we u gezien hebben.'
De opluchting was op het oude, ingevallen gezicht te lezen, al was het duidelijk dat ze het maar half geloofde.

'Het voelde verkeerd om haar daar zo achter te laten, maar ik denk dat ze dat echt wilde,' zei Moniek die avond toen we bezig waren het kerstmaal voor te bereiden.
'Dat denk ik ook,' knikte ik.
'En ze had honger, dat was duidelijk te zien. Maar als ik iets ga brengen, verdwijnt ze en dan is ze haar schuilplaats kwijt. Hoe moet dat nou?'
Ik glimlachte en ik wees naar de hond. 'Ik denk dat de oplossing voor de hand ligt.'
En zo stuurden we op Kerstavond Boris naar buiten met een tas vol etenswaren en een warme deken op zijn rug gebonden en een goudkleurige kerstbal in zijn bek. Hij kwam een paar uur later kwispelend terug, zonder tas en zonder deken.

Monique en ik hebben de vrouw daarna niet meer gezien. Wie ze precies was, zullen we nooit weten en we voelen ons een beetje schuldig dat we niet meer voor haar konden doen. Maar we zijn allebei blij dat Moniek me vroeg 'Het Raadsel van de Verdwenen Kerstballen' op te lossen en dat ik -met de nodige tegenzin- toegaf. Want anders hadden we dat kleine beetje hulp ook niet kunnen geven. Bovendien drukte het ons weer even met de neus op het feit dat niet iedereen een warm huis, een liefhebbende familie en een goedgevulde koelkast heeft. Het is nooit verkeerd om even te beseffen hoe goed je het eigenlijk hebt.

De tas stond de dag na kerst bij Moniek voor de deur, gevuld met alle verdwenen kerstballen. Er zat een briefje bij, geschreven op een kreukelig en gescheurd stukje papier.
'Bedankt voor alles. Dit was de fijnste Kerst van mijn leven.'

We hopen dat er dit jaar weer ballen uit de kerstboom verdwijnen...

:: :: :: :: :: 

foto van pexels.com

deel 1 van dit verhaal vind je hier

Het hele verhaal in één keer als pdf downloaden? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief. Als je voor 1 januari lid wordt, stuur ik de laatste nieuwsbrief na. Daarin verklap ik ook de titel van mijn nieuwe boek, laat ik de voorlopige omslag zien en vertel ik waar het boek over gaat.
Lees verder ...

