Geertrude Verweij - romans, verhalen, columns - zakelijke teksten - redactie - hulp & advies

Lachen

 

'Sinds ik weer met hem samen ben, heb ik geen dag niet gelachen,' zei ze, en de kuiltjes in haar wangen werden dieper bij de gedachte aan alle vreugde die haar man in haar leven gebracht had. 'We waren high school sweethearts die elkaar uit het oog verloren waren en na twintig jaar weer terug vonden,' omschreef ze hun 'sweet story'.
Dat je met hem kon lachen, had ik al begrepen. We waren door kennissen uitgenodigd voor een happy hour om kennis te maken met vrienden van hen. Onze kennissen arriveerden in Halloweenkostuum, want hun vriend had gezegd: 'Als jullie verkleed komen, doe ik het ook. Ik heb een pracht van een kostuum. Je zult niet kunnen zien dat ik het ben, maar je weet wel direct dát ik het ben als ik aankom.'
Dat klopte. Aan het eind van de avond had ik kramp in mijn kaken van het lachen. Want zijn verschijning als dinosaurus was een geweldige aanvulling op het verder nog al suffe happy hour op een van de meest luxe stranden van Curaçao.
Hij danste op de live muziek, speelde met de kinderen en kon er nog net van weerhouden worden in het (volle) restaurant op de tafels te springen.
'Zoals in Jurassic Park, je weet wel. Hoeveel krijg ik van jullie als ik het doe?' grijnsde hij.
Tussendoor moest hij af en toe even úit het pak en veel, heel veel, water drinken. Want het pak was een nogal geavanceerd geval waarvan de kop opgeblazen werd met een ingebouwde compressor. En als er geen lucht uit kan, kan er dus ook geen koele lucht in. Aangezien dinoman van nature een stevige man is, compleet met tatoeages en volle baard, werd het dus snel benauwd in dat pak. Zeker de eerste ronde, voor zonsondergang, was zwaar. 'Daar had ik niet goed over nagedacht,' hijgde hij toen zijn vrouw hem uit de dinosaurus bevrijd had. Maar een half uur later trok hij het pak weer aan. 'Ik heb met volle bepakking door de woestijnen van Afghanistan en Kuwait gelopen. Dan moet ik dit ook aankunnen,' vond hij.
En daar ging hij weer. Dansend met een klein meisje, tikkertje spelend met wat grotere kinderen en flirtend met een paar oudere dames. En met zijn vrouw stralend, met die prachtige kuiltjes in haar wangen, op de achtergrond.
Lees verder ...

Maaien


Het was net zeven uur, maar ik zat al met een dochter aan de telefoon. Ik zag uit mijn ooghoeken echtgenoot richting het huis van onze huurbaas lopen, maar nam aan dat hij gewoon een praatje ging maken. Het leven begint hier vroeg, voordat het heet wordt.
Maar hij kwam terug met een bosmaaier. En begon toen ook maar direct te maaien. Ik deed de ramen en deuren dicht en legde aan dochter uit dat haar vader de muggen zat was. Ik ook, daarom nam ik de herrie voor lief.
Het terrein voor ons appartementje hoort eigenlijk bedekt te zijn met witte kiezelstenen. Heel mooi en praktisch, maar dat moet je wel bijhouden. En dat heeft men niet gedaan. Dus groeit er gras en een raar kruipend plantje. Meestal is het vrij laag en dan is het geen probleem, maar door de regen van de afgelopen tijd was het enorm omhoog geschoten. En dat vinden muggen erg fijn. Die gaan in de schaduw onder die plantjes wonen en zijn erg gecharmeerd van het ochtendbuffet dat zich 's ochtends om zes uur presenteert. Als wij buiten gaan zitten dus.
Wij vinden dat minder fijn. Gelukkig zijn het alleen maar kleine muggen, dat scheelt. Sinds we in 2014 Chikungunya opliepen (en het halve eiland met ons) zijn we vooral bang voor tijgermuggen. Want hoewel we nu immuun zijn voor deze speciale vorm van dat virus, zijn er nog wel meer virussen die overgebracht worden door muggen. Van al die ziektes wordt gezegd dat het maar een week of twee duurt. Maar ja, dat zeiden ze van Chikungunya ook. Helaas behoorden wij tot de pechvogels die twee jaar lang met gewrichtspijnen hebben getobd.
Muggen vinden we dus nare beesten. En hoewel je went aan de jeuk van die kleine, is het toch een vervelend gevoel. Bovendien zijn het er erg veel nu. We wisselen een natuurlijke olie die ze redelijk tegenhoudt af met ventilators die ze weg zouden moeten blazen. Want maandenlang dagelijks smeren met DEET is zeer slecht voor je gezondheid.
Maar het allerbeste is gewoon zorgen dat er minder muggen zijn. En daarom moest er dus gemaaid worden. Om zeven uur 's ochtends. Maar dat nam niemand ons kwalijk. Sterker nog, de bovenbuurman kwam helpen met opruimen en twee huizen verder hoorde ik een kwartiertje later nóg een bosmaaier aanschakelen...

foto van pexels.com
Lees verder ...

Halloweenverhaal :: Geesten bestaan niet (slot)