Het raadsel van de verdwenen kerstballen - 1


'Het is niet iets waarvoor je een privédetective inhuurt,' zei mijn nichtje vertwijfeld, maar met een hoopvolle klank in haar stem, die zelfs door de telefoon heen goed te horen was. Het was duidelijk dat ze wilde dat ik me er juist wel in die hoedanigheid mee bemoeide.
Nu probeer ik eigenlijk zo min mogelijk aan dat soort familieverzoekjes te voldoen, want met een uitgebreide familie als de mijne moet je uitkijken dat je niet fulltime bezig bent gratis te helpen. Maar ach, het was bijna kerst, ik had een goed jaar achter de rug en zo af en toe kon ik mijn eigen principes ook wel eens loslaten, besloot ik. Dus vroeg ik haar uit te leggen waar ze op doelde.
'Mijn kerstballen verdwijnen,' verzuchtte ze. 'Iedere dag één. Zo raar.'
'Heb je Koen ernaar gevraagd?' Dat leek me de meest logische uitleg. Haar zoontje van vijf stond erom bekend dat hij allerlei soorten kattekwaad uithaalde.
'Ja, maar hij zei dat hij het echt niet gedaan had.' Moniek grinnikte. 'Natuurlijk geloofde ik hem niet op zijn mooie blauwe ogen, maar ik heb zijn kamer doorzocht en zijn boomhut en ik kon niets vinden. Trouwens, waarom zou hij kerstballen stelen? Het zou logischer zijn als hij kerstkransjes pikte of zoiets.'
Daar moest ik haar gelijk in geven. Wat dééd dat kind met die kerstballen? Of was hij niet de boosdoener? Maar wie dan wel? Zijn zus was twaalf jaar oud, daar verwachtte je dit soort acties niet meer van.
'Kun jij er achterkomen wie dit doet en waarom?' Monique had blijkbaar besloten het maar gewoon rechtstreeks te vragen.
Ik slikte een zucht in en zei: 'Als het echt nodig is, kan ik een paar camera's installeren. Maar dat gaat wel erg ver. Ik kom morgen bij je op de koffie, na schooltijd. Dan zal ik eerst eens kijken of ik er achter kan komen of Koen echt onschuldig is. Wanneer verdwijnen die ballen? 's Nachts?'
Moniek dacht even na. 'Ik weet het eigenlijk niet. Het valt me meestal in de loop van de avond op. Maar dat kan ook komen doordat ik dan pas even ga zitten en naar de kerstboom kijk. Ik zal morgenochtend eens opletten of er een bal weg is die er nog was toen ik naar bed ging.'
'En heeft de dief een voorkeur voor bepaalde ballen? Een kleur of stijl? Heb je daarop gelet?'
'Ja, dat viel me wel op. Het zijn alleen de gouden ballen. Simpele, traditionele ronde. En dan ook nog de goedkope onbreekbare, die je per twaalf bij de actiewinkels koopt. Die leuke figuurtjes die ik spaar blijven gewoon hangen. Je weet wel, een flamingo, een eenhoorn, een volkswagen kever, dat soort dingen.'
'Da's wel vreemd, want je zou denken dat die boeiender zijn voor een klein jongetje. Of voor wat voor dief dan ook.'
Ze zuchtte. 'Het is een raadsel. Daarom vroeg ik ook of jij er iets mee kunt. Tenslotte is raadsels oplossen jouw werk.'
Ik lachte, maar zei niet wat ik dacht. Was het maar waar. Mijn werk bestaat grotendeels uit informatie zoeken op het internet en daarnaast uit uren in een auto wachten tot een vermeende overspelige echtgenoot op bezoek gaat bij zijn vriendin, terwijl zijn vrouw denkt dat hij gaat voetballen. Of iets dergelijks. Echt boeiend is het niet. Maar het is mijn werk. En heel af en toe duikt er iets op dat wel boeiend is en dat zorgt er voor dat ik er toch mee door ga.

'Ha! Tante An!' Koen was duidelijk blij met mijn komst. Hij trok me naar binnen en kletste vrolijk over alles wat er in zijn leventje gebeurde. 'En we hebben al heel lang een kerstboom,' wees hij onbevangen. 'Toen Sinterklaas terug was naar Spanje hebben we hem meteen neergezet. Dat wilde mama graag. En ik ook wel. Ik vind de boom leuk.'
'Hij is mooi,' beaamde ik. 'Heel veel ballen, hè? Heb je ze geteld?'
Hij schaterde. 'Nee, dat kan niet. Het zijn er wel honderdduizend. En ze zijn allemaal mooi.'
'Welke vind jij het mooist?'
Daar had hij een duidelijke mening over. Met zijn niet al te schone jongenshanden wees hij zijn top 10 aan. Natuurlijk het volkswagentje en de lelijke eend. Daarnaast vond hij de vos en de uil mooi. En zo wees hij nog een paar van de bijzondere ballen van zijn moeder aan.
'En die gouden dan? Die ronde? Vind je die niet mooi genoeg? Moeten die er uit?' viste ik vrij opvallend.
Maar hij schudde heftig zijn hoofd. 'Nee, die horen er ook in. Anders is het geen echte kerstboom. Dat weet jij toch wel? Heb jij geen ballen in je boom?'
'Natuurlijk wel,' probeerde ik mijn image te herstellen. 'Maar ik heb niet zoveel van die andere.'
'Alles hoort in de boom,' knikte hij tevreden. 'Ik vind het mooi als hij heel vol is.'
Nou, dat was duidelijk. Ik kon me niet voorstellen dat hij glashard stond te liegen en daarmee viel Koen af als verdachte. Zijn zus zat te lezen en keek af en toe hoofdschuddend naar haar broertje.
'Wat vind jij, Lot?'
'Hetzelfde. Sommige ballen hebben we al heel lang, die horen in onze boom, maar ik vind de nieuwe ook leuk. We mogen er ieder jaar een paar uitzoeken.'
Het meisje keek net zo onbevangen als haar broertje. Of toch niet?
'Als het zo door gaat zullen jullie moeten kiezen wat erin mag. Of een grotere boom moeten kopen,' suggereerde ik. 'Hij is al knap vol.'
Lot haalde haar schouders op. 'Kan best zo. Vind je het niet mooi?'
'O ja, zeker wel. Ik dacht alleen... Jullie hebben zoveel van die gewone ronde. Die kunnen er best uit.'
Als zij de schuldige was, zou ze toch iets moeten laten blijken. Maar ze bleef stug volhouden. 'Nee, hoor. Ze horen er allemaal in.'