Inmiddels is de zomer overgegaan in de herfst en nadert het eind van de maand oktober.
Alexander en ik zijn uit eten geweest om te vieren dat zijn nieuwe boek in de bestsellerlijst staat. Hoewel we allebei nog nooit sushi op hadden, hebben we ons er klem aan gegeten bij zo'n all-you-can-eat restaurant. Het was echt een leuke avond, vooral omdat het voor ons allebei nieuw was en we dus werkelijk alles wilden proeven. Zo jammer dat hij nu de sfeer verpest door weer over de geest te beginnen. Wel met een omweg, maar toch. Ik snap direct waar hij naar toe wil.
'Vandaag is het Halloween.' Hij kijkt me onderzoekend aan. 'Geloof je daar ook niet in?'
Ik lach. 'Ik neem aan dat je niet doelt op verklede kinderen en snoep, maar op het feit dat volgens de oude overlevering in die nacht de sluier tussen ons en het hiernamaals dun genoeg is om geesten door te laten?'
'Ja. Je hebt er al meerdere verhalen over geschreven, maar heb je ooit iets gemerkt?'
'Wat denk je zelf? Natuurlijk niet. Het zijn sprookjes. Fantasie.'
Wat ook fantasie blijkt te zijn, is het idee dat Alexander en ik ooit meer dan vrienden kunnen worden. Ik sta er nog steeds voor open, steeds meer zelfs, maar hij geeft nogal wisselende signalen. Hij flirt wel en maakt af en toe een opmerking waarvan ik me afvraag wat hij ermee bedoelt. Maar hij gaat nooit verder dan dat en hij spreekt zich nooit direct uit. Sinds ik erachter kwam dat mijn ex-man er een hele reeks vriendinnen bij had, zit ik er niet op te wachten me hals over kop in een relatie te storten. In ieder geval niet als ik niet zeker weet dat hij het serieus neemt. Dus ik laat het maar bij vriendschappelijk contact, zolang hij dat ook doet. Tenminste, dat is mijn bedoeling. Maar het iedere keer als ik hem zie lijken de vlinders in mijn buik harder tekeer te gaan en ik verspil soms uren met dagdromen over hoe het zou kunnen zijn tussen ons. Soms overweeg ik maar om te schakelen naar het schrijven van romantische boeken, want dat soort verhalen spoken voortdurend door mijn hoofd.
Het verhaal over het dienstmeisje is klaar. Hoewel dit verhaal realistischer en duisterder is dan mijn andere boeken, is mijn uitgever heel enthousiast. Maar ik heb voorlopig genoeg van dit soort ellende en denk dat mijn volgende boek iets met elfjes en kabouter wordt.
'Zal ik vannacht hier slapen?' vraagt Alexander aarzelend. 'Het zit me echt niet lekker dat je hier alleen blijft. Met Halloween is de geest altijd een stuk actiever. Soms vliegen de meubels door het huis.'
'Hoe weet je dat? Dat kun je echt niet gezien hebben vanuit jouw huis.'
Hij grijnst. 'Ik ben journalist en schrijver. Het leek me wel inspirerend om eens een nacht in een spookhuis door te brengen, zeker met Halloween. Vorig jaar heb ik mezelf binnengelaten.'
'Heb je ingebroken, bedoel je.'
'De deur was niet op slot. Maar ik ben niet lang gebleven, want ze bekogelde me met alles wat ze kon vinden.'
Ik kijk hem onderzoekend aan, maar zijn gezicht staat ernstig. Ook de twinkel in zijn ogen, die hem normaal gesproken verraadt als hij me plaagt, ontbreekt. Is het dan toch waar wat hij vertelt? Onzin. Ik ben bereid te accepteren dat hij het oprecht gelooft, maar er moet een logische verklaring zijn. En het wordt tijd dat hij dat ook gaat inzien.
'Misschien moet je inderdaad maar blijven,' zeg ik berustend. 'Niet omdat ik bang ben, maar om te bewijzen dat er geen geest is. Ik zou graag willen dat we het daarover eens werden.'
'Heb jij ook het idee dat ze tussen ons in staat?' Hij legt aarzelend zijn hand op de mijne. 'Ik bedoel... je weet toch wel dat ik iets voor je voel?'
'Ik hoopte het,' geef ik toe. 'Maar waarom laat je dat niet gewoon merken?'
'Omdat...' Hij gebaart naar de lamp die begint te rammelen. 'Daarom.'
Ik trek mijn wenkbrauwen op. 'Er reed een tractor veel te hard voorbij. Dan schudt het huis. Dat is niet zo gek voor een oude dijkwoning, hoor.'
'Volgens mij is het de geest. Ik ben bang dat ze jou iets aandoet als je een relatie met me begint. Ze heeft een hekel aan mannen.'
'En dat geloof je echt.' Ik vraag het niets eens, ik stel het vast. En ik weet niet wat ik ermee moet. Want verder vind ik hem geweldig. Hij is intelligent, knap, lief, attent, nou ja. Alles dus. Ik ben eigenlijk gewoon smoorverliefd op hem. Maar dat gezeur over die geest...
'We zullen het vannacht zien. Je mag in mijn bed slapen, dan weet je meteen of de geest daar een probleem mee heeft.'
Hij lacht, maar schudt zijn hoofd. 'Niet vannacht. Ik weet dat je het idioot vindt, maar ik heb het zelf gezien. En ik ben bang dat ze jou ook iets aandoet als ik naast je lig. Maar ik neem graag een optie op dat plekje voor later. Eventueel in mijn huis.' Nu zie ik wel die twinkel in zijn ogen.

We gaan om een uur of elf naar bed. Tot die tijd is het rustig, al rijdt die tractor nog een paar keer voorbij. Ik moet die boer er toch eens op aanspreken, want het wordt nu wel heel erg.
Ik ga naar mijn slaapkamer, Alexander kruipt met een deken op de bank, want ik heb wel kamers over, maar geen extra bedden.
Het voelt vreemd, zo'n man in huis, maar ik vind het eigenlijk wel een prettig idee. De grappenmaker die elke volle maan alle ramen openzet, zal nu niet binnen durven komen. Behalve intelligent, knap, lief en attent is Alexander ook groot en sterk.

Ik word wakker omdat ik het koud heb. Het raam staat weer open. En ik hoor iemand fluisteren. Is dat Alexander? Of de grappenmaker?'
'Indringer! Indringer!'
Het is een rare fluisterstem, alsof iemand eigenlijk wil schreeuwen, maar het niet kan. Ik doe mijn ogen open en dan zie ik haar staan. Vaag, maar overduidelijk een vrouwenfiguur in een ouderwetse lange jurk met veel kant. Het dienstmeisje? Droegen die dit soort kleding?
'Indringers moeten weg!' zegt ze. 'Geen mannen in dit huis.'
Ik droom, dat is duidelijk. Kan ook niet anders, na het gesprek met Alexander. Ik besluit mee te spelen en zeg: 'Waarom?'
'Mannen zijn slecht,' sist de stem. 'Niet mijn fout, maar de zijne.'
Met de helderheid die je soms in dromen hebt, gecombineerd met de gegevens die Alexander opgedoken heeft, begrijp ik het direct. 'Jij bent de vrouw des huizes, niet het dienstmeisje. Hij bedroog je in je eigen huis en heeft je het ziekenhuis ingeslagen toen je hem erop aansprak. En je blijft rondspoken omdat je heen en weer geslingerd wordt tussen wroeging en wraakgevoelens. Je hebt haar vermoord en daarna jezelf om hem te kwetsen.'
'Zijn schuld! Mannen zijn slecht. Zij was slachtoffer, maar ik ook.'
Een steeds sterker wordende luchtstroom waait door mijn kamer. Ik blijf kalm. Het is tenslotte maar een droom.
'Jouw man was slecht, maar niet alle mannen zijn zo. Alexander is goed.'
'Hij is een man. Indringer. Moet weg!'
De wind begint te suizen. De geest begint te verdwijnen. Gaat ze naar beneden, naar Alexander?
'Doe hem geen kwaad! Ik hou van hem.'
Het is eruit voor ik het weet, maar ik besef dat het waar is.
'Dom. Hij zal je bedriegen. Net als je ex.'
Hoe weet ze dat? Omdat het een droom is, natuurlijk. Dat komt uit mijn eigen onderbewustzijn.
'Alexander is heel anders dan mijn ex. En bovendien heb ik liever de illusie dat het deze keer wel goed komt, dan de eenzaamheid van een heel leven zonder risico.'
Dring ik tot haar door? Hoe denkt een geest?
'Mijn man was slecht.' Een lamp vliegt door de kamer en breekt in stukken. 'Slecht! Slecht!' De spiegel breekt en twee schilderijen vallen van de muur.
Oké. Nu begin ik toch bang te worden. Het begon als een rare droom, maar nu is het een nachtmerrie. Ik hoor beneden ook van alles vallen.
'Laat hem met rust! Alexander kan hier niets aan doen. En dankzij hem weten we dat je man zijn verdiende loon heeft gekregen.'
Ineens wordt het doodstil en de schim verschijnt weer. Ik kijk naar haar gezicht, dat te vaag is om er een uitdrukking op te zien.
'Verdiende loon?'
'Wist je dat niet? Alexander heeft me geholpen met uitzoeken wie hier gewoond heeft en wat er gebeurd is. Toen jij en je dienstmeisje dood waren, is je man verhuisd.'
'Ander huis, andere vrouwen,' sist ze.
'Ja, de eerste maanden. Maar toen liep hij een geslachtsziekte op, syfilis. En aangezien in die tijd antibiotica nog niet bestond, is hij er, na een heftig ziekbed, aan overleden. Alleen, in het armenhuis, want zijn laatste vriendin heeft hem nog bestolen ook.'
'Verdiende loon!'
'Absoluut.'
'Geen wraak nodig.' Het klinkt alsof ze erover nadenkt.
'Nee, je kunt het nu loslaten.' Zou het zo simpel zijn? Men zegt dat spoken blijven hangen tussen leven en dood omdat ze denken dat ze iets moeten afhandelen. Was dit het voor haar?'
Ineens komt de koude luchtstroom terug. 'Beneden! Nu!'
Het klinkt zo dwingend dat ik gehoorzaam opsta en de trap afloop. Wat een rare droom was dat. En ben ik nu wakker? Volgens mij wel.
Ik duw de huiskamerdeur voorzichtig een stukje open om te kijken of Alexander slaapt en zie hem in een rare houding op de grond liggen. Angstig loop ik naar hem toe. Hij is bewusteloos. Ademt wel, maar moeilijk. Ik grijp mijn telefoon en bel 112.
De ambulance arriveert tien minuten later. 'Allergische reactie,' constateert de man die hem onderzoekt. 'Heeft hij iets verkeerds gegeten?'
'Niet dat ik weet.' Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat de geest dit veroorzaakt heeft, maar ineens schiet me iets te binnen. 'Schaaldieren. We hebben vanavond sushi met schaaldieren gegeten en hij zei dat hij die nog nooit gegeten had. Kan hij daar allergisch voor zijn?'
De ambulancemedewerker geeft Alexander een injectie. 'Dat zal het waarschijnlijk zijn. Dit zou moeten helpen. U was er gelukkig op tijd bij.'
Dankzij de geest, bedenk ik, maar dat zeg ik maar niet hardop. Niet tegen de ambulancebroeders in ieder geval.

Als ik Alexander drie dagen later volledig hersteld uit het ziekenhuis gehaald heb, vertel ik eerlijk wat ik gedroomd heb.
'Maar je blijft erbij dat het een droom was?' glimlacht hij.
Ik haal mijn schouders op. 'Voor mijn eigen gemoedsrust. Maar ik moet eerlijk toegeven dat ik twijfel. Het voelde allemaal wel heel echt.'
'Hoe dan ook, het leven is te kort om te blijven twijfelen. Dat leer je wel, als je bijna het loodje legt. Dus of ze het er nu mee eens is of niet, ik ga er gewoon voor. Ik hou van je, Viola. En ik wil de rest van mijn leven samen met jou doorbrengen. Als jij hier graag wilt blijven wonen, leer ik wel gewoon leven met een opstandige geest. Het zal wel wennen.'
'Ik denk niet dat dat nodig is. Er zit nog een klein vervolg aan mijn verhaal.'
Terwijl ik vertel hoe ze me naar beneden stuurde en dat ik daardoor op tijd bij hem was, zie ik de gordijnen bewegen. Dan beginnen de kopjes zachtjes te rinkelen.
Alexander glimlacht en kijkt in de richting van het raam. Ik zie niets, maar hij blijkbaar wel. 'Bedankt,'zegt hij en ik begrijp dat hij het niet tegen mij heeft. 'Je mag het loslaten. Ik zal haar niet bedriegen. Echt niet. Geloof me. Ik hou van haar.'
Ik voel een warme luchtstroom langs mijn gezicht en dan is het weer stil.
'Volgens mij is ze nu voorgoed weg,' zegt Alexander schor.
'Ik denk het ook,' zei ik. Maar helemaal verdwijnen zal ze nooit, in ieder geval niet uit mijn gedachten. Mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Niet alleen vanwege Alexander, maar ook omdat ik het eigenlijk niet meer kan ontkennen. Misschien bestaan geesten toch wel...