Ik mocht blijven eten en bleef daarna plakken tot de kinderen op bed lagen. Moniek keek me verwachtingsvol aan. 'En?'
Ik zuchtte. 'Geen idee. Zowel Koen als Lot komen heel onbevangen over als ik het erover heb. Misschien was ik te opvallend aan het vissen, maar dan nog. Het zijn geen doorgewinterde leugenaars en ik heb echt de indruk dat ze de waarheid spraken.'
Moniek knikte. 'Aan de ene kant vind ik dat fijn. Maar aan de andere kant... wie doet het dan? Komt er iedere dag iemand binnen om een kerstbal te stelen? Ik heb niet het idee dat er verder dingen verdwijnen, maar ik vind het een naar idee.'
Dat kon ik me voorstellen.
'Maar je sluit toch alle deuren af als je weggaat of slaapt?'
'Natuurlijk!'
'Hebben jullie de sloten vervangen toen jullie hier kwamen wonen?'
'Ja. Dat heb jij ons aangeraden, weet je nog?'
'En ben je je sleutels weleens kwijt geweest? Zelfs als je ze later weer gevonden hebt kan er een duplicaat gemaakt zijn.'
'Niet dat ik weet. Misschien een van de kinderen. Maar dan is het nog steeds gek dat er alleen maar goedkope kerstballen gestolen worden. Daar doe je dan toch niet zoveel moeite voor? Trouwens, 's avonds gaat de deur op de knip, dus dan kunnen ze er ook met een sleutel niet in en ik ben er vrij zeker van dat die ballen 's nachts verdwijnen.'
Ik zuchtte. 'Het wordt steeds raadselachtiger.'


:: :: :: :: ::
Deel 2 verschijnt op 24 december.

Het hele verhaal in één keer als pdf downloaden? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief. Als je voor 1 januari lid wordt, stuur ik de laatste nieuwsbrief na. Daarin verklap ik ook de titel van mijn nieuwe boek, laat ik de voorlopige omslag zien en vertel ik waar het boek over gaat.

foto van pexels.com
Lees verder ...

Schoonheid (zit van binnen)


We zaten bij de ingang van het vliegtuig. Daar heb je namelijk meer beenruimte en dat is met een nachtvlucht erg fijn. KLM deed weer een poging het instappen te stroomlijnen door mensen in groepen in te delen en ondanks mijn 'straks-kunnen-we-de handbagage-niet kwijt-stress' hadden we netjes gewacht tot we naar binnen mochten. Maar om de een of andere rare reden waren wij juist bij de eerste groep en hebben we vervolgens met ingetrokken benen zitten kijken naar het instappen van alle andere passagiers. Wat best leuk was.
Zeker toen er een jonge vrouw in een wel heel opvallende outfit instapte.
Miss Universe Curaçao. Die had nog een persmomentje gehad voor ze naar Thailand vertrok voor de Miss Universeverkiezing en reisde dus bepaald niet incognito.
Meestal heb ik niets met dit soort types en ik ben ook geen fan van het fenomeen missverkiezingen, maar deze dame had iets dat me aantrok. Akisha Albert is niet alleen mooi, maar ze straalt ook iets uit. Iets bijzonders, iets positiefs. Eenmaal thuis googlede ik haar en sindsdien volg ik haar instagramaccount.
Ik ben fan. Waarom? Dat Akisha lerares wil worden, doet me weinig. Ik neem aan dat ze echt geen nee zegt tegen een carrière met wat meer glamour als die zich aandient. Dat ze een stichting heeft opgericht voor mensen met het syndroom van Down vond ik ook niet bijzonder. Iedere Miss Weetikveel beweert tenslotte dat ze de wereld wil verbeteren.
Na lang nadenken begrijp ik wat me zo in haar aantrekt. Het thema van de miss Universe verkiezing is 'Confidently beautiful', mooi en vol zelfvertrouwen, en dát straalt ze uit. Ze weet dat ze er goed uitziet (het zou hypocriet zijn om daar bescheiden over te doen), maar je kunt ook zien dat ze op een gezonde manier blij is met zichzelf en met wat ze doet met haar leven.
Dat soort zelfvertrouwen vind ik mooi en ik zie het veel te weinig. Ik kom steeds meer prachtige, talentvolle mensen tegen die in diepe depressies raken omdat ze zichzelf en wat ze bereikt hebben niet goed genoeg vinden. Daar hoor ik zelf ook bij, trouwens.
Akisha's uiterlijke schoonheid kan ik niet evenaren, maar dat zelfvertrouwen... daar moet ik toch maar eens aan gaan werken. Want als je goed met jezelf kunt opschieten, zien mensen ook eerder je innerlijke schoonheid.
En daar draait het uiteindelijk om.