~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het eerste deel van dit verhaal kon je hier lezen. Het tweede deel staat hier.
Wil je dit verhaal in zijn geheel wilt kunnen downloaden als pdf of e-pub? Wordt lid van mijn nieuwsbrief! (bij inschrijving krijg je een downloadlink naar een ander verhaal, de link naar dit verhaal staat in de nieuwsbrief van 25 oktober, die je nagestuurd krijgt als je je inschrijft voor 10 november)
Lees verder ...

Op huizenjacht


In de bijna dertig jaar van ons huwelijk zijn wij eigenlijk nooit echt op huizenjacht geweest. We zijn best vaak verhuisd, maar meestal was het een kwestie van 'er tegenaan lopen'.
Maar nu zijn we serieus op jacht. Inmiddels weten we dat de hele goedkope huizen ons simpelweg niet gegund worden (dat is een heel ander, triest verhaal en inderdaad pure discriminatie, maar je doet er niets tegen). En als we dan verplicht zijn een duurder huis te kopen, moet het commercieel wel interessant zijn. Een opknapper die we indien nodig voor meer geld kunnen verkopen, of een huis met appartementen die verhuurd kunnen worden.
En dus reden we op een zaterdag veertien adressen af om alvast een eerste indruk op te doen voor we een afspraak met de makelaar zouden maken. Het was een leerzaam dagje. We reden het hele eiland over en kwamen tot wonderlijke inzichten. Het eerste huis op de lijst kreeg bijvoorbeeld in eerste instantie een groot groen uitroepteken. Maar aan het eind van de dag zetten we er een groot rood kruis doorheen. Het vierde huis daarentegen kreeg direct een rood kruis, maar is nu het enige huis waarvoor we een afspraak willen gaan maken. We kwamen na een dagje huizen kijken namelijk tot de conclusie dat we het liefst willen wonen in een huis met wat grond eromheen dat niet te ver van de stad ligt. Die combinatie is nog niet heel simpel te vinden, zeker niet in onze prijsklasse. Curaçaoënaars leven graag binnen en bouwen dus als ze er het geld voor hebben hun kavels helemaal vol met enorme huizen. En wij, rare Nederlanders, willen juist zoveel mogelijk buiten zijn, onder een grote porch, of een palapa in de tuin. Dat ene huis ligt in een wijk die gebouwd is voor en door Nederlanders (door Shell in de jaren '50 en '60) en dat zou weleens de reden kunnen zijn dat de huizen die daar staan precies zijn wat wij bedoelen. Ze zijn alleen aan de dure kant voor ons, dus we gaan voor iets dat een beetje werk nodig heeft.
Dat vinden we niet erg. Tenslotte kun je niet de rest van je leven alleen maar op het strand liggen. Hoewel ik daar nu wel naar kan verlangen. Van veertien adressen niet alleen opzoeken, maar in gedachten ook die huizen helemaal inrichten en er gaan wonen wordt je namelijk best moe...
Lees verder ...

Halloweenverhaal :: Geesten bestaan niet (2)



Een dag na onze eerste kennismaking staat Alexander weer voor de deur.
'We werden gisteren onderbroken door je telefoon, maar ik vind het niet meer dan eerlijk om ook open kaart te spelen.' Als ik hem verwonderd aankijk, steekt hij zijn hand uit. 'Lex Klein.'
Ik frons. 'Wacht even. De thrillerschrijver? Ben jij dat? Ik dacht dat hij Duits was.'
'Ik woonde in Duitsland toen ik debuteerde. Maar ik ben Nederlander.'
Mijn angst dat hij alleen belangstelling voor me had omdat ik een redelijk succesvol schrijfster ben is dus duidelijk ongegrond.
'Tja. Daar sta ik dan met mijn griezelverhaaltjes. Van jouw oplages durf ik alleen maar te dromen...'
'Maar je zegt niet dat je al mijn boeken hebt. Ben je geen fan?' Hij kijkt quasi-teleurgesteld, maar zijn ogen twinkelen.
'Ik vind je schrijfstijl fantastisch, maar je verhalen zijn voor mij aan de harde kant.'
'Zegt de vrouw die in haar populairste boek een klas schoolkinderen laat opeten door weerwolven.'
Daar heeft hij me. Maar in mijn ogen is het verschil duidelijk. 'Dat is fantasie, een sprookje. Wel een bloederig sprookje maar toch, het is overduidelijk uit mijn duim gezogen. Jouw boeken staan heel dicht bij de werkelijkheid en daarom vind ik ze enger dan al mijn griezels bij elkaar.'
Het feit dat we collega's zijn, zorgt al snel voor een goed contact. We komen regelmatig bij elkaar over de vloer om te kletsen over verhaallijnen, de lieve, nare en gekke reacties die je als schrijver nu eenmaal van lezers krijgt, uitgevers en alles wat met ons vak te maken heeft. Als ik heel eerlijk ben, vind ik hem steeds leuker en hoop ik dat het misschien iets meer tussen ons kan worden. Maar ik weet niet of hij er ook zo over denkt. Hij lijkt tevreden met vriendschappelijk contact, dus voorlopig laat ik het maar zo.

Bijna een maand later. Volle maan.
Alexander kijkt me plagend aan. 'Klaar voor het spook?'
Ik slaak een diepe zucht. 'In het dorp waren ze ook alweer flink op dreef vandaag. Krijgen we dat nu elke maand?'
Hij grinnikt. 'Tot je toegeeft dat je de geest gezien hebt, vrees ik. Er zijn ook weddenschappen over hoe lang je het volhoudt.'
'O. Mooi is dat. Waar heb jij op ingezet?'
Zijn groene ogen kijken me ineens ernstig aan. 'Ik heb niet meegedaan, maar ik hoop dat je je niet weg laat jagen. Dat zou ik heel erg jammer vinden.'
Mijn hart slaat een slag over, maar ik zeg luchtig: 'Dan mag ik er dus vanuit gaan dat jij vannacht geen grappen gaat uithalen? Dat scheelt er alvast één.'
'Grappen? Hoe bedoel je?'
'Tijdens de vorige volle maan is iemand mijn huis binnengedrongen om alle ramen open te zetten.'
'Heb je hem gezien?'
'Nee, maar dat is de enige verklaring. Je kunt ze echt niet van buitenaf opendoen en ik weet zeker dat ik ze voor ik ging slapen allemaal dichtgedaan had.'
'De geest.'
'Onzin.'
'Dus jij vind het volkomen normaal dat iemand je huis binnengaat om een geintje uit te halen, maar een geest vind je simpelweg onzin?'
'Ja. Dat is toch niet zo gek? Jij als thrillerschrijver zou moeten weten dat mensen tot de gekste dingen in staat zijn. En nu ik weet dat er een weddenschap loopt verwacht ik helemaal opnieuw gedoe. Want nu hebben ze een reden om me weg te pesten.'
'Ze zullen er niet rijk van worden, de inleg is vijf cent per persoon,' lacht Alexander. 'Het gaat om de lol, niet om het geld. En ik weet dat je het niet wilt accepteren, maar ik heb hier echt vreemde dingen gezien. Is er niet meer gebeurd dan die open ramen?'
'Voetstappen in een andere kamer,' geef ik schoorvoetend toe. 'En toen ik daar ging kijken, dacht ik een vaag licht te zien verdwijnen en een windvlaag te voelen. Maar dat was verbeelding.'
Alexander grijnst. 'Ja, vast.'
'Volgens de dorpsverhalen jaagt de geest iedere nieuwe bewoner binnen een paar maanden weg. Ik heb behalve die ene nacht geen problemen gehad.'
'Misschien heeft ze jou aanvaard?' Hij aarzelt, maar zegt dan: 'Dat nieuwe verhaal waar je mee bezig bent. Waar is dat door geïnspireerd?'
Ik begrijp niet helemaal waarom hij ineens van onderwerp verandert, maar zeg: 'Gedeeltelijk op de verhalen over dit huis, denk ik. Dat was te verwachten.'
'Ja, maar hoe kom je bij het achtergrondverhaal van de geest in je verhaal?'
'Geen idee. Je weet toch hoe dat werkt? Het ene boek moet je er stap voor stap uitpersen en het andere is er ineens, alsof het verhaal verteld wil worden. Dit komt echt van diep en ik ben er behoorlijk door geobsedeerd. Ik droom er bijna elke nacht over.'
Hij trekt zijn wenkbrauwen op. 'Juist. Heb je de mogelijkheid overwogen dat de geest wil dat je haar verhaal vertelt?'
Ik snuif minachtend. 'Jij denkt dat er in dit huis werkelijk een jong dienstmeisje is opgesloten en uiteindelijk vermoord door haar kwaadaardige werkgeefster die jaloers was op haar schoonheid en de aandacht die haar man aan het kind schenkt? Als ik het opschrijf met een hoop poespas eromheen klinkt het spannend, maar eigenlijk is het vergezochte onzin.'
Alexander ziet blijkbaar dat het me begint te irriteren dat hij wel gelooft dat er een geest in mijn huis woont en houdt verder zijn mond. Hij bied alleen nog aan om me te helpen met research over de vroegere bewoners. Dat neem ik graag aan. Hij heeft door het soort boeken dat hij schrijft veel meer ervaring met dat soort dingen. Ik zuig alles gewoon uit mijn duim, terwijl zijn verhalen op waarheid gebaseerd zijn. En het kan interessant zijn om te weten wie er hier gewoond hebben en wat er met hen gebeurd is.
We drinken nog een glaasje wijn en hebben het over van alles en nog wat, maar niet meer over de geest.
Als hij tegen middernacht opstaat om naar zijn eigen huis te gaan bied hij aan: 'Als je het toch eng vindt, mag je ook bij mij slapen, hoor. Of ik blijf hier, dat kan ook.' Hij knipoogt. 'In beide gevallen in de logeerkamer. Dit is geen oneerbaar voorstel.'
Helaas, denk ik, dan had ik misschien ja gezegd. Maar nu zeg ik kalm: 'Niet nodig. Ik ben niet bang. En ik kan moeilijk iedere volle maan uit logeren gaan.'

Twee uur later heb ik spijt van mijn dappere woorden. Ik zit te bibberen in mijn bed. Van de kou, niet van angst. Hoewel alle ramen en deuren goed afgesloten waren toen ik ging slapen, staat alweer alles open. Toch ben ik er nog steeds van overtuigd dat iemand een grap uithaalde. Misschien zelfs Alexander wel, hoe erg me dat ook van hem tegen zou vallen.

Na een paar maanden begint het te wennen. Eens per maand heb ik een rare, koude nacht, maar verder zie ik nooit iets. Het boek vordert gestaag, het dienstmeisje in het deel dat over het verleden vertelde krijgt steeds meer persoonlijkheid, net als haar jaloerse werkgeefster, en het verhaal in het heden word steeds enger. De geest in het verhaal is namelijk allesbehalve vriendelijk. Die van mij was daarmee vergeleken een lieverd. Bij wijze van spreken dan, want ik geloof er nog steeds niet in.
Alexander blijft bij zijn standpunt, maar het is min of meer onbespreekbaar tussen ons.



~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het eerste deel van dit verhaal kon je hier lezen. Het laatste deel verschijnt op woensdag 31 oktober.
Wil je dit verhaal in zijn geheel wilt kunnen downloaden als pdf of e-pub? Wordt lid van mijn nieuwsbrief! (bij inschrijving krijg je een downloadlink naar een ander verhaal, de link naar dit verhaal staat in de nieuwsbrief van 25 oktober, die je nagestuurd krijgt als je je inschrijft voor 10 november)
Lees verder ...