(p.s. Inmiddels is de verkiezing voorbij. Akisha eindigde in de top 10 van 94 deelnemers.)

foto van Pexels.com
Lees verder ...

Jetlag


Het nare van een jetlag is dat je nooit weet hoe erg en op welke manier hij toe zal slaan. Dát je hem krijgt is zeker, maar soms valt het erg mee.
Je zou denken dat je lichaam went aan al die tijdsverschillen. Dit was al de derde keer dit jaar dat we uit Curaçao terugkwamen, dus ik ging er eigenlijk vanuit dat ik er deze keer vrij gemakkelijk doorheen zou komen en dan volop in de decemberdrukte kon springen.
Tja. Ik had het een beetje te positief ingeschat.
Het gekke is dat het juist erger werd naarmate we langer in Nederland waren. We kwamen op woensdag aan. De eerste dagen ging het redelijk, maar maandag was een ramp.
Echtgenoot sprong vrolijk zijn bed uit toen de wekker ging, maar ik trok de dekens over mijn hoofd en had het gevoel dat het nog midden in de nacht was. Ik deed heel rare dingen op een rotonde omdat ik er wel aan dacht te schakelen (op Curaçao reden we in een automaat) maar totaal vergat de koppeling in te trappen. In de praktijk zet je de auto dan in zijn vrij en verder gebeurt er weinig als je aan de pook trekt of het gas intrapt.
Voor ik wegging moest ik de pincode van de zakelijke pas opzoeken, want ik wist hem ineens niet meer, terwijl ik hem 's ochtends nog gebruikt had. En toen ik in de winkel stond, was ik het weer kwijt.
Gelukkig was het jongetje dat daar me hielp ook niet helemaal helder. Hij stelde voor het onderdeel dat niet leverbaar was te bestellen, thuis te laten bezorgen en vooruit te betalen. Dat leek mij ook de gemakkelijkste oplossing, dus ik zei ja. Waarna bleek dat hij helemaal niet wist hoe hij dat moest doen. En de collega die hem aanwijzingen gaf liep na iedere handeling naar achteren en moest dan opnieuw geroepen worden voor de volgende stap.
Je zou maar haast hebben.
En dat had ik, want mijn plan om rustig boodschappen en Sintinkopen te doen was door een spoedgeval bij een klant van echtgenoot veranderd in op de terugweg even snel een winkelcentrum induiken omdat ik toch wat onderdelen moest halen.
Maar gelukkig had ik een jetlag en was ik veel te slaperig om me daar echt over op te winden...

(foto van Pexels.com)

Lees verder ...