Jetlag



Je zou denken dat we deze keer nauwelijks een jetlag hadden. Tenslotte was het al de derde keer dit jaar dat we naar Curaçao reisden en we waren amper drie maanden in Nederland geweest. Ik ging er dus ook vanuit dat ik na één dagje acclimatiseren weer up and running zou zijn.
Tja. Verkeerd gedacht. We kwamen woensdag aan en op zondag begon ik pas weer een beetje mens te worden. Zaterdagnacht was de eerste nacht waarin ik niet om twee uur (acht uur 's ochtends Nederlandse tijd) wakker werd, om dan vervolgens niet meer in slaap te kunnen komen. Zondag was ook de eerste dag waarop ik niet voortdurend honger had. Daarna werd het langzaam steeds beter. Mijn lichaam was eindelijk ook op Curaçao aangekomen.
Het blijft lastig, zo'n tijdsverschil, ook als je jetlag voorbij is. Ik wéét precies hoeveel het scheelt, maar het dringt niet altijd helemaal tot me door. Als ik 's ochtends vroeg achter mijn computer schuif, duurt het altijd even voor ik besef dat het in Nederland al middag is. Moet ik mee leren omgaan.
Telefonische contacten met het thuisfront zijn ook best lastig. Een van de dochters belt vaak voor ze aan haar middagdienst begint. Die moet ik dus soms afkappen met de mededeling dat ik echt moet gaan ontbijten omdat ik van mijn graatje val. Ze mág zo vroeg bellen van ons (we staan om zes uur op), maar omdat zij dan inmiddels al geluncht heeft, komt mijn ontbijtopmerking altijd even heel vreemd over. Andersom wil ik nog weleens wachten met appjes sturen tot ik klaar ben met werken. Om een uur of vijf dus. Maar dan is het in Nederland al elf uur 's avonds en krijg ik van niemand meer antwoord. Of hoogstens een korte reactie, gevolgd door 'Welterusten'. Op zo'n moment besef ik pas goed dat we echt ver weg zitten.
Gelukkig zitten jullie daar na komend weekend met z'n allen weer in de wintertijd. Hier doen we niet aan klokken verzetten, dus dan is het maar vijf uur vroeger. En als ik het voor het zeggen had, bleef het ook wintertijd. Als ik zelf in Nederland ben, vind ik dat ook het prettigst, want het voelt het natuurlijkst met zonsopkomst en -ondergang. Maar als ik op Curaçao zit, scheelt het toch mooi een uur tijdsverschil en dan lijkt het ineens iets minder ver weg...

(foto van Pexels.com)
Lees verder ...

Halloweenverhaal :: Geesten bestaan niet (1)



Ik woon al bijna een maand in mijn nieuwe huis als ik eindelijk kennis maak met de buurman. Niet mijn schuld, ik ben een paar keer netjes langs geweest om me voor te stellen, maar hij was óf niet thuis, óf deed gewoon niet open. Toen was ik het zat. Maar nu moet hij wel naar mij toe komen, want er is een pakketje voor hem bij mij afgegeven. We leven in een rare tijd eigenlijk. Burencontact gaat vooral over pakketjes.
Maar goed. Ik doe de deur open en zie een man van mijn leeftijd met een knap, maar stug gezicht. Hij valt direct met de deur in huis: 'Er is een pakketje voor mij hier afgeleverd.'
Ik glimlach. 'Dat klopt. Ik zal het even pakken.' Maar ik steek eerst mijn hand uit. 'Prettig kennis te maken, ik ben Viola van der Linden.'
Met duidelijk zichtbare tegenzin schudt hij mijn hand. 'Alexander Kleine.'
Ik aarzel nog even, maar kan geen enkel aanknopingspunt vinden om een gesprek te beginnen, dus draai me ik om en grijp zijn pakje, dat op het tafeltje in de gang ligt. 'Alsjeblieft.'
'Dank je wel.' Hij zet een stap achteruit om weg te lopen, maar blijft dan toch staan. 'Misschien vind je me een bemoeial, maar hebben ze je verteld dat het spookt in dit huis?'
Ik lach. 'Jazeker. Maar daar geloof ik niet in. Geesten bestaan niet. Trouwens, ik heb er in de afgelopen vier weken niets van gemerkt.'
'Vannacht is het volle maan. Dan wordt ze actief.'
Ik schud mijn hoofd. 'Sorry, maar ik vind het alleen maar amusant dat mensen dit geloven. In het dorp waarschuwen ze me ook iedere keer als ik daar boodschappen kom doen.'
'Dat is natuurlijk niet voor niets.'
'Ik beschouw het vooral als folklore. En ik luister graag naar wat mensen erover zeggen, want dat kan ik weer in mijn verhalen verwerken. Maar serieus neem ik het niet. Jij woont hiernaast. Heb je echt iets gezien, of ga je gewoon mee in de dorpsroddels?'
'Verhalen? Ben je journalist?'
'Dan zou ik me niet met spoken bezighouden. Nee, ik schrijf fictie, maar volksverhalen vormen een mooie basis.'
'Ken ik je boeken?'
'Misschien wel. Ik schrijf onder pseudoniem.'
Hij lacht. Zijn hele gezicht licht ervan op en ik voel iets dat ik lang niet meer gevoeld heb. Mijn belangstelling voor mannen is sinds mijn scheiding minimaal. 'Je hebt duidelijk niet zo heel veel zin om te onthullen wie je precies bent.'
Ik haal mijn schouders op. 'Doet het er toe?'
'De meeste mensen willen graag laten weten dat ze beroemd zijn.'
'Ik ben niet de meeste mensen en ik ben niet beroemd. Maar het is ook geen geheim, hoor. Ik ben V. M. Lindt.'
Ik zie zijn ogen groter worden. Ja, nu heb ik zijn belangstelling. Zo gaat het altijd. Misschien moet ik in het vervolg gewoon verzwijgen dat ik schrijfster ben. Maar ja, dan wordt het helemaal zo'n big deal. Uiteindelijk is het gewoon een beroep. Ik heb er veel plezier in, maar het is ook gewoon hard werken.
'Ik heb al je boeken.' Ik ben even bang dat hij gaat voorstellen een stapel te gaan halen om te signeren, maar dat valt mee. 'Nu begrijp ik beter waarom je hier woont. Maar dat spook is echt, hoor. Ik heb haar meerdere keren gezien. Met volle maan zet ze alle ramen open en loopt ze de hele nacht heen en weer.'
'Hoe heb je dat kunnen zien in het donker?'
'Ze geeft licht. Net als de geest in De Kromme Toren.'
Oei, een echte fan. Dat is een van mijn minder bekende verhalen. Ik lach. 'Zo langzamerhand begin ik te hopen dat het waar is. Dat heb ik altijd al eens willen zien.'
'Tenzij je vannacht niet thuis bent, zal die wens ongetwijfeld uitkomen.'
Hij kijkt er heel serieus bij, maar ik heb wel meer mensen gezien en gesproken die heel serieus de gekste dingen beweerden en ik heb eigenlijk helemaal geen zin in deze discussie. Gelukkig gaat mijn telefoon en kan ik hem met een korte verontschuldiging weg sturen.
Voor ik de deur dichtdoe, zie ik hem nog net met een heel vreemde uitdrukking op zijn gezicht naar mijn huis kijken.