Hokjes


Het is in Punda altijd nét iets gezelliger als er een cruiseschip ligt. Ook drukker natuurlijk, maar we gaan ook niet naar de stad voor onze rust. We gaan naar de stad voor de gezelligheid. Om mensen te kijken. Dat vinden wij leuker dan aapjes kijken en bovendien hoef ik me bij mensen niet schuldig te voelen over opsluiten in hokken en dat soort nare dingen.
Hoewel... Eigenlijk ben ik natuurlijk wel steeds bezig mensen in hokjes te plaatsen. Niet fysiek, maar in het geestelijke.
Mannen met Hawaïhemden zijn vrijwel altijd Amerikaans. Vrouwen zijn lastiger te plaatsen, vrouwen uit Nederland, Duitsland en Amerika lijken allemaal op elkaar. Als er luidruchtig en onbeschoft om bier geroepen wordt zijn het helaas altijd (jonge) Nederlanders.
Ik kijk ook altijd uit naar de ervaren toerist. Die zie je niet vaak, want die hebben haast. Ze lopen in keurig gestreken bermuda's met stralend schone t-shirts, van die verstandige sandalen en met een rugzakje op de rug. Ze lijken nooit last van de warmte te hebben en zijn altijd onderweg naar de volgende bezienswaardigheid. Ze staan nooit zomaar even stil bij een muurschildering of een bijna ingestort huis. Er zijn tenslotte veel belangrijker dingen te bezichtigen. Vinden zij. Ik vind dat jammer. Curaçao is geen museum, het is een levend eiland.
De onervaren toerist komt vaker voor. Steevast met een grote zonnehoed op, wat op zo'n winderig eiland helemaal niet handig is. Ze staan op kaartjes te turen, maar kunnen meestal niet plaatsen waar ze zijn en eindigen uiteindelijk op een terras. Als ze daar beginnen te  klagen over de warmte zijn het vaak Canadezen.
'Te warm, te vochtig,' kreunde de man die naast ons op het terras zat. 'Bij ons vriest het.' Nee, ze waren de stad nog niet echt in geweest, want daarvoor was het ook te warm. Zijn vrouw en hij hadden het plan voor de rest van de middag al klaar: nog één biertje, dan naar het Casino en vervolgens terug naar het schip.
Ik heb ze aangeraden in februari terug te komen om het eiland echt te bekijken, dan is het koeler en minder vochtig. Want als je enige herinnering aan Curaçao is dat het te heet was om iets te doen, heb je toch echt iets gemist. Vind ik.
Waarmee ik mezelf definitief in het hokje 'betweterige eilandkenner' plaats. Maar ja, dat moet dan maar.
Lees verder ...

Versieren


En nu moet ik nog een kerstverhaal schrijven, zuchtte ik. Dat leek me het toppunt van onmogelijk. Ik heb daar toch altijd wel een beetje sfeer bij nodig. Kaarsjes aan, gordijnen dicht, dikke trui aan, hete thee, het hele riedeltje. Die thee heb ik wel, maar die moet eerst afkoelen, want anders breekt het zweet me uit. En verder zit ik in een korte broek en een hemdje in de schaduw en heb ik het nog warm. De zon schijnt en we gaan straks naar het strand om lekker in de zee te zwemmen. Tja.
En toch begint het langzaam te komen. Want Curaçao is allang in de kerststemming. De kerstboom staat al sinds begin november in Punda (een metalen frame met neptakken), op het Wilhelminaplein staat een enorme kerstman, in La Curaçao (een soort Hema/Action/van-alles-wat winkel) draaien ze kerstmuziek en ook de woon- en doehetzelfzaken staan vol met kerstbomen en kerstversiering. Naast de barbecues en de koelboxen, want dat zijn hier geen seizoensartikelen. Het Venezolaanse buurvrouwtje heeft een kerstkrans aan de deur hangen en je ziet overal de kerstversiering op de huizen opduiken. Ik zag ergens iemand die de betonnen engeltjes op de muur rond het huis kerstmutsen had opgezet. De engeltjes vonden het niet echt geweldig, die keken nogal chagrijnig, maar ik vond het een briljant idee.
Hier draait kerst niet om gezellig warm binnen zitten en hopen op sneeuw (maar niet op de dagen dat we de weg moeten, alsjeblieft). Hier draait het om... ja waar eigenlijk om. In naam is men hier grotendeels Katholiek, maar het gaat duidelijk niet om de christelijke invulling van het feest. Het is meer het hele concept van feestelijkheden, versieringen en alles wat daarbij hoort, denk ik. Daar zijn ze hier dol op. En niet alleen met Kerst, ook voor Pasen en Halloween wordt er uitbundig versierd en bij veel mensen hangt de kerstverlichting gewoon het hele jaar op de porch. Ze zijn hier gewoon heel goed in het concept 'het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen', denk ik.
En blijkbaar is die behoefte aan versieren aanstekelijk, want stiekem wil ik ook een krans voor aan onze deur en ik heb zelfs overwogen een boom te kopen, terwijl we december in Nederland door gaan brengen. Wat echtgenoot daarvan vindt? Die stond zaterdag bij de kerstlampjes te aarzelen. Voor op de porch. Want die is nu zo saai.

Lees verder ...