De dag vliegt voorbij. Telefonisch overleg met mijn uitgever, een interview via e-mail waarvoor ik even rustig moet gaan zitten om mooie antwoorden te bedenken en een stroom e-mails van fans, die ik nog steeds zoveel mogelijk zelf beantwoord.
Tussendoor leg ik de laatste hand aan het boek dat binnenkort uit zal komen. Ik vind eerlijk gezegd de gemuteerde vampiers die ik daarin heb opgevoerd een stuk interessanter dan mijn eigen geest. Alles wat ik daarover hoor in het dorp is vrij cliché en hoogstwaarschijnlijk voortgekomen uit natuurlijke verschijnselen. Wind, schaduwen, misschien een dier dat rare geluiden maakt. Mensen vertalen zoiets al gauw in spoken en geesten, zeker als er al verhalen de ronde deden, maar de werkelijkheid is meestal een stuk minder boeiend.
Voor ik naar bed ga, controleer ik wel alle ramen. Die zitten stevig dicht en zijn niet van buitenaf te openen. Dat geeft me toch wel een veilig gevoel, want je weet tenslotte maar nooit of een van de dorpelingen het een goed idee vindt om het spookverhaal te ondersteunen door zelf wat ramen open te zetten.

Ik word wakker omdat ik het koud heb. Dat gebeurt wel vaker. Ik woel nogal 's nachts en dan raak ik mijn dekens kwijt. In een reflex wil ik mijn dekens omhoog trekken, maar dan besef ik dat ik daar al onder lig. Ik voel een windvlaag en kijk verbaasd naar het raam, dat wijd open staat. Hoe kan dat? Ik weet heel zeker dat ik het goed afgesloten heb.
Ik sta op en probeer het dicht te doen, maar het lijkt wel of het uitzetijzer vastzit. Er is geen beweging in te krijgen. Ik steek mijn hand uit naar het lichtknopje om het beter te bekijken, maar als ik op de schakelaar druk gebeurt er niets. Ook het kleine schemerlampje op mijn nachtkastje gaat niet aan. Ook dat nog. Stroomstoring.
Of misschien gewoon een stop doorgeslagen? Zuchtend trek ik een vest aan over mijn dunne nachthemdje. In het donker zoek ik mijn weg naar beneden, naar de meterkast. Ik ben halverwege de trap als ik boven voetstappen hoor.
Er is dus toch iemand binnen. Misschien zou ik bang moeten worden, maar eerlijk gezegd denk ik niet dat het spoken zijn en ben ik ook niet bang voor inbrekers met kwade bedoelingen. Ik ben ervan overtuigd dat het een van de dorpelingen is, misschien zelfs mijn buurman, die voor spook spelen. Ik ga dus zonder me te bedenken kijken. Het geluid komt uit een van de lege kamers, die ik ooit nog wil gaan inrichten voor logees. Ik duw voorzichtig de deur open, klaar om de grappenmaker uit te schelden. Maar het geluid houdt abrupt op. Ik zie in een flits iets verdwijnen en voel een koude luchtstroom langs me heen gaan. Of verbeeld ik me dat? Ben ik toch beïnvloed door al die spookverhalen?
Ik haal mijn schouders op en loop terug naar de trap. Eerst die stoppen controleren. Beneden blijkt ook alles open te staan. Lolbroeken. Er is niets mis met de stoppen, dus blijkbaar is toch de stroom uitgevallen. Met een zaklantaarn maak ik een rondje door het huis en doe alle ramen dicht. Daarna ga ik weer naar bed, al hou ik mijn telefoon bij de hand om de politie te kunnen bellen als er nog iets gebeurt. Maar dat verwacht ik eigenlijk niet. Ik vermoed dat de lol er wel vanaf is nu ik niet gillend van angst het huis uitgerend ben, maar ik neem voor zo snel mogelijk nieuwe sloten op de deuren te zetten. Dit zal me niet nog een keer gebeuren.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het volgende deel verschijnt volgende week donderdag (26 oktober), het laatste deel verschijnt op woensdag 31 oktober.
Wil je dit verhaal in zijn geheel wilt kunnen downloaden als pdf of e-pub? Dat kan als je lid wordt (of bent) van mijn nieuwsbrief. (bij inschrijving krijg je een downloadlink naar een ander verhaal, de link naar dit verhaal wordt verstuurd in de nieuwsbrief van 25 oktober)

Ik doe mee aan de Zondag Blog Hop op Huisvlijt
(foto van pexels.com)
Lees verder ...

Samen boodschappen doen


Ik luister en kijk altijd met een licht leedvermaak naar oudere echtparen in de supermarkt.
Je kent ze vast wel. De vrouw wil gewoon even boodschappen doen, maar manlief is gepensioneerd en wil 'gezellig' mee.
Het begint vaak al met gekibbel over de route door de winkel. Want de meeste ervaren huisvrouwen lopen een vast rondje om hun vaste producten blindelings te kunnen vinden, terwijl de man rondkijkt en reageert op wat hij ziet. Ik denk dat je dat terug zou kunnen voeren op de oertijd, waarin de mannen jaagden en de vrouwen verzamelden. (Of mag je dat soort dingen tegenwoordig ook al niet meer zeggen?)
Daarna volgen discussies over de producten die manlief in het karretje legt, terwijl die niet op haar lijstje staan. Of die ze nooit koopt omdat híj ze nooit kan of wil eten.
En het eindigt meestal met de man die verheugd uitroept: 'O leuk, ze hebben ook gereedschap in de aanbieding.' Om vervolgens met veel enthousiasme in de bakken te duiken. Waarop de vrouw een diepe zucht slaakt, maar – als ze verstandig is – zwijgt.

Wij zijn niet oud en gepensioneerd. Maar ook niet echt jong meer en wij zijn op meerdere gebieden best ouderwets. Boodschappen doen is dus mijn taak. En dat doe ik bijna altijd alleen.
Maar aangezien echtgenoot nog herstellend is en maar op halve kracht werkt, zei hij vorige week ineens: 'Ik ga gezellig mee.'
Tja. Geen probleem. Leuk juist. Net als wanneer we op vakantie zijn.
Het eerste gangpad ging goed. Min of meer. Ik vroeg of hij de pure chocolade die we nog hadden lekker vond. Ja, die was goed, zei hij. En legde vervolgens een doos zeebanket in het karretje. Want dat vindt hij nog lekkerder. Nou ja. Vooruit dan maar.
Toen wilde ik een bocht maken om het volgende gangpad te nemen. Maar hij zag verderop iets boeiends. Dus hoorde ik mezelf vrij kattig zeggen: 'Ik ga deze kant uit, want anders raak ik in de war.'
Hij knikte afwezig en liep vervolgens toch naar het andere boeiende. Toen ik hem ingehaald had, legde hij een doos Turkse pizza's in het karretje.
'Waarom koop je die nooit?'
'Omdat jij niet goed tegen gluten kan.'
Nu ben ik dol op Turkse pizza's, dus als hij het risico op buikpijn wilde nemen, vond ik het best.
Wel begon ik langzaam de overeenkomst tussen ons en de oudere echtparen die ik zo graag afluister te zien. Maar ach, het zou allemaal wel loslopen.
En toen viel zijn blik op de bakken in het midden van dat pad.
'Leuk, ze hebben gereedschap in de aanbieding!' Enthousiast dook hij in de bakken.
Ik slaakte een diepe zucht. Maar ik was verstandig, dus ik zweeg.

(foto van Pexels.com)
Lees verder ...

Positief


Iedereen zei dat we ons huis zo kwijt zouden zijn. Buren, mensen om ons heen, de makelaar. Dus toen het anderhalve week in de verkoop stond en we nog niet eens één kijker hadden gehad, kregen we het toch een beetje benauwd.
En toen de buurman aan de ene kant gezellig een steiger in zijn voortuin zette, en de andere buurman precies de dag voor de Open Huizen Dag de geplande (tijdelijke) cabin voor zijn schoonouders tussen onze huizen ging plaatsen, sloeg de paniek toe, zeker toen we iets opvingen over '3 meter hoog'. Uh... wat?
'Dan weten we zeker dat het niet verkocht wordt,' deed echtgenoot net zo negatief als ik me stiekem ook voelde. Want we wilden nu wel gewoon helemaal afscheid nemen en dan door met leuke dingen.
Gelukkig viel het mee. De steigerbuurman werkte zijn verfklus af en verwijderde de steiger. En de cabin was lang zo lelijk (en zo hoog) niet als we vreesden.
Toch bleven we negatief. Toen we de volgende dag in een schoon en opgeruimd huis zaten te wachten tot het elf uur was, waren we het volledig eens: 'Er komt vast niemand.'
Nou.
Tja.
Dat hadden we mis.
Even na elven kwam het eerste stel en daarna liep het storm. We hadden bedacht dat ik de rondleiding zou geven – als er tenminste iemand kwam - en dat ik echtgenoot zou roepen voor eventuele technische details. Maar het kwam er op neer dat we steeds allebei tegelijkertijd met een ander stel bezig waren. Pas om half twee konden we even rusten om een boterham te eten en tussen twee en drie kwamen er nog drie stellen. In totaal hebben we elf keer ons huis laten zien.
Wat nog niet meevalt in de praktijk. Gelukkig zijn we allebei vooral heel trots op alles wat we hier de afgelopen jaren gedaan hebben, dus erover praten was niet moeilijk. En als we niet naar Curaçao wilden, zouden we hier niet weg willen, dus we hoefden ook geen problemen te verzwijgen of mooier te maken dan het is.
Natuurlijk weet je nooit of mensen die op zo'n open dag binnenlopen ook echt potentiële kopers zijn, maar het gaf in ieder geval hoop.
'Misschien hebben we binnenkort een bod,' durfde echtgenoot het zelfs hardop uit te spreken. We zijn allebei weer een beetje positiever. En dat leeft wel zo prettig.

(foto van Pexels.com)
Lees verder ...

Van alles te doen tijdens de Week van het Nederlands

Als schrijver en redacteur had ik er natuurlijk eigenlijk al ruim van te voren iets over moeten weten en dan had ik er als blogger vooraf over kunnen schrijven, in plaats van nu het al bezig is, maar ik hoorde het toevallig zaterdag op de radio. Deze week (6 tot 13 oktober) is het de Week van het Nederlands. Wat dat inhoudt? Dat lees je op huishoudhobbels.nl

Lees verder ...